Weblog

 

Herplaatsing struikelsteen Ezechiël van Gelderen (17-11-2016)

Namens het bestuur van de Stichting Kamper Struikelstenen heet ik u van harte welkom op deze bijeenkomst.

 

Wim Ramaker, geboren en getogen in Kampen schrijft:

 

Bid voor alles wat naam heeft gemaakt

 

En desondanks voorbij gaat

 

Bid voor alles wat naamloos is gebleven

 

En toch heeft geleefd

 

 

 

Om te voorkomen dat de miljoenen in de Tweede Wereldoorlog vermoorde joden naamloos zouden worden, startte Gunter Demnig zijn project “Stolpersteine”, in het Nederlands Struikelstenen. Kleine, maar opvallende messing steentjes, gelegd op de plek waar eens een joodse plaatsgenoot gewend was zijn of haar woning in en uit te gaan. Steentjes, waarbij je vooroverbuigt om te kunnen lezen wat erop staat. Je struikelt er niet met je voeten over, maar je wordt wel aan het denken gezet. Hoe kan het toch dat de ene mens de andere zoiets aan kan doen? Zo word je bij iedere struikelsteen geconfronteerd met de slechtste kanten van de mensheid en met de vraag hoe we kunnen voorkomen dat zoiets ooit weer kan gebeuren.

 

In de huidige wereld is het goed dat we onszelf die vraag keer op keer stellen en dat we keer op keer daar met elkaar over spreken.

 

In Kampen liggen inmiddels ruim veertig struikelstenen. Een paar jaar geleden legden we een struikelsteen voor Ezechiël van Gelderen. Dat deden we niet op de juiste plek. Die plek onderging immers een geweldige metamorfose. Nu Myosotis en Margaretha klaar zijn, is het tijd om de steen van Ezechiël van Gelderen te herplaatsen. Dat doen we op de plek, waar hij vandaag precies 74 jaar geleden werd weggevoerd.

 

Het is mooi dat we, net als de vorige keer, toen we de steen voor Ezechiël van Gelderen voor het eerst legden, wederom te gast mogen zijn bij IJsselheem. Was het eerst aan het Engelenbergplantsoen, nu is het bij de Verenigde Gasthuizen.

 

Dank voor die gastvrijheid en ik hoop dat Jan Visser die dank aan alle betrokkenen door wil geven. Ook Jan Visser zelf bedankt voor al je inspanningen om het verhaal van Ezechiël van Gelderen blijvend zichtbaar te maken.

 

Ik wil ook de gemeente Kampen bedanken. We hebben als Stichting Kamper Struikelstenen nimmer een vergeefs beroep op onze gemeente gedaan. Lof voor al die medewerking. Sam Hörchner, alvast bedankt voor jouw bijdrage straks, wanneer jij ons iets gaat vertellen over wat hier op deze plek gebeurde in 1942.

 

Ezechiël van Gelderen. Voorbijgangers zullen vooroverbuigen om zijn naam te lezen. Bezoekers van Margaretha zullen zijn geschiedenis lezen. De naam Ezechiël van Gelderen zal voortleven in de Kamper samenleving. En als een naam voortleeft, leeft de persoon voort.

 

We zullen nu de Struikelsteen van Ezechiël van Gelderen onthullen. Ik nodig u uit om, indien u daartoe in staat bent, mee te gaan naar buiten.

 

Opening Kerkenraad 13-06-2016

Ook al is nonverbale communicatie veel belangrijker dan verbale, toch weten we dat de communicatie in de kerk vooral bestaat uit gesproken taal.

Onze morgendienst wil een ontmoetingsdienst zijn. We hopen dat iedereen, jong en oud zich daar welkom voelt. Bij dat welkom voelen, speelt taal een belangrijke rol.

Handelingen 2: 5-6 Statenvertaling 1637

5 Ende daer waren Ioden te Ierusalem woonende, godtvruchtige mannen van alle volcke der gene die onder den hemel zijn. 6 Ende als dese stemme geschiet was, quam de menichte te samen, ende wiert beroert: want een yegelick hoorde haer in sijn eygen tale spreken.

Handelingen 2: 5-6 Statenvertaling 1977

En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke van hen, die onder de hemel zijn. 6 En toen deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en stond verbaasd, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.

Handelingen 2: 5-6 Naardense Bijbel

Maar de joden die te Jeruzalem huizen zijn vrome mannen vanuit elk volk geweest van die er onder de hemel zijn. 6 Maar als dat geluid geschiedt, komt de menigte samen, en is verbijsterd, omdat zij ieder in de eigen landstaal hen hebben horen spreken.

Handelingen 2: 5-6 NBG 1951

5 Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; 6 en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.

Handelingen 2: 5-6 Groot nieuws voor U

5 Nu verbleven er in Jeruzalem vrome Joden uit alle delen van de wereld. 6 Bij het horen van dat geluid waren de mensen te hoop gelopen en ze raakten geheel in verwarring, want iedereen hoorde hen in zijn eigen taal spreken.

Handelingen 2: 5-6 Nieuwe Bijbelvertaling

In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.

Handelingen 2: 5-6 Bijbel in gewone taal (gebruikte 4000 woorden)

5 Op dat moment waren er in Jeruzalem veel Joden uit alle delen van de wereld. Ze waren gekomen om het Pinksterfeest te vieren. 6 Toen het geluid uit de hemel klonk, kwamen ze er allemaal op af. Ze begrepen er niets van. Want iedereen hoorde de gelovigen spreken in zijn eigen taal.

 

Ik ben Neerlandicus van beroep en het zal jullie dus niet verbazen dat ik iets heb met taal. Ik kan genieten van een literair boek, van een gedicht, van een preek met goed geformuleerde zinnen, van een politiek debat op niveau, van een stevig interview op inhoud en ga zo maar door.

Er zijn ook mensen, die wat minder hebben met taal. Die niet zo belezen zijn en voor wie een krantenartikel van meer dan vijtig woorden al teveel is. Dat zeg ik niet als diskwalificatie van deze mensen, maar als een feitelijke constatering.

Taal is een ontzettend belangrijk communicatiemiddel. Met woorden kun je veel doen. Zonder woorden wordt het lastig om een boodschap over te brengen.

Van oudsher gebruiken we in de kerk taal. Lang geleden was dat Latijn. De voorganger sprak in het Latijn en de mensen in de kerk moesten het doen met het herkennen van de rituelen en het bekijken van de fresco’s op de muren.

Luther begreep dat een radicale koerswijziging in de kerk alleen succes kon hebben, wanneer de mensen in de kerk ook begrepen wat er gezegd werd. En dus zette hij zich in voor een Duitse vertaling van de Bijbel. Zo kon het Woord eindelijk onder de mensen komen.

Ik kom uit het onderwijs, net zoals velen hier aanwezig. Ik heb het voorrecht gehad om op heel veel niveaus les te mogen geven. Van kleuters tot hoog begaafde leerlingen op VWO+-niveau. Onderwijsmensen weten heel goed hun taalgebruik aan te passen aan de leerling in de klas. Wanneer ik een kleuter aanspreek, zoals ik dat zou doen met een leerling uit groep 8, snappen jullie dat er weinig van de les terecht zou komen. Wanneer ik aan HAVO-3 les geef, gebruik ik andere taal dan in mijn lessen aan VMBO-1.

Het is voor een predikant dus een verdraaid moeilijke opgave om  in een kerkdienst taal te spreken, die bij iedereen begrijpelijk binnenkomt.

We kennen woorden met een receptieve betekenis. Dat wil zeggen dat de luisteraar een woord herkent en weet wat het betekent, maar zelf gebruikt de luisteraar het woord niet.

We kennen ook woorden met een productieve betekenis. Die woorden kennen we en gebruiken we zelf ook in gesproken of geschreven taal.

Een volwassene met een opleidingsniveau op Havo-Vwo beschikt over een receptieve woordenschat van zo’n 50-70.000 woorden. Bij een HBO-er of een universitair geschoolde kan dat oplopen tot 250.000 woorden. Dat zijn dus woorden die niet worden gebruikt, maar wel worden begrepen.

Bij een VMBO-geschoolde liggen die aantallen stukken lager. Uit recent onderzoek blijkt dat bij twee van de drie MBO-niveau-3 geschoolde peuterleidsters er sprake is van laaggeletterdheid. Reden voor de overheid om met ingang van dit jaar voor hen een verplichte taaltest in te voeren.

We praten vandaag over de jeugd in de kerk. Vorige week heb ik in al mijn VMBO- en Havo-klassen gevraagd wat de volgende uitdrukkingen uit de NBG-vertaling van 1951, de Groot Nieuwsvertaling en de nieuwe Bijelvertaling betekenen:

Te hoop lopen:  Van de ongeveer tweehonderd leerlingen wisten er drie het juiste antwoord in te vullen

Samendrommen: Hier stokt de teller bij acht juiste antwoorden

In verwarring raken: Ruim de helft weet wat die uitdrukking betekent

 

We gebruiken soms ongemerkt in de kerk moeilijke taal. Veel kerkgangers zullen begrijpen waar het overgaat. Bij ons zitten mensen in de kerk, die niet zo’n enorme woordenschat hebben. Dat geldt voor volwassenen en voor jongeren. Niet iedereen is hoog opgeleid. Woorden, die voor de één  gesneden koek zijn, zijn voor anderen abracadabra.

We hoeven heus niet de taal in onze kerk naar een kleuterniveau te brengen. Maar als we het belangrijk vinden dat iedereen iets herkenbaars tegenkomt tijdens de dienst, kunnen we daar best iets aan doen. Bij een lezing uit de Naardens Bijbel gaan grote delen van het gesprokene langs velen heen. Compenseer dat dan door de tweede Bijbellezing uit de Bijbel in Gewone Taal te doen.

En wanneer we een taalkundig mooi, maar moeilijk lied zingen, kies dan ook voor een herkenbaar lied met wat simpeler taalgebruik.

Taal is en blijft een fantastisch communicatiemiddel, maar laten we de morgendienst zo inrichten dat, zoals het in Handelingen 2 staat, iedereen zich aangesproken weet in de eigen taal.

 

Overdenking Kerkenraad 14 maart 2016 

Genesis 26: De Filistijnen zijn jaloers op Isaak

12 De Heer zorgde ervoor dat het in Gerar goed ging met Isaak. Toen Isaak gezaaid had, groeide zijn koren zo goed dat hij heel veel kon oogsten. 13 Hij werd rijker en rijker, totdat hij schatrijk geworden was. 14 Hij had heel veel koeien, schapen en geiten. En hij had ook heel veel slaven die voor hem werkten.

Toen werden de Filistijnen jaloers op Isaak.15 Er waren in Gerar waterputten die de knechten van Abraham nog gegraven hadden. Die putten gooiden de Filistijnen nu dicht met zand. 16 En Abimelech zei zelfs tegen Isaak: ‘Ga alstublieft weg hier. Want u bent veel machtiger geworden dan wij.’ 17 Toen ging Isaak daar weg. Hij ging een eind verderop in een dal wonen.

Isaak graaft veel putten

18 Na Abrahams dood hadden de Filistijnen ook al waterputten dichtgemaakt. Maar Isaak maakte alle putten weer open. Hij noemde elke put weer net zoals Abraham die genoemd had.

19 Op een keer hadden de knechten van Isaak in het dal een nieuwe put gegraven. Daar vonden ze heel helder water. 20 Maar de herders uit Gerar maakten ruzie met de herders van Isaak. Ze zeiden: ‘Dat water is van ons!’ Isaak noemde de put waar de ruzie geweest was, Esek. (dat betekent “twist”) 21 De herders van Isaak groeven nog een put, en weer kwam er ruzie. Isaak noemde die put Sitna. (dat betekent “strijd”)

22 Toen ging Isaak daar weg. Een eind verderop liet hij weer een put graven. Deze keer kwam er geen ruzie. Isaak noemde die put Rechobot. ‘Nu heeft de Heer ons ruimte gegeven,’ zei hij. ‘In dit gebied kunnen we een grote familie worden.

 

Een grote familie worden, kun je daarover spreken wanneer je aan het bouwen bent aan een nieuwe wijkgemeente? En ervaren de leden van onze wijkgemeente ruimte?

 

Ruimte, Rechoboth of in de statenvertaling Rehoboth. Die naam kennen we in Kampen. Ik vind Rehobothschool een mooie naam voor een school. Daarin proef je een visie: kinderen moeten de ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen, net zoals Isaak ruimte ervoer van God om uit te groeien tot een grote familie.

Ruimte. Hoeveel ruimte geven wij elkaar in onze kerk. Hoeveel ruimte is er binnen onze wijkgemeente voor mensen om hun geloof te belijden, zoals ze dat zelf graag willen. We zijn aan het nadenken over de vorm van onze diensten. Binnen het jeugdwerkplan worden daar opmerkingen over gemaakt. De taakgroep eredienst is daar mee bezig en ook in onze gemeente worden regelmatig opmerkingen gemaakt over de dienst. En vaak gaat het dan over de vorm. Het is goed dat mensen met een goed gevoel en geïnspireerd de kerk uitgaan. Het was een mooie dienst of het was een fijne dienst, wordt er dan na afloop gezegd. Veel van de opmerkingen, die op de wijkavond van 23 februari gemaakt werden bij het profiel van de predikant, hadden ook te maken met de vorm van de dienst. Daar ontstond een heel divers beeld. Je proeft de verschillen. Is er ruimte in onze gemeente voor die verschillen of geven we elkaar die ruimte niet?

Bij een dienst staat de inhoud voorop, maar de gesprekken gaan meestal over de vorm. Hoeveel ruimte geven we elkaar om te variëren in vorm? Of moeten diensten altijd op precies dezelfde manier vormgegeven worden. Afwijken van het gewone, is dat uit den boze of is dat verrijking?

Mensen beleven hun geloof op heel verschillende manieren. De één wordt geïnspireerd door een goede preek, een ander door het zingen van een mooi lied en een derde komt naar de kerk om mensen te ontmoeten.

 

De Schotse godsdienstwetenschapper Ninian Smart heeft daar onderzoek naar gedaan. Hoe beleven mensen hun geloof? Hij kwam tot zeven verschillende manieren, waarop mensen hun geloof belijden, beleven, ervaren. Die noemde hij de zeven dimensies van spiritualiteit. Wanneer we in onze wijk onderzoek zouden doen hoe onze gemeenteleden hun geloof beleven, zouden we merken dat we ook onder hen die zeven dimensies van geloofsbeleving tegenkomen. De vraag, die ik daaraan koppel, is: is er in onze eredienst, in onze wijkgemeente, ruimte voor al deze  verschillende dimensies?

 

Als eerste noemt Smart de narratieve, de verhalende dimensie. Het vertellen en doorgeven van verhalen. Dat geldt niet alleen voor kinderen in de nevendienst. Ook volwassenen kunnen genieten van een mooi verhaal. Een predikant, die de overdenking begint met een anekdote heeft van deze mensen gelijk de aandacht. Een spiegelverhaal voor de jeugd zal velen boeien.

 

De tweede dimensie is de sociale dimensie. Elkaar ontmoeten, op wat voor manier dan ook, vinden deze mensen inspirerend. Een goed gesprek, zittend in de kerk, kan voor mensen, waar deze dimensie het hoogst scoort, meer waarde hebben dan de inhoud van een hele dienst. Zij zullen zeker niet te laat in de kerk komen. En het koffiedrinken na afloop wordt door hen niet overgeslagen.

 

Er zijn gelovigen, bij wie de derde, de rituele dimensie de overhand heeft. De vorm van de dienst is voor hen heel belangrijk. Die heeft haast meer waarde dan de inhoud. Een predikant moet liever niet afwijken van de standaardliturgie. Je doet hen plezier met responsies in een strak georganiseerde liturgische dienst.

 

Bij de leerstellige of doctrinaire dimensie gaat het om de theoretische onderbouwing. In het verleden helaas vaak de oorzaak van kerktwisten en –scheuringen. De waaromvraag is voor deze mensen erg belangrijk. Een moeilijke preek over een lastige Bijbeltekst doet deze mensen goed. Vooral als daar het inzicht en de uitleg van gekende rabbi’s en/of theologen bij wordt gehaald.

 

De vijfde dimensie, de materiële, wijst op de kracht van het gebouw en van de kunst. Een mooi gebouw met de nodige symboliek helpt deze mensen in hun geloofsbeleving. Een mooi schilderij of beeld bestuderen in een oude kerk of in een museum inspireert deze mensen. De Piëta van Michelangelo ontroert deze mensen en geeft hun geloof steun.

 

De emotionele dimensie komt in diverse vormen terug. Meditatie in de vorm van een stiltemoment tijdens de dienst of contemplatie tijdens een driedaags kloosterbezoek horen hier bij. Maar ook je geloof beleven tijdens een wandeling in de natuur of, bij ons: van een mooie bloemschikking. En, voor de eredienst een belangrijke, geraakt worden door een mooi lied. En dan gaat het niet om de tekst, maar vooral om de melodie. Opwekkingsliederen mogen tekstueel in de ogen van sommigen de toets der kritiek niet kunnen doorstaan, maar door de melodie worden zeker degenen bij wie deze dimensie aanwezig is, geraakt.

 

De laatste dimensie is die van de ethiek. Je zou kunnen zeggen de uitwerking. Wat doe je in de praktijk met je geloof. In het christelijk geloof wordt deze dimensie vaak gekoppeld aan het begrip naastenliefde. Je bent geen christen in naam, maar in de daden richting je medemens. Het behoeft geen betoog dat veel ambtsdragers, die binnen de kerkenraad het ambt van diaken bekleden, veel hebben met deze dimensie.

 

Zeven dimensies. Zeven manieren, waarop gelovigen spiritueel geïnspireerd worden, hun geloof beleven en belijden. Geen van de zeven is belangrijker dan de andere zes. Voor alle zeven zou er plaats moeten zijn in onze gemeente. Nemen we elkaar de maat op basis van één dimensie, die bij onszelf overheerst en willen we dat in de eredienst daar vooral aandacht voor moet zijn? Hoeveel ruimte geven we elkaar? Een dienst met alleen maar opwekkingsliederen bedient wel een groep mensen, maar stoot een andere groep af. Altijd een schilderij in beeld brengen vindt de één leuk, maar stoort een ander. Een strak opgebouwde liturgische dienst is voor de één fantastisch, voor de ander een reden om de kerk de rug toe te keren.

 

Rehoboth: ruimte. Laten we elkaar ruimte geven om te groeien en laten we vooral genieten van elkaar. Geef de zeven dimensies een plek binnen onze gemeente.

 

Overdenking Kerkenraad 9 november 2015 Een memento mori.

In de herfstvakantie zijn Agnes en ik naar Florence geweest. Een fantastische reis, waarin we dagelijks musea en kerken bezochten. Leon daagde me vorige week bij de vergadering van het moderamen uit mijn opening te doen over iets wat we in Florence gezien hebben. Nou, ik heb wel stof voor zesentachtig openingen, dus wie weet. En om Leon te behagen komen heb ik iets gezocht wat te maken heeft met dominees en komt de naam Leon nog een keer voor in het verhaal.

Binnenkort is het Eeuwigheidszondag en daarom vanavond een memento mori, vrij vertaald: denk eraan dat u sterfelijk bent.

                          

Hij gaat over een icoon uit de kunstgeschiedenis, het Drievuldigheidsfresco van Tomasso Masaccio. Dit fresco hangt in de Santa Maria Novella. Deze kerk ligt aan een groot plein, waar in de middeleeuwen de paardenraces werden gehouden

De Santa Maria Novella werd door Michelangelo liefkozend “Mijn bruid” genoemd, omdat de kerk volgens hem van een wonderbaarlijke schoonheid is.         

Santa Maria Novella betekent de nieuwe Santa Maria. Een op zich logische naam, want Florence kende, toen de bouw begon in 1279, al zeker drie andere kerken met de naam Santa Maria.

Zoals de Sint-Fransiscusbasiliek in Assisi het hoofdkwartier is van de Franciscaner orde, is de Santa Maria Novella het hoofdkwartier van de Dominicaner orde.

De architectuur is bijzonder. De gotiek was nog de heersende bouwstijl, maar de kerk zit vol met invloeden van de nakende renaissance. In 1470 kreeg de kerk haar beroemde renaissancegevel, ontworpen door Leon (daar is hij Leon) Batista Alberti.

Het is een basiliek, volgens de klassieke bouwregels voor basilica.         

Drie beuken, waarbij de middenbeuk of het middenschip verhoogd is, zodat het licht van boven de kerk kan binnenvallen. In de linkerzijbeuk hangt het drievuldigheidsfresco van Tomasso Masaccio.             

Een majestueus werk met tal van klassieke invloeden. Kenmerkend voor de overgang van de middeleeuwse schilderkunst naar die van de renaissance. Het hangt in een dominicaner kerk en dus zit er een hele theologie achter, want als schilder mocht je niet zomaar wat schilderen. De dominicaner orde is de orde van de predikheren, de dominees. Dit is een devotieschildering. Bedoeld om na te denken, tot inkeer te komen en je geloof te versterken.                   

Tommaso di Ser Giovanni di Simone is zijn echte naam. Maar omdat hij het niet zo nauw nam met de lichamelijke hygiëne en ook zijn slaapplek een stinkend hol was, noemde de zestiende-eeuwse kunsthistoricus Vasari hem een sloddervos. In het Italiaans is dat Masaccio. En zo kennen we hem nu dus als Tommie Sloddervos: Tomasso Masaccio. Hij werd slechts 27 jaar.               

We zien Christus aan het kruis, volgens de ijzeren wetten van de christelijke schilderkunst met het hoofd naar rechts hangend in de richting van zijn moeder  

Traditioneel terzijde gestaan door links Maria en rechts Johannes.

Daarvoor opmerkelijk twee niet-heiligen. Kijk maar, ze ontberen het aureool.

Dominant op dit fresco is het mooie tongewelf. Dat moest erbij van de dominicanen. Het is een Archus Pietatis, een ereboog. In de middeleeuwen deed het verhaal de ronde dat keizer Trajanus, toen hij onderweg was naar een oorlog, de moeite nam om van zijn paard te stappen en recht te spreken, omdat een arme weduwe dat vroeg. Geroerd door dit hoge plichtsgevoel, richtte men ter plekke een ereboog op. In de vijftiende eeuw stond deze ereboog nog in Rome en waarschijnlijk heeft Brunelleschi (de bouwer van de koepel op de Dom in Florence) deze klassieke ereboog als inspiratiebron gebruikt voor dit fresco. Hij heeft Masaccio geholpen bij het ontwerp van dit fresco, misschien wel meegeschilderd. Zo’n heidense triomfboog op een devotieschilderij? Zijn ze daar bij de dominicanen nou helemaal gek geworden? Nee, de dominicanen waren een meester in het verbinden van de aardse ideeën met de Bijbelse.       

En zo werd de heidense triomfboog veranderd in de hemelse poort. Immers, Christus is de Poort des Hemels en de boog stelt de hemel voor. Kijk maar, God staat al klaar om Zijn Zoon te ontvangen. En tussen de Vader en de Zoon, kun je in de vorm van een duif de Heilige Geest zien. Zo komt dit fresco aan de naam: Trinita. Alleen een beetje jammer dat de gespreide handen van de gekruisigde Christus de weg naar de hemel afsnijden. Daar hebben de dominicanen goed over nagedacht.    

Masaccio en Brunelleschi hebben die boog ook nog op een andere manier gebruikt:

het perspectief op dit fresco is een zogenaamd lijnperspectief. En, het is één van de eerste keren in de geschiedenis van de schilderkunst, dat er sprake is van een geslaagd perspectief.  Daarmee is het kunsthistorische belang wel duidelijk. Niet voor niets weten we dat Michelangelo dit fresco talloze malen natekende om te leren hoe je perspectief moest maken.    

Ik zei al dat er twee niet-heiligen op dit fresco staan. Lorenzo Lenzi en zijn vrouw.   

Lorenzo Lenzi is Gonfalonniere della Guistizia. De vaandeldrager van de gerechtigheid. Het hoogste stadsambt in Florence. In theorie moest je van onbesproken gedrag zijn om dit ambt te kunnen vervullen. In de praktijk verkreeg je dit ambt door gekonkel en omkoperij. Maar zelfs bij de dominicaner zijn zondaars welkom in de kerk. Lenzi zorgt er in 1425 voor dat de complete gemeenteraad, de Signoria, voortaan op het feest van het lichaam van Christus de dienst bijwoont in de Santa Maria Novella. Het is een eerbetoon voor de dominicanen, die dan ook geen nee durven te zeggen als hij dit fresco in de kerk wil laten schilderen en hij er met zijn vrouw op wil worden vereeuwigd.       

Wie betaalt, bepaalt. Ze mogen er wel op, maar als je goed kijkt, staan ze er toch niet helemaal op. Ze staan er een stukje voor. Knap werk van Masaccio. Hij houdt zo beiden te vriend: de theoloog en de geldschieter. Niet te dicht bij Christus, maar wel al in de buurt. De kerkbezoekers worden door deze compositie ook bij het verhaal betrokken. Ze zijn immers ook niet-heiligen. Maar de dominicanen kunnen ze wel helpen om heilig te worden. Lenzi en zijn vrouw zijn ook al op weg.      

Nu wordt het tijd om jullie het hele fresco te laten zien. Want het fresco heeft een theologische boodschap. Onderaan zie je een sarcofaag met een geraamte. Het is niet Lenzi of zijn vrouw, want hun familiegraf is te vinden in een andere kerk. Er ligt niemand in de sarcofaag, het is slechts symbolisch.      

Het moet waarschijnlijk Adam voorstellen, die we vaker aantreffen op een schilderij van de gekruisigde Christus. Meestal in de vorm van een schedel, hier als een geraamte op een klassieke sarcofaag.  

Er staat ook een tekst op. Het is Italiaans, want de kerkbezoekers moesten goed weten wat de boodschap was: Ik was die gij nu zijt, wat ik nu ben zult gij eens wezen. En daarmee is het doel van dit fresco duidelijk: het is een memento mori.              

Een moment om stil te worden. Nadenken over de sterfelijkheid van de mens. Dat is ook de boodschap van Maria. Maria kijkt de kerk in. En zo kom je er opeens achter dat deze hele voorstelling in de Santa Maria natuurlijk om Maria draait. Het symboliseert de belangrijke rol, die Maria heeft in het geloof. Het gaat om haar rol in het geloof. Haar verdriet, haar moederschap, haar voorspraak bij Jezus. De kerkbezoekers in die tijd kenden die rol maar al te goed. Die werd er met de paplepel ingegoten. Zij begrepen ook haar immense verdriet heel goed.              

Zij kijkt ons aan met een verscheurde blik. De mensen van die tijd kenden de woorden uit de toenmalige liturgie van Goede Vrijdag uit hun hoofd: “Jullie die voorbijgaan, raakt het jullie niet? Merk toch op en zie: is er leed als het leed dat mij wordt aangedaan, dat de Heer op de dag van Zijn toorn over mij heeft uitgestort?” Klaagliederen 1:12.

En de gelovigen reageren daar op met de woorden: “Laat mij de smart die u gevoeld hebt om uw zoon ook mogen voelen. Geef mij compassie, medelijden, opdat ik uw voorspraak mag ontvangen in het uur van mijn dood.”      

Tot slot, dat handgebaar van Maria. Dat moest er echt op van de dominicanen. Maria wijst op haar zoon. Daar hangt de verlosser, daar hangt Hij die de dood heeft overwonnen. Denk dus niet dat Christus met zijn gespreide handen de weg naar God afsnijdt: integendeel. Via Maria kom je bij Jezus en kun je er langs. De dominicanen hebben dat hun trouwe kerkbezoekers wel duidelijk gemaakt: Niemand komt tot de Vader dan door mij. En zo is er voor iedereen redding mogelijk.     

Als eersten voor Lenzi en zijn vrouw, maar velen, ook wij als toeschouwer, mogen hen volgen. Want de dood heeft niet het laatste woord.

En zo eindigt dit memento mori toch nog goed voor iedereen die dat geloven wil.

 

Rosj HaSjana 14-09-2015

(Opening kerkenraad 14-09-2015)

Vandaag is het Rosj HaSjana, het Israëlisch Nieuwjaar, dus veel heil en zegen in het nieuwe jaar gewenst.

Leviticus 23  

1 De Heer zei verder tegen Mozes: 2 ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Nu volgen er regels over de feestdagen voor de Heer. Het zijn heilige dagen, die jullie samen moeten vieren.

3 Zes dagen mogen jullie werken, maar op de zevende dag is het sabbat. Dan mag er beslist niet gewerkt worden. Jullie moeten die heilige dag samen vieren. Die regel geldt overal, waar jullie ook wonen. Het is een feestdag ter ere van de Heer.

4 Ook de andere feesten moeten jullie samen vieren. Het zijn heilige dagen. Alle feesten moeten op vaste dagen gevierd worden.

 

23 De Heer zei verder tegen Mozes: 24 ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘De eerste dag van de zevende maand is een speciale rustdag. Er moet dan op de trompet geblazen worden, als teken dat het een heilige dag is. Jullie moeten die dag samen vieren. 25 Jullie mogen dan niet werken, en jullie moeten een offer aanbieden aan de Heer.’’ 

 

In onze visie staat: In de interpretatie van de Schriften realiseren wij ons de Joodse wortels van de Bijbelse boodschap en luisteren wij in een open leerhouding ook naar de eeuwenoude rabbijnse uitleg en hoe het Joodse volk zichzelf verstaat.Ik heb geprobeerd om voor de opening van vanavond wat te putten uit de Joodse tradities.

En in die Joodse traditie is september dit jaar een heel bijzondere maand. De Bijbel kent zeven grote feesten en van die zeven vallen er dit jaar liefst drie binnen de maand september. Vandaag, eigenlijk gisteravond, is het feest begonnen van Rosj HaSjana, het feest van de bazuinen. Het is de eerste van de zevende maand. 1. Tisjri volgens de Joodse kalender. Op de tiende dag, 10 Tisjri (bij ons 22 september) valt Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. En dan als derde: Soekot, het Loofhuttenfeest, dat begint ’s avonds op 15 Tisjri, de 27e september. 

Jom Teroea is de officiële naam van vandaag. Volgens de nieuwe bijbelvertelling de dag van de trompetten, maar dan vind ik de NBV-vertaling mooier: de Dag van Bazuingeschal. Deze dag is onder meer bedoeld om de Schepper van hemel en aarde te leren waarderen.

De telling van de maanden in Israël begint bij de maand waarin het Pesachfeest wordt gevierd: Niesan. En Rosj HaSjana begint dus op de eerste dag van de zevende maand, Tisjri. Rosj betekent hoofd, Sjana betekent jaar. Rosj haSjana is vertaald het hoofd van het jaar. Nieuwjaar.

Rosj HaSjana is ook de verjaardag van de schepping van Adam en Eva, de zesde scheppingsdag. Er wordt gedacht aan de rol die de mensheid bekleedt in de door God geschapen wereld.

Rosj HaSjana benadrukt de relatie tussen God en de mensen, onze afhankelijkheid van de Schepper. Joden laten op dit feest aan JHWH weten dat het de moeite waard is om opnieuw een jaar verder te gaan met Zijn schepping, omdat wij als mensen Zijn koningschap aanvaarden.

Het feest heet niet voor niets Dag van Bazuingeschal. Op meerdere plaatsen in de Bijbel komen we deze dag tegen. Bijvoorbeeld in de woestijn op de derde dag van de ontmoeting tussen het volk Israël en God. In Exodus 19:16 lezen we daarover: Twee dagen later begon het vroeg in de ochtend te onweren. Er hing een donkere wolk boven de berg. En er werd hard op een trompet geblazen. De mensen in het kamp beefden van schrik.

Het blazen op de trompet of bazuin of hoorn herinnert ook aan het moment dat er een koning werd gekroond. Die gewoonte is door veel andere volken overgenomen. Ook in Nederland laten we op zo’n dag herauten rondgaan, die met trompetgeschal aankondigen dat er een nieuwe koning is.

Het geluid van de sjofar, de hoorn, is ook een oproep tot terugkeer. Op Rosj HaSjana wordt ook herdacht dat de mens (lees Adam en Eva) de eerste zonde beging. Rosj HaSjana is het begin van een periode van inkeer, die eindigt op de tiende dag met Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. Deze tien dagen worden Jamiem HaNora’iem genoemd, de dagen van inkeer.

Volgens de Joodse traditie wilde Abraham op deze dag, op Rosj HaSjana, zijn gehoorzaamheid aan JHWH laten zien door zijn zoon Isaäc te offeren. JHWH greep toen in en in plaats van zijn zoon werd een ram geofferd. Zoals u weet wordt van de hoorn van een ram een sjofar, een bazuin gemaakt. Op Rosj HaSjana wordt die bazuin geblazen om die gehoorzaamheid te gedenken als voorbeeld voor onszelf en die gehoorzaamheid ook te beoefenen.

Er zijn genoeg zaken om te overdenken tijdens de tien dagen van Rosj HaSjana tot Jom Kippoer. Een periode van tien dagen, door God zelf aangewezen, om te doen aan reflectie, aan zelfevaluatie. Om te kijken hoe je in de wereld staat en wat je in de wereld gedaan hebt.

De Joodse wijzen zeggen dat Jom Kippoer die ene speciale dag in het jaar is, waarop JHWH onze fouten vergeeft en dat dit alleen geldt voor hen die zich bewust zijn van hun eigen fouten. En dat kunnen, op een dieper niveau, ook fouten zijn die te maken hebben met het blokkeren van je eigen persoonlijke groei door bijvoorbeeld vast te houden aan het verleden, aan tradities, aan verworvenheden of aan opvattingen die onszelf beperken in ons denken. Op Jom Kippoer kan iedereen zijn of haar fouten benoemen om ervan af te komen. Wie echt het koningschap van de Eeuwige proclameert tijdens Rosj HaSjana kan en mag rekenen op de vergeving die de Eeuwige op Jom Kippoer schenkt. Joden vasten op Jom Kippoer, waarbij het vasten symbool is voor het loslaten van het oude om te kunnen groeien naar het nieuwe. Daarom mocht de hogepriester ook één keer in het jaar de Goddelijke hulp voor de mensen inroepen. Op Jom Kippoer mocht hij in het centrum van de Misjkan komen: het Heilige der Heiligen, om daar te offeren.

De unieke kostbare band tussen God en mensen is voelbaar op het feest van Jom Kippoer. Zelfs zonder Misjkan, zonder tabernakel of tempel.

En uiteindelijk mogen ook wij geloven in die unieke band met God en mogen we als gemeente oefenen in het loslaten van oude, misschien wel vastgeroeste gewoontes om te kunnen groeien in ons geloof. Bij de gebouwenkeus, hoe die ook uitvalt, zullen we pijn voelen over het loslaten van oude zaken, van het vertrouwde, van het veilige, van de plek waar we ons thuis voelden. Maar veel belangrijker dan dat is de kans om samen als gemeente te bouwen aan onze band met de Heer, aan  wie we mogen vragen of hij opnieuw een jaar verder met ons wil gaan.

 

Kamper oorlogsslachtoffers (23 april 2015)

Zeventig jaar na de oorlog presenteert het bestuur van de Stichting Kamper Struikelstenen de lijst van Kamper oorlogsslachtoffers. Er waren lijsten (bijvoorbeeld de lijst van Keuter, de lijst op het oorlogsmonument in IJsselmuiden, de lijst, zoals die in 1945 is voorgelezen in de Bovenkerk), maar waren die lijsten ook compleet? En stond iedereen terecht op die lijst? Dat was gevoelige materie en we wilden voorkomen dat er allerlei emotionele discussies zouden ontstaan over wel of niet op de lijst staan. Daarom zijn we een jaar geleden eerst begonnen met het opstellen van criteria. Waaraan moet je voldoen om op de lijst te staan?

Het werden drie criteria:

 

1 Het oorzaak criterium

Betrokkene is omgekomen tijdens de oorlog als gevolg van oorlogshandelingen.

OF Betrokkene is overleden na de oorlog, maar waar een causaal verband te leggen is met WO II. Bijvoorbeeld overleden als gevolg van een verblijf in de gevangenis, concentratiekamp,onderduik of tewerkstelling.

 

2 Het datum criterium

Betrokkene is tijdens de oorlog overleden tussen 1 september 1939 en 2 september 1945 (de wereldwijde data van de Tweede Wereldoorlog) (OF, zie boven criterium 1, OF betrokkene is overleden tijdens de mobilisatie als gevolg van de mobilisatie.)


3 Het woonplaats criterium

Betrokkene stond ten tijde van overlijden of wegvoeren ingeschreven in de basisadministratie van Kampen of IJsselmuiden (inclusief een deel van Zwollekerspel)

(Het laatste criterium geldt ook voor mensen van elders, die op het grondgebied van deze gemeentes om het leven zijn gekomen als gevolg van oorlogshandelingen EN waarvan de dood geregistreerd is in één van de basisadministraties. Over dit criterium is lang gesproken. Zo was het destijds de gewoonte, dat militairen en/of matrozen uitgeschreven werden uit de basisadministratie. Hun familie en/of partner bleef echter gewoon in Kampen wonen. In goed overleg is besloten deze slachtoffers toch op de Kamper lijst te plaatsen.)

 

Uiteindelijk is er een jaar gewerkt aan deze lijst. Veel archiefonderzoek werd gedaan door Laurens Hooisma. Voor onze joodse stadsgenoten konden we gebruik maken van de kennis van Jaap van Gelderen. Alle discussiepunten hebben we een maand geleden besproken met de burgemeest en met het 4 mei-comité. De laatste weken hebben we de lijst in een bepaalde vorm gegoten: naam-leeftijd-geboortedatum en plaats- overlijdensdatum en plaats-omschrijving van het gebeurde in de oorlog.


Vandaag mag ik de lijst presenteren aan de Kamper pers. De gemeente Kampen publiceert de lijst in de 4 mei-bijlage van Kampen.nl en op de avond van 4 mei worden de namen van alle Kamper oorlogsslachtoffers tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Bovenkerk in beeld gebracht.


Wanneer u de lijst wilt bekijken dan kunt u hem HIER downloaden (vanaf 23 april 's avonds).

 

In de ban van goed en fout (17-04-2015)

Vandaag verscheen het nieuwe boek van Iet Erdtsieck "Stad in oorlogstijd". Ik mocht vanmiddag bij de presentatie mijn visie geven over dat boek en die toespraak kunt u hieronder lezen.

DE BAN VAN GOED EN FOUT

Als jongen las je Reis door de nacht, Holland onder het hakenkruis en Engelandvaarders. Mooie boeken, een makkelijke verdeling in goed en fout en uiteindelijk wonnen de goeden het. Zo was de wereld overzichtelijk en het probleem behapbaar. Pas later kwam ik erachter dat de wereld ook tijdens de Tweede Wereldoorlog niet zo simpel in elkaar zat en dat het verschil tussen goed en fout niet zo makkelijk te duiden is.

In haar boek noemt Iet Erdtsieck dat “de ban van goed en fout”. Dat doet ze in de context van de zuivering na de oorlog als er discussies komen over hoe goed en hoe fout iemand geweest is in de naziperiode.

Die zinsnede deed me terugdenken aan 1986. Toen verscheen het boekje “De grote strijd tussen goed en kwaad”. Het was een uitgave van de Academie voor Journalistiek uit Kampen. Aan de hand van een aantal interviews werd een beeld geschetst van de Kamper overheid en van de Kamper politie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De conclusie van de schrijvers, een stel aankomende journalisten onder leiding van hun geschiedenisdocent Adriaan Meij, was een simpele: politiekorps en overheid waren fout geweest. Zonder enige nuance, zonder gedegen onderzoek en met een betweterigheid, die bepaald niet past bij zo’n gevoelig onderwerp, werd die conclusie getrokken.

Het ware beter geweest wanneer docent en studenten net zo te werk waren gegaan als Iet Erdtsieck voor het nu voorliggende boek. Het had in 1986/1987 een hoop commotie gescheeld met een dreigende rechtszaak en landelijke negatieve publiciteit. Adriaan Mey, ja echt, hij was geschiedenisdocent, geeft op 9 januari 1987 in Trouw een interview weg en zegt daarin doodleuk dat een overheid, die bij het uitbreken van de oorlog bleef zitten, fout was. Hij vergat dat het de Nederlandse regering zelf was, die lokale overheden verzocht om aan te blijven en zo goed mogelijk hun werk te blijven doen om chaos te voorkomen.

Gelukkig waren het bestuur en de directie van de academie zo verstandig excuus te maken en het boekje uit de handel te halen. Ik zou de studenten van destijds adviseren hun broddelwerk nog eens op te diepen en het dan naast het gedegen onderzoek van Iet te leggen. Zij zullen met het schaamrood op de kaken weer huiswaarts keren.

Die worsteling over goed en fout, waar Iet veel passages aan besteedt in haar boek, was overigens niet alleen voor deze studenten een ethische brug te ver. In 1975, bij de opening van het nieuwe politiebureau, verschijnt er in Kampen een brochure onder de titel “Goed, dat er altijd politie is geweest”. Daarin staat onder meer een opsomming van alle commissarissen van politie vanaf 1811. Tussen 1941 en 1945 is die lijst blanco. Wuijster en Boesveld worden niet genoemd. Wel zo makkelijk. In 1993 werd dat in de uitgave “Steeds getrouw” goedgemaakt en worden deze commissarissen wel genoemd.

Die ban van goed en fout zit eigenlijk door het hele boek van Iet Erdtsieck heen. Niet door oordelen uit te spreken, alhoewel Iet dat wel een aantal keren doet, maar meer door het dilemma te schetsen. Tussen de regels door wordt de lezer steeds weer opnieuw geconfronteerd met de vraag: Hoe zou ik handelen in deze situatie?

In “Stad in oorlogstijd” schrijft Iet veel over mensen, die hun geld verdienden bij de overheid of die betaald werden door diezelfde overheid. Ambtenaren, politiemensen, onderwijzend personeel.  Mensen, die zoals zovelen gezagsgetrouw waren en gewend waren om hun werk te doen, zoals hun dat werd opgedragen. Het is makkelijk om in 2015 een oordeel te vellen over wat iemand toen had moeten doen. Zo staat de beruchte Ariërverklaring vermeld in dit boek. Achteraf kun je zeggen, dat daar een principiële grens werd overschreden, maar op dat moment, oktober 1940, zagen duizenden Nederlandse ambtenaren daar geen bezwaar in. Ze tekenden en werkten door. Trouwens, hoe gaan we daar in 2015 mee om? Er zijn tal van islamitische landen die een niet-joodverklaring vragen van buitenlanders die willen werken in die landen. En die verklaring wordt door een hoop Nederlanders gewoon getekend.

Wanneer is de grens bereikt en stop je met medewerken met de bezetter is een vraag die erg makkelijk is te beantwoorden,               ……………..            zolang het niet over jezelf gaat.

“Bleven bestuurders op hun post met als gevolg dat zij maatregelen van de bezetter moesten uitvoeren die hen tegen de borst stuitten, maar die uitvoerden om erger te voorkomen of pleegden zij verzet? En erger voorkomen kon ook betekenen dat ze vervangen werden door een NSB-er.” Dat schrijft Iet in hoofdstuk 3.2.

Een aantal kleine verzetsdaden komen we tegen in het boek. Iet schrijft dat mijn opa Treep, van de Treepschool, één van die schoolhoofden was, die weigerde met kinderen aanwezig te zijn bij de installatie van Sandberg in de bioscoop, omdat hij morele bezwaren had tegen bioscoopbezoek. Nou, Iet, daar is geen woord gelogen aan. Mijn opa heeft nooit de bioscoop bezocht en mijn opa en oma hebben ook nooit een TV in huis gehad.

Een andere kleine verzetsdaad was het weigeren om de door Sandberg opgegeven kleuterliedjes te zingen met de kleuters. Te moeilijk, was blijkbaar een goede smoes. Maar het was wel elke keer afwachten hoe de bezetter met zijn Nederlandse handlangers zou reageren. En daar zit hem de spanning. Die spanning benoemt Iet keer op keer.

Dat kan in het zakelijk vlak zijn, zoals het bestuur van de Leeszaal merkt, wanneer ze weigeren mee te werken aan een soort boekzuivering en ook geen politieke propaganda in hun kast willen hebben staan. Dan kan het voortbestaan van de Leeszaal ineens op het spel komen te staan wegens het stopzetten van de subsidies.

Maar het kan ook in het persoonlijke vlak getrokken worden. Nee zeggen, betekende risico lopen. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor je gezin.

De lezer van dit boek wordt steeds weer geconfronteerd met de vraag: hoe zou ik gehandeld hebben in deze situatie? Wanneer was voor de genoemden in dit boek de grens bereikt? Wanneer konden zij voor hun geweten niet langer ja zeggen tegen het uitvoeren van wetten die door de nazi’s waren bedacht? In 2015 gaan we te makkelijk om met die vraag. Overleven en zorg voor je gezin is immers ook een natuurlijke reactie van de mens. In hoeverre kun je het iemand kwalijk nemen dat hij of zij kiest voor het eigen hachje?

Het is een vraag, waar ik zelf al jaren mee worstel. Het is makkelijk om vanuit onze tijd commentaar te geven op de handelwijze van mensen in die tijd van onderdrukking, die niets deden en zo goed als mogelijk doorgingen met hun leven. Maar waar zou mijn grens liggen? Zou ik ook zo moedig zijn als Izak van der Horst, als Leo Snoep, als Toon Slurink, als Hendrik Bos, als Pieter Kapenga?

Toen de laatste, mijn opa, op 16 november 1942 “Nee” zei tegen de opdracht van NSB-inspecteur De Bruyn om de Kamper joden te arresteren, vermoedde hij wat de gevolgen daarvan konden zijn. Hij kon het echter niet verenigen met zijn geweten, dat hij onschuldige mensen moest arresteren en afvoeren en nog wel mensen van Gods volk. Hij nam bewust een risico voor zichzelf en voor zijn gezin. Vrouw, zes opgroeiende kinderen, mijn moeder was met zeventien de oudste.

Toen mijn opa thuiskwam en vertelde wat er gebeurd was en wat hij gezegd had, was mijn oma kort en krachtig in haar commentaar: “Als je “Ja” had gezegd, had je niet meer thuis hoeven te komen.” Hun geloof is voor mij steeds een inspiratiebron geweest, maar ik weet niet of ik dezelfde, door het geloof ingegeven stap, zou kunnen nemen. En ik hoop het ook nooit te weten.

Mijn opa werd ontslagen, kreeg geen uitkering en verloor al zijn pensioenrechten. Hij werd na een paar maanden ogenschijnlijke rust in maart 1943 door de Gestapo naar concentratiekamp Vught gebracht. Van daar ging hij in mei 1944 per trein met 500 politieke gevangenen naar concentratiekamp Dachau. Als één van de weinigen van die 500 Nederlanders keerde hij begin juni 1945 terug naar Kampen. Waarom hij wel en anderen niet?

Dit soort voorbeelden maakt dat je je af en toe knap ongemakkelijk voelt bij het lezen van dit boek. In alle passages die gaan over de periode tijdens de Tweede Wereldoorlog worstel je als lezer al met die ethische vraag en dat houdt niet op op 17 april 1945. Want Iet houdt ons na die bevrijding van Kampen ook nog een spiegel voor. Als het bijvoorbeeld gaat om de bejaarde Zwier Kanis. Deze 73-jarige pachter op Kampereiland was lid van de NSB. In naam, want hij had er nooit iets mee gedaan. Kanis had onderduikers gehuisvest en mensen op hongertocht van voedsel voorzien. En ook al was de zuiveringscommissie niet uit op wraak en wilde men recht doen: het oordeel van BenW was duidelijk. Ook de pacht van Kanis werd opgezegd.

Het past bij de ban van goed en fout.

Wie hoopt dat het boek “Stad in oorlogstijd” een vlot lezend boek is, krijgt gelijk, maar de lezer zal er ook snel achter komen dat die grote ethische vraag, die vraag over goed en fout, die vraag over de eigen grenzen, tussen de regels door, steeds weer opnieuw aan de lezer wordt gesteld.

En die vragen zijn in feite veel belangrijker dan de geschiedenis van een foute burgemeester.

Iet, compliment en van harte gefeliciteerd met dit boek!

Kampen, 17 april 2015



Overdenking kerkenraad(13-4-2015)

Gisteren was het zeventig jaar gelden dat Kamp Westerbork werd bevrijd. Vanuit Kamp Westerbork vertrokken 93 treinen naar het oosten. In het beroemde Nationaal Monument Kamp Westerbork van Ralph Prins worden deze treinen gesymboliseerd door de 93 bielzen, die vastzitten aan de kromgebogen rails. Kromgebogen en kapot gemaakte rails, zodat er nooit meer een trein uit Westerbork naar het oosten kan vertrekken. Als ik in Kamp Westerbork ben, loop ik altijd even van biels naar biels. Van trein naar trein. De bestemming van de treinen uit Westerbork was Sobibor, Bergen-Belsen, Theresiënstadt of Auschwitz-Birkenau. In totaal werden in deze 93 treinen 107.000 joden vervoerd. Daarvan keerden er slechts vijfduizend terug. 102.000 joodse landgenoten bleven voor altijd achter in de concentratiekampen.

Onder die 102.000 vermoorde joden waren 34 Kampenaren. Toen kort na de oorlog de Kamper bevolking bij elkaar kwam voor een herdenkingsdienst in de Bovenkerk werden de namen van de Kamper oorlogsslachtoffers opgelezen. Dat waren er volgens de destijds voorgelezen lijst 55. De 34 namen van de nooit meer teruggekeerde Kamper joden werden niet voorgelezen.

Pas in 1984 werd aan de Synagoge een herdenkingssteen onthuld. Deze steen die officieel “Een steen weent uit de muur” heet, is gitzwart. De namen van de vermoorde Kamper joden staan er op vermeld. Ze zijn toen voor het eerst in het openbaar voorgelezen.

Die lijst van 55 namen, zoals die werd voorgelezen in de Bovenkerk was een gebrekkige lijst. Buiten de 34 niet genoemde joden, ontbraken er nog velen. 55 en 34 is 89. Eind deze maand publiceert de Stichting Kamper Struikelstenen een nieuwe lijst van Kamper oorlogsslachtoffers. Na uitvoerig historisch onderzoek zullen er veel meer dan honderd namen op de lijst staan. Tijdens de jaarlijkse 4-mei herdenking in Kampen is er altijd een bijeenkomst in de Bovenkerk. Daar zullen dit jaar die namen allemaal in beeld worden gebracht. Onder hen de namen van de 34 joodse slachtoffers, die daar nooit werden genoemd.

A.s. vrijdag is het zeventig jaar geleden dat Kampen werd bevrijd. Dan verschijnt een nieuw boek van Iet Erdtsieck. Het gaat over een stad in oorlogstijd. In haar boek geeft de schrijfster een heleboel informatie, zakelijk, misschien zelfs wat kil. Maar bij ieder feit wordt de lezer geconfronteerd met de vraag: waarom? En bij ieder stukje geschiedenis wordt de lezer geconfronteerd met de vraag: hoe zou ik gehandeld hebben in deze situatie? Iet Erdtsieck geeft informatie over onderwijzers, predikanten, ambtenaren, politieagenten. Tot welk moment konden zij gewoon doorgaan met hun werk? Wanneer was voor hen de grens bereikt? Wanneer konden zij voor hun geweten niet langer ja zeggen tegen het uitvoeren van wetten die door de nazi’s waren bedacht?

Het is een vraag, waar ik zelf al jaren mee worstel. Het is makkelijk om vanuit onze tijd commentaar te geven op de handelwijze van mensen in die tijd van onderdrukking, die niets deden en zo goed als mogelijk doorgingen met hun leven. Maar waar zou mijn grens liggen? Zou ik ook zo moedig zijn als Izak van der Horst, als Leo Snoep, als Toon Slurink, als Hendrik Bos? Zou ik zo vertrouwen op mijn hemelse Vader, dat ik mijn gezin aan risico’s zou blootstellen? Zou mijn geloof bergen kunnen verzetten? Zou mijn geloof mij kunnen beschermen?

Toen mijn opa november 1942 “Nee” zei tegen de opdracht om de Kamper joden te arresteren, vermoedde hij wat de gevolgen daarvan konden zijn. Hij kon het echter niet verenigen met zijn geweten, dat hij onschuldige mensen moest arresteren en afvoeren en nog wel mensen van Gods volk. Hij nam bewust een risico voor zichzelf en voor zijn gezin. Vrouw, zes opgroeiende kinderen, mijn moeder was met zeventien de oudste.

Toen mijn opa thuiskwam en vertelde wat er gebeurd was en wat hij gezegd had, was mijn oma kort en krachtig in haar commentaar: “Als je “Ja” had gezegd, had je niet meer thuis hoeven te komen.” Hun geloof is voor mij steeds een inspiratiebron geweest, maar ik weet niet of ik dezelfde, door het geloof ingegeven stap, zou kunnen nemen. En ik hoop het ook nooit te weten.

Mijn opa werd ontslagen, kreeg geen uitkering en verloor al zijn pensioenrechten. Hij werd na een paar maanden ogenschijnlijke rust in maart 1943 door de Gestapo naar concentratiekamp Vught gebracht. Van daar ging hij in mei 1944 per trein met 500 politieke gevangenen naar concentratiekamp Dachau. Als één van de weinigen van die 500 Nederlanders keerde hij begin juni1945 terug naar Kampen. Waarom hij wel en anderen niet?

Op 26 maart 1943 werd mijn opa door de Gestapo opgepakt. Hij vroeg en kreeg ruimte om afscheid te nemen van zijn gezin. Hij ging er vanuit dat het de laatste keer zou zijn, dat hij zijn vrouw en kinderen zou zien en koos ervoor om Psalm 121 te lezen. Die Psalm is voor mij onlosmakelijk verbonden met mijn opa en zijn rotsvaste geloof, met de oorlog, maar ook met mijn eigen vraag: hoe sterk is mijn geloof als het er echt om gaat? 

 

Psalm 121.

1 Een pelgrimslied.

Ik sla mijn ogen op naar de bergen,

van waar komt mijn hulp?

2 Mijn hulp komt van de HEER

die hemel en aarde gemaakt heeft.

3 Hij zal je voet niet laten wankelen,

hij zal niet sluimeren, je wachter.

4 Nee, hij sluimert niet,

hij slaapt niet,

de wachter van Israël.

5 De HEER is je wachter,

de HEER is de schaduw

aan je rechterhand:

6 overdag kan de zon je niet steken,

bij nacht de maan je niet schaden.

7 De HEER behoedt je voor alle kwaad,

hij waakt over je leven,

8 de HEER houdt de wacht

over je gaan en je komen

van nu tot in eeuwigheid.


OnderwijsCAO wangedrocht (28-3-2015)

Veel scholen in het basisonderwijs zijn de nieuwe onderwijs-CAO aan het bestuderen. Er staan een heleboel goede zaken in, maar de regelgeving rond invallers is werkelijk te zot voor woorden. In het basisonderwijs worden klassen bij ziekte overgenomen door een invaller. Die ontvangt daarvoor een salaris en hoopt op die manier ook bekendheid te krijgen binnen een schoolvereniging. Wanneer er dan vacatureruimte ontstaat, is het meestal iemand uit de invallerspool, die de kans krijgt op een vaste benoeming. Die systematiek bestaat al jaren en ook ik ben bijvoorbeeld in de jaren tachtig op die manier begonnen.

Nu is door onder meer de vakbonden afgedwongen dat een invaller na drie invalbeurten recht heeft op een vaste benoeming. Bizar, want er is in 99 % van de gevallen helemaal geen vacatureruimte. Wat moet je doen met al die leerkrachten, die geen klas hebben? Het wordt een financiële molensteen om de nek van menige schoolvereniging.

De oplossing is logisch. Bij ziekte komt er steeds een andere invaller aan de beurt. Invallers moeten uit een steeds grotere regio komen, omdat schoolverenigingen willen voorkomen dat ze verplichtingen aangaan. En wanneer een invaller twee keer heeft ingevallen bij een schoolvereniging, zal diezelfde vereniging geen beroep meer doen op die invaller in dat schooljaar.

Nu is het zo dat scholen het liefst werken met vaste invallers per school. Ze kennen de school, de collega's, de werkwijze, de kinderen, de methodes. Daar hebben alle partijen dus voordeel van. Die goede basisvoorwaarden vallen dus weg.

En dat is nog niet het enige. Om verplichtingen te voorkomen zullen scholen soms bij ziekte kiezen voor een paardenmiddel: klassen samenvoegen of zelfs naar huis sturen. De continuîteit van het onderwijs komt zo in het geding.

Tegelijkertijd zijn de scholen bezig met passend onderwijs. Steeds meer kinderen, die extra aandacht en ondersteuning behoeven, zitten in het reguliere onderwijs. Het zullen juist deze kinderen zijn die de dupe worden van het gemis aan continuîteit, steeds wisselende leerkrachten en dus steeds minder zorg.

Den Haag heeft de CAO goedgekeurd, ondanks tal van protesten vanuit de onderwijswereld. Het mocht niet baten. Zoals al vaker gebeurd is, is de Haagse regelgeving geen zegen voor goed onderwijs. Daarmee is deze CAO een wangedrocht geworden met als belangrijkste slachtoffer het kind.


Overdenking. (december 2014)

Bij de maandelijkse kerkenraadsvergadering mag ik soms de opening verzorgen. Afgelopen week heb ik het gehad over de top2000 en de vraag wat wij als kerk kunnen leren van dit evenement.

 

Lucas 1: 8-15    Lied 442

 

De top 2000

 

Ik heb iets met muziek, ook al zing ik zo vals een kraai. In de kerk zing ik gewoon mee en wanneer in de buurt waar wij zitten dan onbekenden zitten, zie ik ze wel eens met gefronste wenkbrauwen kijken als ik mijn gebrek aan muzikale kwaliteiten laat horen. Muziek is populair. Kampen puilt uit van de koren, we hebben er geloof ik zeventig. Veel van die koren geven een kerstconcert en die concerten trekken volle zalen. Mensen die nooit in de kerk komen, gaan wel naar een kerstconcert en krijgen hopelijk zo nog iets van het grote evangelie mee.

 

Terwijl we in de kerk tijdens advent toeleven naar het feest van de geboorte van onze Heiland, leeft een grote groep Nederlanders toe naar een ander hoogtepunt aan het eind van het jaar: de top 2000.

 

Begonnen in 1999 als een afsluitend muzikaal overzicht van de 20e eeuw is het inmiddels uitgegroeid tot een massaal evenement. Waarom lopen de kerken langzaam maar zeker leeg en groeit een fenomeen als de top 2000? Waarom zien we de vergrijzing in de kerk, ook bij ons, toeslaan en waarom weet de top2000 iedere jaar ook een jong publiek naar zich toe te trekken? Kunnen we als kerk iets leren van de top 2000?

 

Ere zij God staat niet in de top2000. Dat is jammer want zo’n geweldige lofprijzing had zeker niet misstaan in de lijst. Sterker nog, er staat geen enkel christelijk lied in de top2000, er staat zelfs geen gospel meer in. Terwijl gospel toch ten grondslag ligt aan de moderne popmuziek. De laatste gospel die er in stond was Oh Happy Day van de Edwin Hawkins Singers. Geen kerstnummer, maar een nummer wat past bij de Stille Week en Pasen. De kerstnummers die er wel in staan gaan over andere zaken, over liefde en eenzaamheid, Do they know it’s christmas time gaat over de honger in de wereld, Happy X-mas gaat over oorlog en vrede, Driving home for Christmas gaat over op tijd thuiskomen bij je geliefde voor de kerst. Thema’s die blijkbaar bij veel mensen leven. Raken wij als kerkelijk gemeenschap die thema’s genoeg aan? Weten wij mensen te verzamelen rond deze thema’s of vervallen wij in discussies over houten banken?

 

Achter de top2000 zit een enorme marketingmachine. De combinatie van allerlei moderne vormen van communicatie doet heel erg veel. In de kerk zijn we wel eens te benauwd om moderne technieken in te zetten. Het twitteraccount van OpenHofKampen telt slechts 94 volgers en de laatste tweet is van 6 november. Hoe het met Facebook zit weet ik niet.

 

De top2000 is allang niet meer een stapel liedjes, die op de radio wordt uitgezonden. Als de kerk begint met eerste advent, begint de top2000 met de zogenaamde stemweek. 3,8 miljoen stemmen zijn uitgebracht. Via social media, vooral Twitter en Facebook, wordt gedeeld welke liedjes iemand leuk vindt en belangrijker nog waarom iemand ze leuk vindt. Op televisie worden de liedjes met korte documentaires ontleed en in een soort quizprogramma gepresenteerd. In de krant kun je de lijst zien en het is zelfs een item in het NOS-journaal welke plaat er op 1 staat.

 

In de gesprekken die Adriaan en ik in de afgelopen veertien dagen mochten voeren ging het veel over de sfeer in de kerkelijke gemeenschap. Jullie gaven ons uitdrukkelijk mee dat de ontmoeting met elkaar een prioriteit heeft. We vinden ontmoeting allemaal belangrijk. In die ontmoeting hopen we gemeente van Christus te zijn en naar elkaar toe te groeien.

 

Die ontmoeting hoort ook bij de top2000. In Hilversum staat het top2000 café en mensen staan daar echt uren in de rij om er een halfuurtje binnen te mogen zitten. De website van de top2000 is in de laatste week van het jaar de best bezochte website van Nederland. Mensen delen daar hun verhalen en bovenal hun gevoelens. Want muziek gaat samen met gevoel. Waarom luister ik zelf naar de top2000, terwijl ik al die liedjes ook zelf op cd heb. Het is dat gemeenschapsgevoel, waar je bij wilt horen. Net zoals we in de kerk op zoek zijn naar dat gemeenschappelijke, doen we dat bij de top2000. Maar daar lukt dat uitstekend en wij zijn zoekende.

 

Well, we're all in the mood for a melody and you've got us feelin' alright zingt Billy Joel in zijn Piano man, vorig jaar op nummer 18. Muziek doet iets met mensen. En mensen zijn bereid hun emoties te delen met anderen. De website van de top2000 staat vol met persoonlijke verhalen van duizenden mensen. Verhalen over liefde en trouw, verhalen over pijn en verdriet, verhalen over hoop en gemis, eigenlijk allemaal verhalen die je ook binnen de kerk, binnen de gemeente tegenkomt. Alleen delen we ze daar niet zo massaal.

 

Er staan in de top2000 een heleboel onzinteksten, teksten zonder inhoud. Er staan ook heel veel mooie teksten in de top2000. Veel teksten die tot nadenken stemmen. Veel popartiesten halen voor hun teksten inspiratie uit hun geloof en de Bijbel. En ze weten met hun teksten heel veel jongeren te bereiken. In de kerk zoeken we naar wegen om jongeren een plaats te geven en ik denk dat we daarbij de kracht van muziek wel eens vergeten.

 

Toen God de wereld wilde vertellen dat zijn zoon geboren was koos hij voor een hele simpele liturgie: een korte verkondiging en een enkel lied. Het was voor Hem theologisch allemaal niet zo moeilijk, het hoefde geen taalkundig doorwrochte tekst te zijn: Eer aan God, vrede op aarde voor gelukkige mensen, waar Hij van houdt.

 

Het Ere zij God is een hoogtepunt in de kerk bij kerst. Mensen genieten nu al van het idee dat ze straks in een volle kerk dit lied mogen zingen met als het enigszins kan een mooie tegenstem van het koor. Alleen al voor dit lied gaan mensen naar de kerk. Bijzonder vind ik het wel dat we dit lied heel vaak zingen als een soort afsluiting. Zelfs vaak na afloop van de dienst, de predikant heeft de zegen uitgesproken en dan, net zoals bij het Wilhelmus, heffen we het volkslied van kerst aan. Ik daag onze predikanten uit om de preek bij de kerstdienst in tweeën te knippen en dan het Ere zij God als tussenzang een prominente plek te geven in de liturgie. Misschien is dat theologisch en liturgisch niet helemaal verantwoord, maar het is wel mooi en het raakt mensen in hun hart.

 

Muziek en de emotie daaronder heeft voor veel mensen bijzondere waarde, dat leert ons die top2000. Als kerk kunnen we daar iets mee. Door bijvoorbeeld geen zoektocht te houden naar de theologisch, liturgisch en taalkundig meest verantwoorde teksten in een lied, maar door te kiezen voor liederen die ons hart raken. De schriftlezing en de verkondiging zetten ons aan tot denken, geven ons een opdracht mee. De liedkeuze mag onze emoties aanraken. Of dat nu liederen zijn uit het liedboek, uit Johannes de Heer, uit Opwekking of uit de bundels van Hanna Lam. Liederen voor elk wat wils. Maar laten het liederen zijn die onze emoties oproepen, die ons hart raken en die we willen zingen tot eer van onze Heer en Heiland. Zo trekken in een kerkdienst gevoel en verstand samen op.                                                           




Vliegveld Lelystad (27-06-2014)

De procedure om een zienswijze in te dienen tegen de uitbreiding van Vliegveld Lelystad of tegen de vliegroutes is gestart. Tot 31 juli heeft iedereen de tijd om te reageren.


Wanneer u een zienswijze wilt indienen tegen het projectbesluit Vliegveld Lelystad, kan dat op de volgende manier:

Rechtstreeks. Kopieer de volgende link en zet die in de adresbalk van Internet: https://respons.itera.nl/Formulier/Ontwerp%20luchthavenbesluit%20Luchthaven%20Lelystad


Werkt deze link niet, dan kan dat ook op de volgende manier:

1          Ga naar www.centrumpp.nl

2          Klik op Projecten, U ziet dan twaalf projecten, het tiende project is Lelystad Airport: uitbreiding luchthaven.

3          Klik hierop. Het project wordt ingeladen. U krijgt nu allerlei informatie over de uitbreiding van Vliegveld Lelystad.

4          U klikt nu bovenaan in de tekst op: Zienswijze indienen op ontwerpluchthavenbesluit en milieueffectrapport

            Op ongeveer driekwart van de pagina komt u bij “Dien uw zienswijze digitaal in”

5          Klik hierop

6          U vult nu alle gegevens in, waaronder uw argumenten, waarom u tegen de uitbreiding bent van Vliegveld Lelystad of met onderdelen daarvan.

7          U klikt op akkoord en verzenden.

8          U informeert vrienden, buren en familie dat u een zienswijze hebt ingediend en vraagt hen hetzelfde te doen.

 

In mijn zienswijze heb ik de onderstaande argumenten genoemd. Misschien een inspiratie voor iedereen die een zienswijze wil indienen.

Met betrekking tot vliegveld Lelystad begrijp ik de meerwaarde van de uitbreiding van dit vliegveld. Economisch gezien kan dit voor Nederland in het algemeen en voor de regio in het bijzonder een voordeel opleveren.

Het kan echter niet zo zijn dat het welzijn van de burger daar meer dan gemiddeld onder zal moeten lijden. Met name de (geluids-)overlast van dalende en stijgende vliegtuigen zal een grote impact hebben op het leven van velen die onder of nabij de geplande vliegroutes wonen.

Indertijd heeft Hans Alders de verzekering gegeven (en dit staat als zodanig ook opgenomen in de randvoorwaarden) dat boven “Het Oude Land” niet gevlogen zal worden onder de 6000 voet. Bij bestudering valt op dat deze afspraak wel geldt voor Utrecht en Gelderland, maar niet voor Overijssel. Laatstgenoemde provincie is echt nog “Oud Land”.

Ik ben van mening dat boven het oude land geen verschil mag gelden tussen Gelders-,

Utrechts- en Overijssels grondgebied en dat daarom ook boven Overijssel in het algemeen en boven Kampen en al haar kernen (met name Wilsum, Zalk en Kamperveen) in het bijzonder tenminste een ondergrens van 6000 voet dient te worden aangehouden.

Ik verwacht een aantasting van mijn woongenot door geluidsoverlast van dalende en stijgende vliegtuigen. Het argument dat andere vliegroutes niet mogelijk zijn, omdat er rekening moet worden gehouden met bestaande vliegroutes, is mijns inziens geen redelijk argument. Deze vliegroutes kunnen immers gewijzigd worden. Het leefgenot van duizenden burgers is toch niet ondergeschikt aan vliegroutes? U kunt andere vliegroutes ook wijzigen, zodat ook boven het grondgebied van Overijssel minimaal op 6000 voet gevlogen kan worden.

Het is te verwachten dat met de groei van Schiphol de groei van Vliegveld Lelystad ook sneller zal gaan dan nu wordt verwacht. Ook zullen de vliegtuigen groter worden. Dat brengt extra overlast met zich mee.

Ik maak daarom bezwaar tegen de nu voorliggende routes en verzoek u dringend vliegroutes te kiezen die recht doen aan het eerder geformuleerde uitgangspunt van minimaal 6000 voet boven “Het Oude Land”.


Afscheidsspeech (30-05-2014)

Afgelopen woensdag nam ik afscheid van de gemeente als wethouder. Zoals in de pers al stond: met een lach en een traan. Maar ook met trots op wat bereikt is in de afgelopen vijf jaar en vier maanden. Ik heb met ongelooflijk veel plezier mijn werk mogen doen. Tijdens het afscheid sprak in onderstaande afscheidsspeech uit:


Mijnheer de voorzitter. Als automatisme zeg ik voorzitter, maar Bort, je bent helemaal mijn  voorzitter niet meer. Het is een beetje rare afscheidsspeech, want ik neem afscheid van een gemeenteraad, waarmee ik nooit heb kunnen samenwerken. Toch wil ik binnen uw kaders blijven. Daarom een vraag aan u: ik heb twee toespraken voorbereid. Boven de ene staat afscheidsspeech, beslaat zo’n drie kantjes. Boven de andere staat Over kunstgras valt veel te vertellen, die beslaat zo’n dertig kantjes en duurt achtenzeventig minuten. Zegt u het maar.

U weet niet wat u mist.

Op 4 november 1981 begon min of meer mijn politieke carrière. Ik had een gesprek met Arend Hengeveld. Ik stond voor het eerst kandidaat voor de gemeenteraad op de onverkiesbare elfde plek en had als broekie van 23 een gesprek met de aan mij toegewezen mentor. Oom Arend, zoals we zeiden, sprak de wijze woorden: “Pieter, als je denkt dat je in de politiek vrienden maakt, dan kun je nu beter stoppen.” Eigenwijs als ik was, dacht ik “wat een onzin”. Je kunt discussie voeren over de definitie van vrienden, maar ik heb in al die jaren veel goede contacten mogen opbouwen en die koester ik. In Brussel, in Den Haag, in het land, met collega’s in de Regio en natuurlijk in Kampen, maar bovenal met heel veel bestuurders en vrijwilligers van organisaties in ons mooie Kampen. Die contacten zijn niet weg, sommigen zullen verwateren, anderen zullen nog lang blijven bestaan.

Ik heb met veel plezier mijn werk mogen doen. Het mooiste was het om achter de schermen te sturen op processen, die voor Kampen belangrijk waren. 15 januari 2009 gaf Piet Romkes mij het dossier van de ontsluiting van onze industrieterreinen met de woorden: “Iedere wethouder heeft recht op een paar hoofdpijndossiers.” Vlak voor de kerst van 2012 lag de extra op- en afrit er.

Op 5 maart 2009 had ik met de provincie mijn eerste afspraak om te komen tot een IJsselmeeralliantie. Iedereen riep “kansloos”, incluis destijds de gedeputeerde. Maar talloze vragen, mailtjes, telefoontjes, moties en amendementen later in de staten van vier provincies, in het Europees Parlement, in de Tweede Kamer en in talloze gemeenten is er een alliantie gesmeed en staat Kornwerderzand op de agenda.  Ik moet eerlijk zijn: daar doe je het wel voor.

Ik heb het werk in de politiek zien veranderen. Ik heb de politiek zien veranderen. Het werd persoonlijker, het dreef soms van de inhoud af. De hoofdlijn wordt wel eens vergeten. De meeste raadsvragen gaan niet over kaderstelling of controle, maar over uitvoering.

Ik ben best wel trots op wat we als college voor elkaar hebben gekregen. In economisch opzicht is Kampen een speler van betekenis geworden in de regio. We hebben onze verantwoordelijkheid gepakt en gekregen. Binnen de Regio Zwolle, want wie denkt dat er lokaal nog economisch beleid gemaakt kan worden, leeft niet in de 21e eeuw. Binnen die Regio Zwolle zal Kampen zich moeten focussen op haar sterke punten: Logistiek, Watergebonden bedrijvigheid, de voedsel gerelateerde industrie en Toerisme en Recreatie. Het hengelen naar witteboordenwerkgelegenheid is een utopie. Economie is in de laatste jaren een echte beleidsportefeuille geworden en dat met maar 2,5 fte. De enige plek waar economisch lokaal beleid past is bij de Binnenstad. Wil onze Binnenstad de centrale plek blijven voor bezoekers dan moet de raad de moed hebben om die focus aan te brengen.

En als de raad haar controlerende taak oppakt, dan kan ze ook kijken wat er bijvoorbeeld terecht is gekomen van het door de raad gewenste beleid om Campers te laten betalen op het Berghuisplein. Kampen is vorig jaar weggezakt uit de top drie van populairste Camperbestemmingen naar een plek buiten de top 100. De campingeigenaren hebben geen toename van camperbezoek gehad en de Binnenstad mist vele tonnen omzet. Penny wise, pound foolish.

Toen ik vijf jaar geleden wethouder werd, kende Kampen geen portefeuille Duurzaamheid. Door deze portefeuille in het leven te roepen en te koppelen aan Economie en aan Energie en Innovatie zijn er met hulp van de raad forse stappen gezet naar een duurzamer Kampen. Niet alleen op gebied van energie, ook stadslandbouw begint zich te ontwikkelen, de vergroening van de binnenstad, duurzamer verbouwen van groenten in de Koekoek, dik tweeduizend zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen, aardwarmte, de eerste Kamper energiecorporatie is in oprichting, het bedrijfsleven heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen omarmt, enzovoorts. Jammer dat er intern geen lef was om ook in windmolens te investeren. Het had ons als organisatie in één klap klimaatneutraal gemaakt en in het meest negatieve scenario was het rendement van de investering altijd nog tien procent geweest.

Waar mijn hart zat, was bij de sport. Dat zal u niet ontgaan zijn. Samen hebben we ondanks de bezuinigingen toch veel kunnen betekenen voor de sport. Het beleid is van accommodatiebeleid, kijk naar de sportnota van 2008, omgezet in echt sportbeleid. Sport als middel om een hoger doelen als een gezonde leefstijl na te streven. Het aantal sporters is in Kampen gestegen. Sport is het tiende beleidsveld binnen het WMO-beleid geworden en we zijn daarmee voorloper in Nederland. De maatschappelijke relevantie van sport staat hoog op de agenda. Sporten om de sociale cohesie te bevorderen, mensen uit hun eenzaamheid te halen, jongeren zinvolle vrijetijdsbesteding te geven en ziekteverzuim terug te dringen. De economische waarde van sport is groot. Het Economic Board of Rotterdam heeft daarover een interessant  rapport gepubliceerd. Het loont om te investeren in sport. Iedere euro wordt meervoudig terugverdiend. En…de beste bezuiniging op de zorg is een investering in de sport.

Stoppen met het wethouderschap heeft ook zo zijn voordelen. Je wordt niet meer dag en nacht aangesproken over onderwerpen waar je wel of geen verstand van hebt. Ik heb nu eindelijk tijd om weer gewoon twee of drie keer in de week te trainen. Dat mag ook wel weer, zoals u ziet. Vijftien kilo aangekomen in vijf jaar tijd, dan is het ook wel eens tijd om te stoppen zullen sommigen gedacht hebben.

Aan het eind van iedere week ging de weekagenda mee naar huis. Linda vroeg dan gelijk: wanneer kan ik de auto meekrijgen? Het antwoord was meestal negatief. En  Agnes pakte een pen en noteerde: eet niet thuis, eet niet thuis, eet niet thuis. En verzuchtte dan bijna wekelijks: wanneer ben je er nu wel eens met het eten? Maar iedere avond als ik laat thuis kwam, was ze nog op en vroeg ze hoe het gegaan was. En iedere morgen als ik voor dag en dauw opstond om bijvoorbeeld ergens naar een vroege vergadering te gaan, stond ze met me op en ontbeten we samen. Zij was in die ruim vijf jaar mijn steun en toeverlaat en zonder haar steun had ik dit werk nooit kunnen doen. De impact op je gezin is in dit beroep enorm. Mijn schatten thuis hebben me veel moeten afstaan aan de gemeenschap. Ze hebben er dankzij een idioot uit de Binnenstad ook nog eens een zware prijs voor moeten betalen, maar ze stonden altijd achter me. Dank jullie wel.

Beste mensen, als wethouder moet je altijd en overal op je woorden letten. Uitkijken met het doen van een belofte, want als je zegt dat je je best ergens voor zult doen, wordt dat uitgelegd als: hij heeft beloofd dat het voor elkaar komt. Ik heb nog één bestuurlijke toezegging liggen, die ik nog moet nakomen. Toen Agnes en ik vijfentwintig jaar getrouwd waren kreeg ik van het college deze fraaie pet cadeau. Ik moet het dus toch nog even, ondanks uw kaderstelling, over kunstgras hebben.  Ik deed namelijk de toezegging deze nog een keer te dragen in de raadzaal. Daarom nog een laatste anekdote. Het zal u niet ontgaan zijn dat ik energie gestopt heb in het kunstgrasdossier. Voor 260.000 euro konden we KHC en DOS van kunstgras voorzien, terwijl de prijs anders 750.000 euro was. Maar het college dacht dat er geen draagvlak was in de raad. Het meeste wat ik daar kon krijgen was, dat ik de politiek het werk moest laten doen. Dat hoef je mij maar één keer te zeggen. Bij mijn eigen fractie kreeg ik echter geen steun, gevangen binnen een coalitie, die vond dat er al genoeg geld ging naar kunstgras. Geen motie vanuit mijn fractie dus. Goede raad was duur.

Ik had een ontmoeting met Bert Hofman van D’66 en legde hem mijn ideeën voor om ook KHC en DOS te kunnen bedienen. Ik vroeg hem of hij niet voor wat lastige vragen kon zorgen met eventueel een motie als toetje. En kijk, de lastige vragen kwamen, de antwoorden vanuit het college waren helder en uitnodigend en er kwam, een beetje laat op de avond of vroeg in de nacht, een motie. De politiek deed zijn werk. KHC en DOS kregen hun kunstgrasveld en de gemeente bespaarde een half miljoen euro. Klus geklaard.

Tot slot. Mijn wachtgeldregeling zal niet veel kosten, ik wil direct na de zomer weer aan de slag in het onderwijs. Dat bespaart in drie jaar tijd dus een fors deel op het wachtgeld. Die tonnen besparing kunnen gelijk gebruikt worden voor een extra kunstgrasveld voor IJVV. Misschien dat iemand nog een advies wil, hoe je dat soort zaken op een slimme manier in de raad brengt. Die komt maar langs.

Mensen, ik neem afscheid met een lach en een traan. Ik ben blij dat ik iedereen recht in de ogen kan kijken. Ik ben trots op wat ik voor Kampen en de regio heb kunnen betekenen. Ik heb ongelooflijk veel energie mogen halen uit mijn werk en bijzonder veel mooie contacten mogen opdoen. Dat neem ik mee naar morgen. Ik dank u voor uw geduld met mij en wens u Gods zegen op uw werk.

 

City-Marketing (01-04-2014)

Afgelopen maandag hebben we de kick-off bijeenkomst gehad van de City-Marketing Kampen. Ik mocht deze avond openen. Hieronder mijn toespraak.

WE GAAN KAMPEN OP DE KAART ZETTEN,  DAT HEBBEN WE MEER GEHOORD IN DE AFGELOPEN JAREN!

GOEDE BEDOELINGEN, TIENTALLEN ORGANISATIES, HONDERDEN MENSEN IEDEREEN WIST WAT GOED WAS VOOR KAMPEN.

MAAR OVER WELKE KAART HEBBEN WE HET DAN? MENUKAART           WANDELKAART            ANSICHTKAART      ZONNEKAART                      CENTRUMKAART    LEEFSTIJLKAART             RECREATIEKAART

IEDEREEN VANUIT GOEDE BEDOELINGEN ACTIEF, HET HEEFT IN DE AFGELOPEN JAREN IDEEEN GEREGEND  WE HEBBEN OOK ALLERLEI SLOGANS LANGS ZIEN KOMEN   CULTUURSTAD, MUSEUMSTAD, HANZESTAD, SPORTSTAD, VERENIGINGSSTAD, MUZIEKSTAD, KERKENSTAD, KERKORGELSTAD, GA ZO MAAR DOOR, VAN ALLES EEN BEETJE EN DUS EIGENLIJK IN TOTAAL NIETS

ALS IEDEREEN OP EEN EIGEN MANIER KAMPEN PROMOOT MET DE IDEEEN DIE HIJ/ZIJ ZELF HET BESTE VOND, MET DE LOGO’S EN THEMA’S DIE IN EIGEN OGEN HET MEEST KENMERKEND ZIJN VOOR KAMPEN, DAN BLIJFT HET EEN GERECHT MET ALLERLEI INGREDIENTEN, WAAR DE KAMPENAAR EN DE BEZOEKER GEEN SMAAKVOLLE SOEP VAN KAN KOKEN

OVER DIE IDEEEN NIETS DAN GOEDS  IN IEDER IDEE ZITTEN WAARDEVOLLE ELEMENTEN EN VEEL IDEEEN KUNNEN WE GEBRUIKEN  HET BEWIJST DAT ER ONGELOOFLIJK VEEL ENERGIE ZIT BIJ ONZE ORGANISATIES EN ONZE INWONERS EN WE HEBBEN DIE ENERGIE KEIHARD NODIG OM KAMPEN TE PROMOTEN

MAAR WELKE FOCUS BRENGEN WE AAN; HOE BETALEN WE HET; WIE HEEFT DE REGIE; WIE BETREKKEN WE ERBIJ OF WIE WIL ERBIJ BETROKKEN WORDEN; WELKE IDEEEN BENUTTEN WE EN NOG VEEL MEER VRAGEN

EEN DING IS DUIDELIJK: WE DENKEN DAT WE ALS STAD VEEL TE BIEDEN HEBBEN EN WE WILLEN ALLEMAAL ONS STEENTJE BIJDRAGEN OM DAT OOK NAAR BUITEN TE VERKOPEN

DAAROM PROCES IN GESTAPT: DE NOTA CITY-MARKETING VAN BUREAU OPEN IS VERTREKPUNT GEWEEST

DAAR KOMT OOK DE PARAPLU UIT DIE BOVEN DE CITY-MARKETING VAN KAMPEN HANGT: KAMPEN IS EEN MODERNE HANZESTAD.

WE KOESTEREN HET VERLEDEN, WE ZIJN TROTS OP ONS VERLEDEN, WE LOPEN GRAAG TE KOOP MET ONS VERLEDEN   MAAR WE BLIJVEN NIET HANGEN IN HET VERLEDEN   WE ZIJN EN BLIJVEN DIE HANZESTAD, MAAR DAN WEL EEN VAN DE 21E EEUW MET VERNIEUWENDE BEDRIJVEN, VERNIEUWENDE IDEEEN, INNOVATIES OP VELERLEI TERREIN                EEN MODERNE HANZESTAD DUS

WE ZIJN AAN DE SLAG GEGAAN   WE HEBBEN MENSEN GEVRAAGD OM MEE TE KIJKEN, TE REFLECTEREN.  IN EEN EXTERNE KLANKBRODGROEP KONDEN WE VEEL VRAGEN KWIJT EN KREGEN WE VEEL INPUT.  VIER MENSEN DIE ALS INDIVIDU ONS GEHOLPEN HEBBEN. 

ANJA KUIPERS VAN POORT 20, DAVID LEMSTRA VAN DE STOMME, ATIE EDINK MET ZIJN EVENEMENTENERVARING EN WOUTER BERNS, DE KUNSTENAAR   DANK VOOR JULLIE REFLECTIE, ONDERSTEUNING EN SUGGESTIES  WE HOPEN NOG LANG GEBRUIK VAN JULLIE KWALITEITEN TE KUNNEN MAKEN.

ER IS OP DE GEMEENTEBEGROTING GELD VRIJGEMAAKT   NU WORDT HET TIJD OM OOK ANDERE PARTIJEN TE VERBINDEN

BINNEN CITY-MARKETING HEBBEN WE FOCUS AANGEBRACHT  ER IS EEN LOGO, WAT STRAKS ONTHULD WORDT   WE ZIJN ER TROTS OP DAT HET LOGO IS GEMAAKT DOOR EEN KAMPER ONTWERPBUREAU

WE RICHTEN ONS IN EERSTE INSTANTIE OP DE BINNENSTAD Cellesbroek zalk

WE MAKEN DAARBIJ GEBRUIK VAN DE ACTUALITEIT  

DOOR DE BINNENSTADONDERNEMERS IS HARD GEWERKT AAN HET PROGRAMMA            KAMPEN OPENT POORTEN WAARBIJ OA WORDT NAGEDACHT OVER DE WINKELLEEGSTAND   WANT JE KUNT KAMPEN WEL PROMOTEN, MAAR ALS JE NIETS TE BIEDEN HEBT, IS JE VERHAAL NIET GELOOFWAARDIG MEER   

DANK AAN AL DIE ONDERNEMERS DIE MEEGEDACHT HEBBEN, STERKER NOG DANK AAN AL DIE ONDERNEMERS DIE ZICH OPWERPEN ALS TREKKER VAN HET PROJECT OF EEN DEELPROJECT. ZONDER DE INBRENG VAN AL DIE ONDERNEMERS ZOU HET EEN KANSLOZE MISSIE ZIJN VANUIT HET ONDERNEMERSFONDS WORDT OOK FORS GEINVESTEERD

DRIE THEMA’S SPELEN NADRUKKELIJK EEN ROL IN KAMPEN OPENT POORTEN

DE VIRTUELE POORT, DAARVOVER NA DE PAUZE

DE VERRASSENDE STAD ACHTER DE POORTEN MET LEUKE EVENEMENTEN, MUSEA EN WINKELS   DAAR HOORT BIJ DE LEUKE LANGE ZATERDAG  DE WINKEL OPEN VAN NEGEN TOT NEGEN MET VERBINDENDE THEMA’S ALS MUZIEK, CULTUUR, SPEL, MODE   WAAR HET WINKELEN OVER KAN GAAN IN HET ETEN EN HET UITGAAN

DE PROMOTIEWINKEL, WAAR JE ELKAAR KUNT ONTMOETEN, WAAR JE KUNT KIJKEN OF JE PRODUCT AANSLAAT, WAAR JE KUNT ZIEN WELKE KAVELS ER TE KOOP ZIJN IN KAMPEN, WAAR JE INFO KRIJGT OVER LEEGSTAANDE PANDEN, WAAR JE KUNT UITPROBEREN OF ONDERNEMER ZIJN IETS VOOR JE IS, WAAR EEN VERBINDING GELEGD KAN WORDEN MET KUNST, CULTUUR EN CREATIEVE BEDRIJVIGHEID,

MAAR VOORAL MOET DE PROMOTIEWINKEL EEN PLEK WORDEN WAAR ONDERNEMERS ELKAAR ONTMOETEN, ELKAAR BEVRAGEN, ELKAAR COACHEN, WAAR ONDERNEMERS IN SPE KUNNEN LEREN OF HET VAK IETS VOOR HUN IS, WAAR INNOVATIEVE BINNENSTAD-CONCEPTEN KUNNEN WORDEN BEDACHT EN UITGEPROBEERD

KORTOM DE PLEK WAAR JE ELKAAR WILT ONTMOETEN ALS JE VAN BETEKENIS WILT ZIJN VOOR DE BINNENSTAD

OM ALLE IDEEEN BIJ ELKAAR TE BRENGEN, OM FOCUS AAN TE BRENGEN, OM PARTIJEN TE VERBINDEN IS EEN KWARTIERMAKER AANGESTELD, MICHEL BUHRS, WAT HIJ GAAT DOEN, HOE ZIJN AANPAK IS, DAT GAAT HIJ U STRAKS VERTELLEN

HET LOGO VOOR DE CITY-MARKETING IS GEREED, DE KWARTIERMAKER IS BEGONNEN MET ZIJN WERK, DAARMEE IS DE REGIEROL VAN DE GEMEENTE EEN BEETJE AFGELOPEN,

WE NEMEN ALS GEMEENTE NU WAT MEER AFSTAND, WE BLIJVEN BETROKKEN, MAAR DE CITY-MARKETING VAN KAMPEN MAG GEEN SPEELTJE WORDEN VAN DE POLITIEK EN DE AMBTENARIJ. HET MOET VAN U WORDEN, BIJ CITY-MARKETING GAAT HET OM HET EIGEN HUIS OP ORDE HEBBEN EN DAN SAMEN NAAR BUITEN TREDEN. U MAAKT DEEL UIT VAN HET HUIS DAT KAMPEN HEET, MET ELKAAR GAAN WE KAMPEN PROMOTEN ALS DIE MODERNE HANZESTAD. U, IK, JIJ, WIJ, MET 51.000 AMBASSADEURS WANT CITYMARKETING IS NIET IETS VAN DE GEMEENTE, MAAR WEL VAN DE GEMEENSCHAP

OMDAT WE SAMEN VAN KAMPEN HOUDEN

 

 

Verkiezingsuitslag (23-03-2014)

Vorige week waren de verkiezingen voor de gemeenteraad. Ondanks alle pessimistische voorspellingen, hadden we in Kampen een mooi opkomstpercentage. Was dat in 2010 63,5 %, nu was dat hoger met 66,5 %.

Dat hogere percentage gaf wel allerlei bijzondere situaties. Zo won de CU, de grootste partij in Kampen, 110 stemmen, maar verloren ze in percentages 0,9 % en in de gemeenteraad toch een zetel. Dat had dan te maken met het groter aantal kiezers wat naar de stembus ging en met hun lijstverbinding met de SGP. Deze partij won 471 stemmen (van 12,5 % naar 13,5 %) en kreeg de restzetel van de CU, dankzij de combinatie.

Het CDA won 1,3 % en kreeg er liefst 598 stemmen bij. Resultaat was ook een zetel winst. De meeste winst ging echter naar de SP. Van 5,2 naar 11,2 %, 1622 stemmen meer en dat vertaalde zich in drie zetels winst. Dat is zeker een felicitatie waard.

De VVD hield haar drie zetels, maar steeg wel in stemmenaantal. 479 stemmen erbij en evenals het CDA 1,3 % winst. D’66 won elf stemmen, maar verloor door de hogere opkomst 0,4 % en bleef op één zetel steken.

Dan de verliezers. GroenLinks verloor slechts 87 stemmen, maar dat kostte ze wel een zetel. 0,9 % verlies. Ook de PvdA verloor. Zij gingen van 10,2 naar 6,5 %. Het verlies van 770 stemmen kost ook hen een raadszetel.

Grote verliezer is GBK. Zij zakten met 5 %, kregen 1049 stemmen minder. De fractie werd gehalveerd: van vier naar twee raadszetels.

Nieuweling PBBO haalde 395 stemmen en dat waren er 305 te weinig voor een zetel in de raad.

 

Je kunt allerlei rekenexercities loslaten op de verkiezingsuitslag. Het is gebruikelijk dat er gekeken wordt naar de coalitie. Hoe kijkt de kiezer daar tegenaan? De vier coalitiepartijen (CU, CDA, VVD, PvdA) wonnen 417 stemmen, maar gingen er in percentages wel op achteruit. Van 54,2 % naar 52,2 %. Dat is nog steeds een meerderheid. De kiezer heeft daarmee steun uitgesproken voor het gevoerde beleid met tal van lastige dossiers. Opnieuw heeft de kiezer IJsseldelta-Zuid niet als een mislukt dossier beschouwd en haar stemgedrag daarvan laten afhangen. Ook de grondbank is geen zwaard van Damocles geworden, zoals sommige oppositiepartijen hadden aangegeven in de verkiezingscampagne.

De niet-coalitiepartijen (eigenlijk is het oneigenlijk om in de Kamper raad van oppositie te spreken, over veel dossiers zijn we het eens, over weinig oneens) gingen van 45,3 % naar 46 %. Geen grote aardverschuivingen dus.

 

De confessionele partijen wonnen samen 1179 stemmen, in percentage gingen ze van 47,6 % (geen meerderheid) naar 49 % (nog steeds geen meerderheid). Maar in zetelaantal gingen ze van zestien naar zeventien zetels en dat is in de raad wel een meerderheid. Toch is het goed om te beseffen dat de Kamper bevolking meer gestemd heeft op een niet-confessionele partij dan op een confessionele partij. 49% tegenover 50,8 %.

 

Waarom de ene partij tegen de landelijke tendens in wint (bijvoorbeeld het CDA) en de andere tegen de landelijke tendens in verliest (bijv GBK) is moeilijk te analyseren. Kiezers kunnen niet op een hoopje worden gegooid. Eigenlijk zou je alle kiezers individueel moeten bevragen. De één stemt niet meer op partij X, omdat het beleid landelijk ze niet meer aanstaat of omdat ze niets heeft met de plaatselijke kopstukken of omdat de neef van een buurman op een andere lijst staat. Zo kun je nog wel dertig argumenten noemen. Dat blijft gissen.

 

Als je gaat kijken naar het CDA, dan zie je dat we tegen de landelijke lijn in gewonnen hebben. Komt dat door het optreden van de fractie? Komt het door mijn werkzaamheden als wethouder? Komt het door de goede lijst? Komt het door de goede campagne? Ook daar geldt dat het misschien allemaal een beetje meetelt, maar dat iedere kiezer weer een eigen afweging heeft gemaakt.

Wint de SP alleen door de landelijke opstelling van Roemer tegen de PvdA of speelt de oproep van Rie Woning een grote rol? Ook hier geldt dat alles meespeelt.

Waarom verliest GBK, terwijl overal lokale partijen winnen? Komt dat door het wegvallen van Rie Woning en Jan Elhorst, die altijd een grote eigen achterban hadden? Of speelt de opstelling van GBK in een aantal debatten mee? Ook hier geldt dat je nooit precies achter de argumenten van de kiezer komt.

Iedere partij zal zelf wel aan analyse loslaten op de verkiezingsuitslag. En daarbij wordt gekeken naar landelijke invloeden, plaatselijke invloeden, de samenstelling van de lijst, opstelling in het verleden en verwachtingspatroon voor de toekomst. Iedere partij moet zelf conclusies trekken en leren van de uitslag. Winnaars zullen misschien bevestigd worden in een aantal ideeën, verliezers hebben reden om in de spiegel te kijken. Voor beiden geldt: resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.

 

Samen zullen de negen fracties weer beleid moeten maken voor onze gemeente. Ik hoop dat dat op een constructieve manier gaat gebeuren.

 

Wat de toekomst voor mij brengt, is nog ongewis. De informatieronde van Janco Cnossen (die ik ken als een integere en prima bestuurder) is net begonnen. Eerst wordt gekeken welke partijen samen in een coalitie gaan werken. Het lijkt logisch dat het CDA daarbij zit, omdat zij vanuit de coalitie een zetel gewonnen hebben. Maar niets is zeker.

Mocht het CDA in het college komen, dan ben ik kandidaat-wethouder. Maar ook dat is geen automatisme. Er moet wel een portefeuille komen die bij mij past en ook de fractie zal mij dan eerst nog moeten aanwijzen als wethouder. Zover is het nu nog niet. Komen de partijen er snel uit, dan zou de benoeming van het nieuwe college op 24 april kunnen plaatsvinden.

 

De CDA-kernboodschap mbt Sport (25-02-2014)

 

Vorige week verscheen het zogenaamde Sportstimuleringsteam vanuit het landelijk CDA-sportnetwerk, waar ik deel van uitmaak. Veel van de acties die worden gepromoot zijn al beleid in Kampen of worden voorbereid. Op zich is dat logisch. Ik mag mezelf mede-auteur noemen van dit sportstimuleringsteam.

 

Sport is maatschappelijk goud, dat verzilverd moet worden.

 

Sporten bevordert een goede gezondheid, draagt bij aan sociale contacten en levert economisch rendement op. Mensen die regelmatig sporten verzuimen minder vaak op hun werk. Leerlingen die regelmatig sporten behalen gemiddeld betere prestaties.

  

Sport is het instrument voor een gezonde leefstijl. Het CDA-sportstimuleringsteam verbindt zich in beleid met andere thema’s als de WMO, Onderwijs, Welzijn, Duurzaamheid. Sport speelt een zeer belangrijke rol bij de sociale samenhang in de maatschappij. Het CDA-sportstimuleringsteam wil graag (met zorgaanbieders en andere instituten) lokale actieplannen opstellen om maatschappelijke doelen te realiseren, zoals het voorkomen van overgewicht bij kinderen. Gemeenten mogen ook wat terugvragen aan de sportverenigingen voor alle ondersteuning vanuit de overheid. Zo wordt sportclubs gevraagd om hun sportaanbod te verbreden met een aanbod voor speciale doelgroepen,

 

zoals ouderen, mensen met een beperking, chronisch zieken, enzovoorts. Uiteraard organiseert iedere sportclub als één van de tegenprestaties minimaal eens per jaar een actie ten behoeve van het Jeugdsportfonds, wat zich ook mag verheugen op ondersteuning vanuit de overheid. 

 

De opstelling van het CDA-sportstimuleringsteam:

 

1. De gezonde school. 

Scholen worden gestimuleerd om het vignet Gezonde School aan te vragen. Bij de BSO wordt samengewerkt met sportverenigingen. Ook is er aandacht voor gezonde voeding. Het programma Ik Lekker Fit besteedt aandacht aan bewegen en voeding.

 

2. Waardering vrijwilligers. 

Vrijwilligers bij (sport-)verenigingen verdienen waardering en ondersteuning van de overheid. Verenigingen krijgen een actieve continue ondersteuning bij het werven van vrijwilligers.

 

3. Toegankelijkheid. 

Sportaccommodaties dienen toegankelijk te zijn voor minder-validen en ouderen. Deze doelgroep wordt soms vergeten, maar hoe langer ouderen en minder-validen blijven bewegen, hoe minder snel ze een beroep moeten doen op soms kostbare ondersteuning van de overheid.

 

4. OZB-vrijstelling. 

Geef sportverenigingen OZB-vrijstelling voor hun gebouwen.

Sportverenigingen dragen enorm bij aan allerlei maatschappelijke doelen. Een OZB-vrijstelling maakt het voor sportclubs eenvoudiger om die maatschappelijke doelen te bereiken.

 

5. Taakveld WMO. 

Maak sport tot één van de taakvelden van de WMO. Verantwoord sporten onder deskundige leiding heeft een positief effect op de volksgezondheid en zorgt zo voor lagere kosten binnen de WMO. Een sporter is op het werk productiever dan een niet-sporter.

 

6. Relatie welzijnswerk. 

Koppel het buurt-, ouderen-, jongeren- en wijkgericht werk aan sportverenigingen en bepaal samen met de sportclubs beweegdoelen. Welzijnsinstellingen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een gezonde leefstijl. Een toernooi voor keetjongeren, een straatspeeldag voor kinderen, een wandeltocht voor ouderen, voorbeelden te over van activiteiten die door welzijnsinstellingen georganiseerd kunnen worden i.s.m. sportverenigingen.

 

7. Sportstimulerende omgeving. 

Richt in woonwijken de omgeving in met sport- en beweegtoestellen en maak slimme / eenvoudige combinaties die bewoners uitdagen om te bewegen. Beweegvriendelijke wijken: uitnodigende beweegtoestellen stimuleren een gezonde leefstijl. Het aanbrengen van suggestiestrepen op voetpaden bijvoorbeeld laat zien dat kinderen daar hardloopwedstrijdjes gaan houden. Er is veel verantwoord aanbod. Samen met bijvoorbeeld woningbouwcorporaties en het bedrijfsleven kan er voor weinig geld veel gedaan worden aan bewegen in de buurt.

 

8. Wijziging bestemmingsplan.

Sportparken hebben nu nog de bestemming ‘sport & recreatie’. Verander die bestemming in ‘maatschappelijk’. Het maakt multifunctioneel gebruik van sportaccommodaties makkelijker, waardoor sportclubs meer kunnen bijdragen aan maatschappelijke doelen.

 

9. Zonnepanelen. 

Zorg ervoor dat zonnepanelen op sportaccommodaties kunnen worden voorgefinancierd. Door een lager energiegebruik en dus lagere stroomkosten kunnen verenigingen de voorfinanciering terugbetalen. Gemeenten kunnen vanuit hun stille reserve voorfinancieren. Sportverenigingen hebben daarna een veel lagere energierekening. De winst kunnen de verenigingen gebruiken om de gemeente terug te betalen, daarna helpt deze winst de clubs bij het betaalbaar houden van hun sport.

 

10. Buurthuis van de toekomst. 

Maak van sportkantines de buurthuizen van de toekomst. Er is geen enkele voorziening zo laagdrempelig als een sportpark. Gebruik deze sportparken als de nieuwe ontmoetingsplekken. Alle welzijnsinstellingen kunnen vanaf de sportparken de wijken eromheen bedienen. Mensen uit de wijk kunnen in hun vrijetijd sporten en vrijwilligerswerk doen op dat sportpark. Een mooier voorbeeld van sociale samenhang is niet te bedenken.

 

11. LED-verlichting. 

Zorg ook dat lichtmasten met LED-verlichting op sportaccommodaties worden voorgefinancierd. Door een lager energiegebruik (en dus lagere stroomkosten) kunnen verenigingen de voorfinanciering terugbetalen. Gemeenten kunnen vanuit hun stille reserve voorfinancieren. Sportverenigingen hebben daarna een veel lagere energierekening. De winst kunnen de verenigingen gebruiken om de gemeente terug te betalen. Daarna helpt deze winst de clubs bij het betaalbaar houden van hun sport.

 

 Week van de ondernemer (28-01-2013)

Dertig werkbezoeken en meer dan tweehonderd ondernemers ontmoeten. Dat is de uitdaging tijdens “De Week Van De Ondernemer” die ik organiseer van 3 t/m 7 februari.

 

De bedoeling is om in een grote finale ondernemers de kans te geven hun wensen voor het economisch beleid van de gemeente mee te geven.

 

We hebben in de afgelopen twee jaar in talloze gesprekken, bij de pizzabijeenkomsten en tijdens werkbezoeken al heel veel informatie van ondernemers meegekregen. Omdat de ambtelijke organisatie dit voorjaar een start zal maken met het schrijven van de nieuwe Nota Economie, wil ik in een kort tijdsbestek nog zoveel mogelijk ondernemers de mond gunnen.

 

We beginnen de Week van de ondernemer al iets eerder met een soort aperitief en amuse. Op woensdag 29 januari hoop ik veel zp-ers en mkb-ers te treffen bij de Open Coffee morgen bij de Stomme van Campen. Graag hoor ik van hen hoe zij denken over het economisch beleid van de gemeente en wat ze belangrijke speerpunten vinden voor de komende jaren.

Donderdag 30 januari woon ik het eerste tuinbouwcafé in Kampen bij. Bij Wezenberg aan de Veilingweg zullen veel tuinders aanwezig zijn en luister ik naar hun inbreng.

 

Dan de Week van de ondernemer. Maandagmorgen begin ik om half acht in café De Lantaarn, waar traditioneel de mensen van de maandagmarkt elkaar ontmoeten. Ik heb dan een gesprek met de zgn. maandagmarktcommissie. Daarna zal ik op de maandagmarkt een aantal kramen bezoeken en van individuele marktkooplui horen hoe ze denken over de toekomst van de maandagmarkt.

Verder bezoek ik maandagmorgen twee bedrijven in Kampen: Wanpla en Lichttotaal. Bedrijven die erg bezig zijn met innovatieve ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid.

 

Tussen de middag is de lunch gepland die we regelmatig hebben met de voorzitters van de ondernemersverenigingen. OVK, IC OVIJ, ZP-Kampen en VOC zijn daarbij aanwezig. Samen bespreken we allerlei economische zaken uit onze gemeente.

’s Middags staat de Binnenstad centraal. Ik bezoek MacHelp, Blue Music, Etos, Sport2000, Reuyl, Trendy Women, Fikse, Charlie Mode, Aquashop en Happy Garden. Uiteraard zal de gezamenlijke aanpak van gemeente en OVK van de winkelleegstand onderwerp van gesprek zijn.

 

Dinsdag is de reguliere collegedag, maar we brengen dan met het hele college wel een werkbezoek aan een bedrijf. We gaan op bezoek bij Broshuis.

Vanaf 17.00 uur hebben we een stamppotbijeenkomst bij de Vier Jaargetijden. Het is een themabijeenkomst over Toerisme en Recreatie. We hopen met veel ondernemers uit deze branche iets te leren van het Regionaal Bureau voor Toerisme van Rivierenland. Verder medewerking van MarketingOost. Uiteraard ook tijd om te netwerken en samen nieuwe producten te bedenken.

 

Woensdagmorgen ontbijt ik om half acht met de ondernemers van het Markeresplein. De toekomstplannen van dit wijkwinkelcentrum staat centraal.

De rest van de morgen leg ik werkbezoeken af bij Siebrand, Jac.vd Vegt & Zn, Postuma AGF en Wielink. Onderwerp van gesprek is de herstructurering van Spoorlanden.

 

’s Middags bezoek ik vijf bedrijven op industrieterrein Zendijk: Trekvaart Keukens, Dekatel, Stoter, Van der Tol Medisch, Veltman Print.

 

Vanaf 17.00 uur hebben we dan een bijeenkomst in de Stadsgehoorzaal over creatieve industrie. Rutger van Dommele, student Windesheim, vertelt over zijn afstudeeropdracht over creatieve industrie in Kampen. Jan van Popta, lector aan Windesheim gaat daarna in op trends in de creatieve industrie. Uiteraard veel ruimte voor netwerken en discussie.

 

Donderdagmorgen staat in het teken van de revitalisering Haatland. Werkbezoeken aan Schaepman, A4 hydrauliek, Snippe en Schouten.

 

Na de BenW-lunch met het Leger des Heils trek ik naar Kampereiland. Bij de miniatuurboerderij van Koers spreken we met agrariërs over het thema “Heeft boeren in Kampen nog toekomst?” Deze bijeenkomst wordt ondersteund door de Kamer van koophandel en de Agrarische Hogeschool van Dronten. Ook hier natuurlijk een luisterend oor van de gemeente richting ondernemers.

 

Om 17.00 start dan de themabijeenkomst over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen bij Impact. Collega Lidi Kievit zal wat vertellen over het Sociaal akkoord van de Regio Zwolle. René Paas voorzitter van Divosa zal deze bijeenkomst leiden. Veel tijd voor een panel- en zaaldiscussie. De relatie tussen Economie en Werk & Inkomen zal in de komende tijd steeds sterker worden. Alle reden om dit aspect ruim aandacht te geven in deze week.

 

Vrijdag mag ik dan CDA-Tweede Kamerlid Agnes Mulder, woordvoerder economie, ontvangen. We brengen een bezoek aan Peters Shipyards, waar het gaat over innovaties in de scheepsbouw. Daarna zitten we bij Graansloot met gasten van Schuttevaer, Bruine Vloot en Zuiderzeehaven. Dan spreken we over de openingstijden van bruggen en sluizen, de Europese wetgeving voor historische charterschepen en over de vergroting van de sluizen bij Kornwerderzand. Vervoer over water is de paraplu deze ochtend.

 

’s Avonds mag ik de economie even loslaten voor de jaarlijkse sportverkiezing. Overigens is het voor ondernemers goed om te weten dat sportende werknemers een hogere productiviteit hebben en gemiddeld vijf dagen per jaar minder verzuimen. Sporten is dus ook een economisch belang.

 

De Week van de ondernemer is dan nog niet helemaal ten einde. Zondag volgt het toetje. In het kader van onze samenwerking met PECZwolle ontvangen we dan het Havenbedrijf uit Amsterdam. Met Meppel en Zwolle en veel watergebonden bedrijven uit onze regio kan er prima genetwerkt worden met collega’s uit Amsterdam. We zullen eerst iets vertellen over de ontwikkelingen richting één havenbedrijf ZKM, waarna er tijd is voor de wedstrijd PECZwolle-Ajax.

 

Een mooie drukke week met een mooie rode draad: ondernemers in de lead bij het beleid van de gemeente. Ik heb er zin in.

 

Terug- en vooruitblik Sport (15-01-2014)

 

Aan het eind van deze raads- en collegeperiode is het goed om terug te kijken en vooruit te kijken naar de sport in Kampen en het gevoerde sportbeleid. Natuurlijk had de sport te maken met de bezuinigingsrondes die we hebben gehad en net zoals alle andere beleidsterreinen zijn de bezuinigingen behoorlijk binnengekomen. De tariefsverhoging van de sportvelden- en sportzalenhuur heeft iedere penningmeester hoofdbrekens opgeleverd. Ook het wegvallen van de jeugdsubsidie heeft pijn gedaan.

 

Sport heeft een bijzonder belangrijke functie in de maatschappij. Uit onderzoek blijkt dat leerlingen die regelmatig sporten betere prestaties halen op school. Dat sporters gemiddeld vijf dagen per jaar minder verzuimen op hun werk dan niet-sporters. Dat de kans op Alzheimer vijftig procent kleiner is bij sporters. Dat sporters meer vrijwilligerswerk doen dan niet-sporters. Zomaar een paar voorbeelden. Het is daarom goed om bij toekomstige bezuinigingen de sportverenigingen te ontzien. Ik ben blij dat mijn eigen partij in het verkiezingsprogramma de volgende zin heeft opgenomen: “Omdat verenigingen een belangrijk aandeel hebben in de sociale cohesie van de Kamper samenleving, worden ze bij toekomstige bezuinigingen zoveel mogelijk ontzien.”(CDA-verkiezingsprogramma 3.2.2.)                                                                                

 

Ondanks de bezuinigingen is er in de afgelopen periode bijzonder veel gerealiseerd of in gang gezet. Daar ben ik best wel trots op. Een kleine opsomming:

 

-       De accommodatie van de hockeyclub HCK is uitgebreid, het hoofdveld is gerenoveerd.

-       De atletiekbaan van AV Isala ’96 is gerenoveerd

-       De voetbalverenigingen DOSK, Go Ahead, IJVV, KHC, Wilsum en Zalk hebben een kunstgrasveld gekregen (mede dankzij een CDA-motie uit de vorige periode)

-       kvDOSKampen en Go Ahead hebben uitbreiding gekregen van hun kleedkameraccommodatie.

-       wsvIJsselmuiden heeft een schitterende renovatie en uitbreiding gekregen van hun jachthaven.

-       Bij Wilsum is de watersport verblijd met een mooie aanlegsteiger.

-       De discussie over zwembad Sonnenberch is afgerond. Het zwembad wordt gekoppeld aan de sportschool.

-       De voorbereidingen voor nieuwbouw van Zwembad deSteur liggen op schema. We zijn straks dankzij een nieuw zwembad per jaar veel minder euro’s kwijt aan zwemmen dan nu het geval is.

-       De bestemmingsplannen van de sportparken wordt gewijzigd in maatschappelijk (CDA-motie), zodat verenigingen meer kansen krijgen voor extra activiteiten.

-       Het jeugdsportfonds (CDA-motie) geeft steeds meer kinderen de kans om toch te sporten, ondanks de slechte financiële situatie thuis.

-       Er is een bijzonder sportprogramma voor kinderen met een beperking ontwikkeld, Special Heroes, waaraan vele Kampenaren deelnemen.

-       De sportdeelname is met meer dan twee procent gestegen, mede dankzij allerlei sportstimuleringsmaatregelen.

-       De Kamper breedtesportimpuls geeft verenigingen de kans extra aandacht te besteden aan sportpromotie.

-       Dankzij goed lobbywerk hebben Kamper verenigingen als RKDOS, KJLTC en Go Ahead gelden uit Den Haag gekregen voor bijzondere sportstimuleringsacties. Freerunning is daar een mooi voorbeeld van.

-       Kampen heeft meerdere combinatiefunctionarissen rondlopen die school en sport met elkaar verbinden.

-       Sportservice heeft tal van projecten bij diverse sportverenigingen uitgevoerd.

-       Het project “De vitale sportvereniging” is in gang gezet.

-       Veel sportverengingen hebben het traject “Alcohol en sport”afgelopen.

-       Het project “Ik lekker fit” kende duizenden deelnemers.     

-       Sport is toegevoegd als prestatieveld aan de WMO.

-       Het wandelnetwerk in de IJsseldelta is opgeleverd.

-       Er is een start gemaakt met de nieuwe accommodatie van de wielerclub KWC.

 

 

In de komende periode zal steeds vaker gesproken worden over de kracht van de sportverenigingen. Sport is steeds meer een belangrijk middel geworden om maatschappelijke doelen te bereiken. Binnenkort zullen we in Kampen starten met het project JOGG (jongeren op gezond gewicht), waarbij de sport een belangrijk aandeel zal hebben.

 

Nog dit voorjaar gaan we starten met een sportparkmanager op Sportpark De Maten/De Venen. Dat zal de verenigingen veel opleveren.

 

In het kader van duurzaamheid zullen verenigingen een energiescan kunnen laten uitvoeren op hun accommodatie, waarna er goede mogelijkheden zijn om met steun van subsidies allerlei energiebesparende maatregelen te nemen.

 

Er wordt in overleg met de verenigingen nieuw kleedkamerbeleid ontwikkeld. Veel kleedkamers naderen het einde van hun levensduur en moeten worden vervangen.

 

Er zullen buurtsportcoaches worden aangesteld die allerlei sportactiviteiten bij verenigingen gaan organiseren voor sporters en niet-sporters uit de omliggende wijken.

 

We gaan verder met de breedtesportimpuls, met Special Heroes, met combinatiefunctionarissen, met Sportservice.

 

De gebruiksmogelijkheden van sportkantines worden verruimd.

 

Het nieuwe zwembad deSteur wordt eind 2016 opgeleverd.


De wieleraccommodatie van de KWC wordt opgeleverd met als extra toevoeging een mountainbikeparcours.

 

Belangrijkste thema zal het project “De vitale sportvereniging” zijn, waarin sportclubs verbindingen aan zullen gaan met de buurt, met welzijnsorganisaties, met professionele partners. Daarmee wordt het bestaansrecht van sportverenigingen vergroot, krijgen ze meer financiële draagkracht en zullen meer mensen de sportclub gaan beschouwen als hun tweede thuis. Ik heb in dit project al heel veel plezier beleefd aan alle voorbereidingen. Ik hoop minstens zoveel plezier te beleven aan de uitvoering, die nu voor de deur staat.

 

 

 

Sport leeft in Kampen. Ik vind het mooi om daar samen met de Sportraad en de sportclubs aan mee te boeien. Ik zie wel om me heen dat sport lang niet bij iedere partij de support krijgt die het verdient. Ik ben blij dat sport bij mijn eigen partij, het CDA, wel de aandacht krijgt die het verdient.

 

 

TOP2000 (24-12-2013)

De vijftiende top2000 staat weer op het punt van beginnen. Als muziekliefhebber is dat een jaarlijjks hoogtepunt voor mij. Wel zie ik heel langzaam maar zeker de top2000 verschuiven. Steeds meer hardrock en heavy metal. Normaal gesproken is dat niet de muziek van Radio2. Mede daardoor verdwijnen nummers uit de top2000, die in mijn ogen daar wel thuis horen. Oh happy day bijvoorbeeld of Ferry cross the Mersey. Klassiekers die beter passen bij radio2 dan metallica.

Vanuit huize Treep is ook weer breed gestemd. Natuurlijk staat mijn grote favoriet bovenaan. Chicken Shack (de voorloper van Fleetwood Mac) met het schitterende I'd rather go blind. 1726 is dit jaar het resultaat. Vijfendertig van de "Treep-nummers" hebben de top2000 gehaald. Vijftien helaas niet. Pink Floyd en diverse bewerkingen van Summertime strijden om de voorrang.

Gestemd is er op:

 

Chicken Shack - I'd rather go blind Pink Floyd – Another brick in the wall, Wish you were here, Shine on you crazy diamond, One of these days, Temptations – Papa was a rollin’ stone, White Plains - When you are a king, Manfred Mann’s Earth Band - Father of day, father of night, Joan Baez - Sacco & Vanzetti, Fields - Friend of mine, Edwin Hawkins Singers - Oh happy day, Chuck Mangione - Children of Sanchez, Blood, Sweat & Tears - Spinning wheel, Billy Stewart – Summertime, Billy J. Kramer & the Dakotas - Little children, Bee Gees – Holiday, Billy Joel - Piano man, U2 – Bloody Sunday, Walk on, I still haven't found what I'm looking for, Supertramp - Fool’s overture, Eagles - The last resort, Deep Purple - Smoke on the water, Jackson Browne - The load out / Stay, Lou Reed - Perfect day, Simple Minds - Alive and kicking, Crosby, Stills, Nash & Young - Almost cut my hair, Suite: Judy blue eyes, Van Halen – Jump, Iron Butterfly - In a gadda da vida, Jethro Tull - Locomotive breath, Bourée, John Lennon - Working class hero, Peter Gabriel – Biko, Midnight Oil - Beds are burning, John Farnham - You're the voice, Brainbox – Summertime, Hollies - He ain't heavy, he's my brother, Rare Earth - Get ready, Led Zeppelin – Kashmir, Ella Fitzgerald en Louis Armstrong - Summertime, Kinks - Celluloid heroes, White Soxx – Versailles,  Buffalo Springfield - For what it’s worth, Stealers Wheel - Late again, Billie Holiday – Summertime, Strange fruit, Wallace Collection - Daydream


ZATERDAGMARKT (18-12-2013)

Gisteren hebben we uitgebreid overleg gehad over de zaterdagmarkt. Er waren gelukkig veel mensen aanwezig. De zaterdagmarkt zelf was vrijwel compleet aanwezig. Daarnaast de horeca van de Plantage, winkeliers die uitkijken vanaf de Oudestraat op de zaterdagmarkt en ook nog een bewoner. Ook een paar raads- en commissieleden hebben meegeluisterd bij het overleg.

De proefopstelling van afgelopen zaterdag kon bij veel mensen op draagvlak rekenen, maar werd toch als niet geschikt bestempeld. Drie belangrijke kritiekpunten speelden daarbij een rol:

-       Twee bloemisten, Hoogstede en Hollander, naast elkaar vond men geen gelukkige opstelling

-       De viskraam van Bottenberg voor Efes is ook niet gelukkig. Vooral in de zomer, wanneer Efes graag de voordeur open heeft, zou dit problemen geven. Problemen met de geur van de vis, de moeilijke bereikbaarheid van de de voordeur, de breedte van de wagen van Bottenberg.

-       De brandweer heeft erg veel moeite met het maken van de bocht tussen Bottenberg en Hoogstede groenten. Hier moet eigenlijk een meter extra worden gecreëerd en daar is niet echt ruimte voor.

De opstelling van 14 december wordt het hem dus niet.

Ik heb verteld dat de zaak nu echt onder tijdsdruk komt te staan. Immers, 20 januari buigt de raad zich over de zaterdagmarkt. Ik heb de raad de keus gegeven tussen twee opties: niets doen en alles dus bij het oude laten of, conform de aangenomen motie in de raad, de markt verplaatsen van de plantage. Bij de laatste optie staan de marktkooplui dan in de Vispoort, op het Unieplan en/ of het Koeplein.

Omdat iedereen graag de relatie tussen markt, Oudestraat en horeca in stand wil houden was er inmiddels ook door alle betrokkenen hard gewerkt aan nieuwe indelingen. Eén daarvan lijkt kansrijk. Dan blijven Bottenberg, Hoogstede bloemen, de kaasboer of de notenkraam en Hollander bloemen op de Plantage. Hoogstede groenten zou dan verkassen naar de hoek van de Vispoort en voor een deel op de Oudestraat voor het museum en de rest van de markt zou in de Vispoort kunnen. Voor Tran moet nog wel een goede plek gezocht worden, want het idee om hem op de hoek Vispoort / Oudestraat te zetten tegenover de Plantage is voor mij niet acceptabel. De brandweer kan dan op geen enkele manier de bocht maken. Ik heb de ondernemers meegegeven dat het oordeel van de brandweer door mij zeer zwaar zal worden meegewogen. Werk aan de winkel dus,

Mooi is het wel dat nu eindelijk het overleg goed op gang is gekomen. Tran zei het wel mooi gisteravond. Hij gaf aan dat onder druk van de wethouder iedereen nu eindelijk beseft dat ze er samen uit moeten komen, omdat anders de gemeente beslist.

De raad geeft uiteindelijk haar mening. Ik heb wel gezegd dat ik denk dat de raad akkoord zal gaan met iedere oplossing, waar draagvlak voor is. Maar omdat de raad op 20 januari overleg heeft, moet er voor die datum helderheid zijn.

Ik heb de markt de ruimte gegeven om op 11 januari opnieuw een proefopstelling neer te zetten. Eigenlijk wilden ze twee proefopstellingen, maar dat wordt me te gortig. Je kunt niet blijven hinken op twee gedachten. Nu moet er eenheid gesmeed worden. Als iedereen een beetje water bij de wijn doet (eigenlijk een slechte uitspraak voor de horeca) moet het toch lukken om er uit te komen. Onder druk wordt alles vloeibaar.

Ik ben blij dat de druk van de gemeente heeft gewerkt. Anders was het modderen gebleven. Er was ook waardering voor de ruimte die ik nu heb geboden. Op 11 januari gaan we kijken en wie weet is iedereen, inclusief de raad, dan tevreden.

Markt, horeca en winkeliers hebben elkaar nodig. Bezoekers aan de één laten zich toch verleiden om ook iets te kopen of te nuttigen bij de ander. En het blijft op die manier een kloppend hart in onze Binnenstad. De uistraling van de Plantage als terrassenplein neemt toe en de markt behoudt haar A-locatie. Of, zoals Het Stoepje aangaf, die in de Vispoort staat, een AA-locatie.

 

Kamperlijn (07-11-2013)

De kogel is door de kerk: de Kamperlijn blijft bestaan en groeit op termijn uit naar een vier ker per uurs verbinding. Bij Stadshagen komt een extra halte, waardoor de inwoners van Stadshagen op een snelle manier naar de binnnenesteden van Zwolle en Kampen kunnen. Dat is goed nieuws voor de trouwe reizigers van het hoogst gewaardeerde trainlijntje van Nederland, die met 96 % ook nog eens de hoogste betrouwbaarheid kent.

Na lang praten tussen Overijssel, Zwolle, Kampen en ProRail is dat voorstel afgelopen dinsdag aangenomen door de colleges van GS en BenW en zal dat nog dit jaar door de staten en raden besproken worden.

 

Het volledige persbericht met alle relevante informatie:

 

Dit is een gezamenlijk persbericht van de provincie Overijssel en de gemeenten Zwolle en Kampen.
 
Zwolle, 7 november 2013
 
Kamperlijn blijft treinverbinding, opwaardering in fases 
Elektrificatie, halte in Stadshagen en hogere snelheid
 
 
De Kamperlijn blijft een treinverbinding. Die keuze leggen Gedeputeerde Staten van Overijssel en B&W van de gemeente Zwolle en Kampen aan Provinciale Staten en de raden voor, na een studie rond de vervoersopties bus, trein en tram. Met de keuze voor de trein krijgt het spoortraject tussen Zwolle en Kampen de komende jaren een flinke opknapbeurt door elektrificatie van de lijn, de aanleg van meer haltes en een hogere frequentie. De uitbreiding vindt in verschillende fases plaats.
Tussen 2015 en 2017 wordt de Kamperlijn geëlektrificeerd en komt er een halte in Stadshagen en een tunnel voor het autoverkeer ter hoogte van de nieuwe halte. De tunnel is nodig om de verbinding tussen de verschillende wijken in Stadshagen te verbeteren en de veiligheid rond het spoor te garanderen. Ook gaat de snelheid van de trein omhoog van 100 naar 130 tot 140 km/uur. Daarnaast wordt naast de bestaande spoorbrug over de Blaloweg in Zwolle een fietsbrug aangelegd, waarmee de fietssnelweg tussen Zwolle en Kampen wordt verbeterd.
Provinciale Staten en de gemeenteraden van Zwolle en Kampen nemen binnenkort een  besluit over de voorstellen voor de aanpak van de Kamperlijn.
 
Meer haltes en hogere frequentie
Het afgelopen anderhalf jaar hebben de drie overheden de verschillende vervoersopties voor de Kamperlijn, te weten: bus, trein en tram bestudeerd en tegen elkaar afgewogen. Met de keuze voor de trein blijft het oorspronkelijke doel voor het realiseren van een kwalitatief goede  verbinding tussen Zwolle en Kampen en de tussengelegen woon- en werkgebieden overeind. Met de halte in Stadshagen krijgen ook de inwoners van Stadshagen een directe aansluiting op het spoornet.
 
Nadat de eerste fase is afgerond willen de provincie en de gemeenten Zwolle en Kampen de lijn verder ontwikkelen. Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met de eventuele aanleg van haltes bij Voorsterpoort, Werkeren en Kampen-Oost en de uitbreiding van de frequentie van twee naar vier keer per uur in latere jaren. Met de fasering in de verbetering van het spoortraject sluiten de provincie en gemeenten aan bij het tempo van de ruimtelijke en economische ontwikkelingen van de Netwerkstad Zwolle Kampen.
 
Investeren in een kwalitatief goede verbinding
De totale kosten van het project tot 2018 worden geraamd op € 24,75 miljoen. Hiervan neemt de provincie € 15,35 miljoen euro voor haar rekening voor het opwaarderen van de spoorverbinding en een bijdrage aan de tunnel. Voor het aanleggen van de halte Stadshagen, de autotunnel en de fietsverbinding over de Blaloweg reserveert de gemeente Zwolle € 8,9 miljoen. De gemeente Kampen betaalt € 500.000,-- voor het aanpassen van het station Kampen.
 
Uitkomst onderzoek
De trein sluit goed aan op de wens voor kwalitatief goed vervoer tussen Zwolle en Kampen. En de elektrificatie van de lijn bespaart op de exploitatiekosten, het energiegebruik, verbetert de luchtkwaliteit en vermindert de geluidsoverlast in het gebied tussen Zwolle en Kampen. Daarnaast zorgt elektrificatie voor een kortere rijtijd, waardoor de reizigers sneller op de plek van bestemming zijn en een kwartierdienst in de toekomst mogelijk is.
 
De busvarianten sluiten niet goed aan op de kwaliteitseisen. De reistijd met de bus is langer en de bus is minder goed in staat om in de spits grote aantallen reizigers te vervoeren. Voor de tramvariant bleek uit de eerdere aanbestedingsronde dat deze  in deze economische tijden niet haalbaar is en dat doortrekken van de tram naar de binnenstad financieel niet haalbaar is, waardoor de exploitatie onrendabel wordt.
 

Havenontwikkelingen (31-10-2013)

Dat de Zuiderzeehaven een succes is, is nu wel bij de meeste mensen bekend. Maar wat er verder allemaal gebeurt rond de havens in onze regio en de watergebonden bedrijvigheid vraagt om een uitgebreidere toelichting.

De Zuiderzeehaven kent een bijzondere constructie. Drie overheden (Kampen, Zwolle, Overijssel) hebben precies evenveel aandelen als drie bedrijven (IPEM, De Vries en Van der Wiel, Dura Vermeer). Niemand kan dus de baas spelen. Als Kampen bemoeien we ons wat meer met de haven dan de andere partijen, dat komt omdat de haven op ons grondgebied ligt. De IJsseldijk bij de Zuiderzeehaven werd in 2008 doorgestoken en vier jaar later waren alle watergebonden kavels verkocht. Intussen is één bedrijf failliet gegaan (Post Harderwijk), maar op die kavel ligt alweer een optie van een nieuw bedrijf. Wel is er nog kavelruimte beschikbaar voor bedrijven die graag vlakbij de haven willen zitten, maar niet direct naast het water moeten werken.

De Zuiderzeehaven is geen Kamper haven. Het is een haven voor de regio. Veel regionale bedrijven voeren producten aan/af via de ZZH. Nu de ZZH bijna vol is, wil de regio graag verder met het ontwikkelen van natte kavels. Er wordt daarbij natuurlijk naar Kampen gekeken. Kampen gaat echter niet over één nacht ijs. Voordat Kampen besluit of er op Kamper grondgebied een haven bijkomt, is er eerst het nodige onderzoek gedaan. Zo is in beeld gebracht hoeveel bedrijven wel aan water zitten in Kampen, maar die dat niet moeten. Het gaat om tussen de tien en vijftien hectare. Die hectares zijn niet in Kamper bezit. We kunnen een bedrijf wat een kavel in eigendom heeft niet verplichten die kavel te verkopen aan een watergebonden bedrijf, hoe graag we dat ook willen. We zijn wel aan het kijken of er een stukje regie op kan komen.

Ook hebben we gekeken hoeveel kavels in de hele regio Zwolle nog voorradig zijn. We kijken dan naar Meppel, Staphorst, Zwartewaterland, Zwolle en Kampen. Ook daar komt een voorraad uit. Het is niet handig om oude kavels leeg te laten en nieuwe kavels aan te bieden, dus hoeft een tweede ZZH niet in 2014 klaar te zijn. Maar wel willen ons wel voorbereiden op de periode dat er geen kavels meer beschikbaar zijn. Dat zal mogelijk over een jaar of vijf kunnen zijn.

Waarom is een voorraad watergebonde4n kavels belangrijk voor de regio? Wanneer je kijkt naar de geschiedenis van de afgelopen twintig jaar, dan zie je iets opmerkelijks. In de jaren negentig van de vorige eeuw ‘sliep’ de economie in onze regio. Toen Zwolle en Kampen nauwer gingen samenwerken op economisch gebied in plaats van elkaar beconcurreren werd dat beeld anders. Zwolle kreeg met Hessenpoort een groot industrieterrein waar grote droge kavels beschikbaar kwamen. Voor de kleine kavels was Voorsterpoort en Marslanden beschikbaar. Kampen kreeg met industrieterrein RW-50 een terrein voor wat minder grote tot kleine kavels (en indien nodig ook grote) en met de ZZH ook een terrein voor watergebonden en water gerelateerde industrie. Je zou kunnen zeggen dat Zwolle-Kampen alle beschikbare kavels nu in de aanbieding had. Vanaf dat moment ging de economie opwaarts. We hoefden geen nee meer te verkopen en we vingen elkaar ook geen vliegen af. Je zou kunnen zeggen dat goede samenwerking en een goede kavelvoorraad succesfactoren zijn.

Nu gebeurt er meer om ons heen. Meppel wil wat uitbreiden. Dat is vooral voor Scania van belang. We praten dan over een ontwikkeling die alleen maar daar kan plaatsvinden. Immers, Scania zit al in Meppel. Ook Urk is bezig. Daar komt een zogenaamde werkhaven, waar bestaande schepen onderhoud kunnen plegen. Als derde is Lelystad bezig met het project Flevokust. Het Havenbedrijf Amsterdam zou daarin investeren, maar heeft zich teruggetrokken. Nu neemt mogelijk de provincie Flevoland die investering over. Nog dit jaar moeten Flevoland en Lelystad besluiten nemen.

Die besluiten kunnen gevolgen hebben voor de ZZH. We moeten kijken in hoeverre Flevokust en ZZH2 elkaar bijten of elkaar aanvullen. In ieder geval houden we elkaar op de hoogte. Afgelopen maanden heb ik contact gehad met mijn collegae uit Urk, eerst Ben Visser en nu Louwe Post, en Lelystad, Jop Fackerley. Ook vrijdag zaten we weer om de tafel. Dit keer was ook Jan Westmaas van Meppel aangeschoven. Elkaar informeren, elkaar wat gunnen en elkaar vooral niet beconcurreren is de afspraak. Nu is dat voor Zwolle-Kampen-Meppel het makkelijkst. We zien elkaar maandelijks en werken enorm goed samen. Lelystad is nieuw op het speelveld en daar zal nog wat moeten worden opgebouwd. Maar werkgelegenheid in Lelystad betekent ook werkgelegenheid voor mensen uit onze regio en voor onze bedrijven.

 

Havenbedrijf

Een andere belangrijke ontwikkeling is het gezamenlijk Havenbedrijf van de Regio Zwolle. Op dit moment nemen Zwolle, Kampen en Meppel daarvoor het voortouw. Later zullen ook Zwartewaterland en Staphorst aanhaken. Inmiddels heeft Urk te kennen gegeven ook mee te willen praten. En Lelystad is geïnteresseerd. Eén havenbedrijf is belangrijk voor de relaties met de zeehavens. Amsterdam en Rotterdam hebben geen behoefte aan tientallen partners, maar praten liever met een paar grote jongens. Met het Havenbedrijf Rotterdam is al een paar keer overleg geweest. De gemeenteraden van Zwolle, Kampen en Meppel hebben al aangegeven dat ze dit een goede ontwikkeling vinden. Tijdens een ontmoeting in Rotterdam tussen bedrijven en bestuurders uit de Regio Zwolle en de Regio Rotterdam op 21 maart (Feijenoord – PEC Zwolle) zal de intentieverklaring worden getekend. We hebben inmiddels een kwartiermaker aangesteld die veel gesprekken voert met bedrijven. Zonder uitzondering zijn die bedrijven positief over deze ontwikkeling. We hebben afgelopen week ook voor de eerste gesproken met het Ondernemersteam Havenbedrijf ZKM. Vanuit iedere gemeente drie ondernemers plus Windesheim, Kennispoort en Havenbedrijf Rotterdam hebben we nagedacht over deze ontwikkeling.

Een eerste stap zal zijn het toewerken naar één manier van havengelden innen. Dat is een landelijke pilot die door de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens, Schuttevaer en veel gemeenten wordt gevolgd. Op den duur zal de inning in heel Nederland gelijk moeten worden en deze pilot in onze regio kan daarvoor weleens de start zijn.

Uiteraard is er nog discussie over een naam voor een nieuw havenbedrijf. Elders zien we dat in de naam vaak de grootste plaats uit de regio wordt benoemd. En bij ons? Dat is nog een open vraag.

 

IJsselmeeralliantie

Kampen was één van de initiatiefnemers voor de IJsselmeeralliantie. Met meerdere provincies en gemeenten zet de alliantie zich in voor de verbreding en verdieping van de sluizen in de Afsluitdijk. De Afsluitdijk moet worden gerenoveerd en waarom dan niet gelijk iets doen aan de sluizen? Dat zou voor Kampen en anderen kansen bieden voor bedrijven en voor de bereikbaarheid over water. Er was bij het rijk veel scepsis over onze ideeën, maar we merken de laatste tijd dat de lobby toch vruchten begint af te werpen. Voor het eerst in al die jaren staat het thema nu op de agenda van officiële overleggen met het rijk. Dat is het begin van iets wat moet uitgroeien tot iets moois. Er zal nog heel wat moeten worden gesproken en ook gezocht naar geld voordat we echt de vlag uit kunnen steken. Dit onderwerp is iets wat vraagt om lange adem. Vijf jaar ben ik hier nu mee bezig en gelukkig krijgen we steeds meer supporters. In december zal VVD-kamerlid Betty de Boer ontvangen om over dit onderwerp te spreken. Met PvdA-kamerlid Lutz Jacobi lopen ook contacten. Uiteraard is CDA-kamerlid Sander de Rouwe al op de hoogte van de laatste stand van zaken en ook CDA-kamerlid Agnes Mulder zal naar Kampen komen om hier over te praten. Wanneer de sluizen naar 4,5 meter diepte gaan en 25 meter breed worden zullen velen daar van profiteren. Het zal een enorme impuls zijn voor de werkgelegenheid in Noord-Oost-Nederland.

 

Struikelsteen Hendrik Bos (05-09-2013)

Vandaag is de laatste struikelsteen in Kampen neergelegd voor het stadhuis van Kampen. Hieronder kunt u  mijn toespraak lezen:

Namens het bestuur van de Stichting Kamper Struikelstenen heet ik u van harte welkom in de Raadzaal van de gemeente Kampen. Een bijzondere plek om een Steenlegging te beginnen, maar dat heeft zijn redenen. Mijn naam is Pieter Treep en ik ben voorzitter van de Stichting Kamper Struikelstenen.

In de afgelopen drie jaren begon ik mijn welkom steeds met een apart woord van welkom voor de nabestaanden, waarvan de namen die dag genoemd zouden worden. Dat kan ik vandaag niet doen. Het echtpaar Bos was kinderloos, toen Hendrik Bos door de Duitsers werd opgepakt.

Welkom aan burgemeester Koelewijn, het gemeentebestuur, de gemeenteraad. Vertegenwoordigers van zusterstichtingen uit andere plaatsen. Vertegenwoordigers van het 4-mei comité en van de Oranjeverenigingen, de donateurs, de pers en anderen.

Dank aan de Gemeenteraad en de Griffie voor hun medewerking bij de steenlegging, zo vlak voor de eerste raadsvergadering van het nieuwe politieke seizoen.

 

De Stichting Kamper Struikelstenen is op 17 april 2010, precies vijfenzestig jaar na de bevrijding van Kampen, opgericht met een tweeledig doel: het leggen van Struikelstenen in Kampen ter nagedachtenis aan door de nazi’s gedeporteerde en/of vermoorde stadsgenoten, in het bijzonder de Joodse inwoners van onze stad en het ondersteunen van educatieve projecten die betrekking hebben op de Tweede Wereldoorlog. Zo zijn we nu bezig om een heruitgave voor te bereiden van het boekje “Kinderen, verhalen van de oorlog.”

Het leggen van Struikelstenen, in het Duits, Stolpersteine, is een project van de Duitse kunstenaar Günter Demnig, bedoeld om de namen van de nazislachtoffers niet verloren te laten gaan. Inmiddels liggen er nu ruim 25.000 Struikelstenen in Europa.

De Stichting Kamper Struikelstenen heeft in de afgelopen drie jaar 45 Struikelstenen in Kampen gelegd. Stenen voor mensen, die alleen op basis van hun Joodse afkomst door de nazi’s werden opgepakt en vermoord. We legden ook stenen voor een aantal voortrekkers in het verzet tegen de naziterreur. Mensen, jong en oud, die ooit van hun ouders een naam ontvangen hebben en waarvan wij willen voorkomen dat die naam vergeten wordt. Mensen die hoopten ouder te worden, maar wier leven wreed en vroegtijdig werd afgebroken.

 

45 Struikelstenen liggen er nu in Kampen. Stenen, die de herinnering levend moeten houden aan de mensen die ooit in de huizen erachter woonden. Mensen, die omkwamen door het geweld van het Nationaal-Socialisme. Stenen met een naam. Achter iedere steen, achter iedere naam gaat een verhaal schuil. Een gruwelijk verhaal, omdat ieder verhaal eindigt met de dood onder een wreed regime. Mensen en namen mogen niet vergeten worden.

 

Vandaag sluiten we met het leggen van de 46e steen het eerste deel van onze stichtingsdoelstelling af. Een bijzondere steen. Een steen met symboliek. Deze steen wordt niet voor het voormalig woonhuis van Hendrik Bos in de Apeldoornsestraat, toen nog Galléstraat, gelegd.

Hendrik Bos, van huis uit sigarenmaker, was raadslid voor de Christen Democratische Unie, een partij waar sociaal denken en pacifisme kernwaarden waren. Een partij die door andere partijen, juist door die pacifistische houding, soms met argusogen werd bekeken. Sommigen vonden de CDU nog gevaarlijker dan de NSB. Gelukkig kijken we daar tegenwoordig heel anders tegenaan.

In Kampen was een kleine groep sympathisanten voor de geweldloze en sociale idealen van de CDU. In 1936 werd Hendrik Bos gekozen als hun voorman in de gemeenteraad.

In de gereformeerde kerk van Kampen, Bos was belijdend lid, brak de discussie los. Prof. Den Hartogh riep op tot onder tucht stellen van deze broeder, conform de synode van 1935 waar het lidmaatschap van de NSB en de CDU (op voorstel van prof K Schilder) iemand tuchtwaardig maakte. In de kerkelijke gemeente brak protest los: zij kenden Bos als een zachtmoedig christen.

Ds J. Overduin te Kampen wist de kerkenraad te overtuigen dat een goed christenmens niet zomaar onder tucht kon worden gesteld: als dat gebeurde zou hij zich genoodzaakt zien zijn ambt neer te leggen.

 

In 1942 raakte het echtpaar Bos betrokken bij hulp aan Joden die onderdak zochten. Mogelijk via het tegenover hen wonende Joodse gezin van Herman Goudsmid. Hoe de onderduikers bij de familie Bos kwamen weten we niet. In februari 1943 kwam het echtpaar Siegfried Isaacson en Clothilde Kaatje Lievendag, bij de familie Bos te Kampen. Zij waren afkomstig uit Hengelo (O). Hij was ingenieur, zij hadden 3 kinderen, die de oorlog hebben overleefd. Een kennis van de familie bracht eens per maand geld en bonnen naar de Galléstraat vanuit Hengelo als koerierster. Zij was echter loslippig geweest tegen haar dienstmeisje die deze maandelijkse trip verried aan haar vriend, een foute politieman. De laatste is op 14 april 1944 met twee andere Hengelose politiemannen naar Kampen gereisd en zij hebben toen Bos, het echtpaar, en de koerierster gearresteerd. Mevrouw Bos was niet thuis.

Hendrik Bos kwam via het kamp Vught uiteindelijk in Buchenwald terecht (zwaar regiem), vandaar naar een berucht Buiten-Kommando, Langenstein Zwieberg, waar hij met veel anderen de dood bij de zeer zware arbeid vond. Hendrik Bos overleed naar alle waarschijnlijkheid op 31 januari 1945. Hij werd buiten het kamp gecremeerd.

 

Een raadslid is een volksvertegenwoordiger en Hendrik Bos liet zien dat hij zich verantwoordelijk voelde voor alle Kamper burgers. Om die houding van het gemeenteraadslid Hendrik Bos te eren wordt zijn Struikelsteen vanavond voor het Stadhuis van Kampen gelegd.

In Hendrik Bos eren we ook al die Kampenaren die op wat voor manier dan ook nee gezegd hebben tegen fascisme, onderdrukking en verzet. Daarom is gekozen om deze Struikelsteen symbolisch voor het huis van de gemeente Kampen te leggen.

 

Om te kunnen lezen wat er op een Struikelsteen staat moet de lezer buigen. Een teken van eerbied voor de overledene. Eerbied voor een leven, wat te vroeg is afgebroken. Vandaag buigen we voor Hendrik Bos en in hem voor al die Kampenaren die tijdens de Tweede Wereldoorlog op wat voor manier dan ook in verzet kwamen tegen een tirannieke fascistische overheersing.

Het is goed dat we de verhalen leren kennen van de mensen voor wie een Struikelsteen wordt gelegd. Verhalen die u kunt nalezen op onze website. Nog iedere dag merken we hoe belangrijk het is dat we deze zwarte verhalen uit onze geschiedenis kennen en dat we lering trekken uit die geschiedenis.

 

Vliegveld Lelystad (30-08-2013)

 

De zogenaamde MER-procedure loopt, waarin de eerste stappen worden gezet om alle plannen rond de uitbreiding van Vliegveld Lelystad te verwezenlijken. Het is voor Kampen wel belangrijk om mee te praten in deze procedure, omdat na de besluiten over de aanvliegroute geen beroep of bezwaar meer mogelijk is.

Ik heb inmiddels gevraagd aan de provincie om ons te ondersteunen in onze bezwaren. De stem van een provincie legt toch altijd nog wat meer gewicht in de schaal dan die van een gemeente. Onze kritische opmerkingen zullen vooral gaan over de vliegroute zelf (wat ons betreft niet over Kampen) en over de hoogte daarvan (wat ons betreft dezelfde regeling als de gemeenten op de Veluwe).

Je kunt je wel eindeloos willen verzetten tegen ontwikkelingen die je niet wilt, maar dat levert meestal niet veel op. De besluiten dat Lelystad een deel van de vluchten van Schiphol gaat overnemen zijn bijna allemaal al genomen en bovendien worden die niet door de gemeente Kampen genomen. Ik houd niet zo van “kijk mij eens flink van leer trekken tegen een besluit”, terwijl je daarmee de burgers het idee geeft dat je er iets over te vertellen hebt. Het is vaak beter om je te richten op die onderdelen, waarover je mag meepraten en waarbij er ook naar je geluisterd wordt.

Voor Kampen betekent dat de overlast voor onze inwoners zoveel mogelijk beperken. Daarbij zoeken we de steun van de provincie. We weten ons gesteund door onze buren van de Veluwe. De procedure loopt nog tot midden september, dus is het zaak niet te lang te wachten. Op de website CDAKampen.nl staan argumenten genoemd om aan te voeren in een zienswijze. 

 

Schaliegas (30-08-2013)

 

Op de site van de LinkedIn-groep CDA-duurzaamheidsberaad, waarvan ik lid ben, staat het volgende artikel over schaliegas. Het geeft genoeg informatie om grote vraagtekens te zetten bij de winning van deze fossiele brandstof.

 

CO2 uitstoot schaliegas gelijk aan kolen

Het bedrijf Cuadrilla wil onderzoek doen naar de winning van schaliegas onder Luttelgeest en Marknesse in de Noordoostpolder. Dat past in het idee dat schaliegas de toekomst heeft, een idee dat overgewaaid is uit de Verenigde Staten en Canada. Maar in die landen is de schaliegas-hype recent doorgeprikt.

Drill Baby Drill
“Aardgas is een belangrijke energiebron, maar de industrie en de regering overdrijven wat schaliegas kan betekenen. Schaliegas is ingewikkeld te winnen, heeft een laag rendement en is niet milieuvriendelijker dan kolen”, stelt David Hughes in zijn nieuwe rapport “Drill Baby Drill”.

Fracking
Hughes is een Canadese geoloog met een lange staat van dienst in de kolen- en oliesector. Jaren maakte hij deel uit van de top van de Canadese Geologische Dienst. Omdat hij toegang heeft tot de data, heeft hij een analyse gemaakt van 65.000 winningsputten van olie en gas via “fracking”. Het gaat hier om diep gelegen fossiele brandstoffen die niet via de bekende wijze gewonnen kunnen worden. Dit zogeheten onconventionele olie en gas is opgesloten in ondoordringbaar gesteente en moet ondergronds gebroken worden om enige doorlaatbaarheid te forceren, de “fracking”.

Eerst boort men verticaal een put tot in de diepe ondergrond en op de vereiste diepte een horizontaal gat van maximaal zeven kilometer lengte. In dit gat worden onder hoge druk grote hoeveelheden water met chemische toevoegingen en tonnen speciaal zand geperst. Daardoor breekt de ondergrond en komen olie en gas (schaliegas), beschikbaar.

Vraagtekens bij schaliegasrevolutie
In de Verenigde Staten is de gaswinning via fracking spectaculair gegroeid. Tussen 2005 en 2011 steeg de productie van schaliegas met een factor vijf. Schaliegas levert 40 procent van de Amerikaanse gasproductie. De regering en de industrie noemen dit vol trots de schaliegasrevolutie.

Hughes zet daar grote vraagtekens bij. De schaliegasproductie heeft in 2012 een plafond bereikt. Winning van schaliegas vanuit het ondergrondse horizontale boorgat kan tot ongeveer 100 meter vanaf het boorgat. In het eerste jaar van de productie wordt 50% tot 60% van het schaliegas gewonnen. Na vier jaar stopt de winning. Bij de nu gangbare winning wordt 70% van het gas uit de grond gehaald, terwijl dat bij schaliegas 10% is.

Productietop schaliegas al bereikt
Hughes laat zien dat 80% van het schaliegas van de VS uit vijf velden komt. Bij de twee grootste, Haynesville en Barnett, daalt de productie. Haynesville heeft in vijf jaar de productietop bereikt. Andere velden kunnen die daling nog maar net compenseren.

Om dit productieniveau in stand te houden, zijn er volgens Hughes alleen al voor het schaliegas jaarlijks 7000 nieuwe boorputten nodig en dat is praktisch onmogelijk. En 7000 boorputten kosten 42 miljard dollar, terwijl vorig jaar de waarde van het geproduceerde schaliegas 32 miljard dollar was.

Schaliegas veroorzaakt net zoveel CO2 als kolen
Hughes ontmaskert tevens het groene imago van schaliegas. De energiebedrijven argumenteren dat een kolencentrale per kilowattuur (kWh) twee keer zoveel CO2 uitstoot als een gascentrale. Maar volgens Hughes geldt dat niet voor elektriciteit uit schaliegas. De winning vergt hoge druk, waterpompen, chemicaliën en speciaal zand. Die moeten allemaal gemaakt worden en kosten energie. Voor de winning van schaliegas is meer energie nodig dan voor het conventionele aardgas. Daarnaast leert de ervaring uit de Verenigde Staten dat er lekkages van methaan voorkomen en dat dit gas deels wordt afgefakkeld. Methaan is echter een 25 keer sterker broeikasgas dan CO2. Deze factoren tezamen doen het broeikasvoordeel van schaliegas ten opzichte van kolen teniet bij de huidige bedrijfsvoering.

 

Voor het volledige rapport:  http://www.postcarbon.org/drill-baby-drill/report

 

 

Dat de discussie over Schaliegas ook in Kampen wordt gevoerd is bekend. Al in januari 2012 stelde de CDA-fractie vragen aan het college over dit thema en verzocht ze om te voorkomen dat er in Kampen geboord zou worden naar schaliegas.

In de beantwoording hebben we als college aangegeven die zorg te delen. Tegelijkertijd heb ik aangegeven dat we veel tegen kunnen houden, maar niet altijd ergens over gaan. Wat we kunnen doen in het tegenhouden, zullen we doen. Maar de burger een rad voor ogen draaien dat we het als Kampen tegen zouden kunnen houden, daar voel ik weinig voor. Je moet ook eerlijk zijn en dit soort besluiten wordt genomen in Den Haag.

Mocht Den Haag aan Kampen vragen of we medewerking willen verlenen aan (proef)boringen, dan zal ik aangeven dat we dat niet willen. Den Haag heeft echter de mogelijkheid om ons besluit van tafel te vegen.

Voorlopig ligt er geen vraag aan onze gemeente, maar ligt die vraag wel richting onze buurgemeente de Noordoostpolder. Aangezien er schuin geboord wordt, is het wel interessant om te weten of dat betekent dat er ook richting Kampereiland en/of de Koekoekspolder wordt geboord. Want dan zullen we ons als Kampen zeker mengen in de bestuurlijke discussie.

 

Wat mij betreft is schaliegas niet de oplossing voor het energievraagstuk. Laten we eindelijk eens echt gaan investeren in duurzame energie. En schaliegas valt bepaald niet in dat hoofdstuk. We hebben in het verleden al genoeg rotzooi in de grond gestopt, waar onze kinderen last van krijgen, laten we die fout niet herhalen.

 

Vliegen (24-07-2013)

Via Twitter kon ik een opmerkelijke discussie volgen tussen een paar politiek betrokken Kampenaren. Het ging om een beetje vreemde vraag wie nu als eerste zich zorgen had gemaakt over de gevolgen voor Kampen van de uitbreiding van vliegveld Lelystad. Blijkbaar is het belangrijker dat je de eerste bent die daarover in de pers aan bod komt, dan dat je bezig bent met de vraag: hoe nu verder. Het naar je toe trekken van een thema, heet dat in de politiek en dat is niet altijd netjes in de richting van een ander die al eerder aandacht had gevraagd voor dit thema.

Maar om de non-discussie af te ronden: Steffen Hofstra van het CDA stelde op 14 mei 2013 vragen over het onderwerp vliegveld Lelystad aan het college. Hij spreekt zijn zorg uit over mogelijke geluidsoverlast als gevolg van de aanvliegroute. Soortgelijke vragen worden op 13 juni 2013 door Wim Rill van GL gesteld. Het college heeft deze vragen op 10 juli 2013 beantwoord.

Ver daarvoor, november 2012, heb ik aan Jaap Lodders, gedeputeerde van Flevoland, gevraagd mij een keer bij te praten over de ontwikkelingen rond vliegveld Lelystad. Dat is gebeurd op 17 januari 2013 en toen is ook afgesproken dat ik deel ga uitmaken van het BOLA (Bestuurlijk Overleg Lelystad Airport). Die poging had ik in 2009 ook al gedaan, maar toen was er geen plaats voor bestuurders uit Overijssel, omdat men dacht dat Overijssel niet veel zou merken van de uitbreiding van Lelystad. Nu ligt dat anders en daarom is het goed dat ik bestuurlijk betrokken wordt.

Wat is nu bekend over de ontwikkelingen? Vliegveld Lelystad kent nu ruim 100.000 vliegbewegingen per jaar. Dat zijn vooral kleine vliegtuigen en grotere vliegtuigen zonder passagiers (piloten die hun oefeneningen doen en/of hun kilometers moeten maken).

In de toekomst zal het aantal zakelijke vluchten (grotere vliegtuigen met passagiers) groeien. Eerst naar 25.000, later mogelijk naar 45.000 vluchten. Het gaat dan om vluchten naar o.a. vakantiebestemmingen, charters en dergelijke. Lelystad gaat er vanuit dat vooral passagiers uit Noord- en Oost-Nederland vanaf Lelystad vliegen. Lelystad zal dan ongeveer even groot zijn als vliegveld Eindhoven.

Het aantal van 25.000 is economisch belangrijk, omdat je zoveel vluchten nodig hebt om een verkeerstoren met vluchtleiding te kunnen bekostigen. Schiphol loopt tegen grenzen aan en daarom wordt naar Lelystad gekeken. Economisch gezien is het voor Kampen niet verkeerd dat vliegveld Lelystad op een hoger niveau gaat acteren. We roepen al jaren dat we uitstekend bereikbaar zijn over de weg, over water en per spoor en we kunnen straks ook tegen ondernemers zeggen dat we een vliegveld op een half uurtje afstand hebben liggen.

Voor Kamper luchtreizigers is het ook een prettige ontwikkeling. Je bent zo in Lelystad en weer thuis en mist de parkeerperikelen van Schiphol.

Maar er zit ook een nadeel aan voor Kampen. De aanvliegroutes lopen oa. over Kamper grondgebied. Door ons luchtruim zou je kunnen zeggen. En dan ligt het woord geluidsoverlast al gauw voor op de tong. Over mogelijke geluidsoverlast maak ik me zorgen en dat geldt voor meer Kampenaren. Dat is ook de reden dat ik opnieuw verzocht heb om deel uit te mogen maken van het BOLA. Ik zit daar om de Kamper belangen te verdedigen. Nu moet ik niet denken dat ik daar alles kan bereiken voor Kampen, wat ik wil bereiken. De beslissingen worden elders genomen. Uiteindelijk beslissen de ministers van Defensie en van Infrastructuur en Milieu over de vliegroutes. Vervelend is dat tegen dat besluit geen beroep of bezwaar mogelijk is. Je moet dus zo vroeg mogelijk meepraten. En dat kan in het BOLA.

Er zijn wel zaken, waar we rekening mee moeten houden. Boven de Veluwe bevindt zich een militair oefengebied voor vliegtuigen. Daar kunnen geen burgervluchtroutes doorheen kruisen. Ten zuiden van Lelystad kom je al gauw bij de vliegroutes naar en van Schiphol terecht. Zo is men dus op de gedachte gekomen om via het Ketelmeer en Overijssel te vliegen. Boven de Veluwe moeten burgervliegtuigen minimaal op zesduizend voet vliegen. Boven Natura2000-gebied Ketelmeer is dat minimaal vierduizend voet. Die vierduizend voet geldt ook voor onze gemeente. In mijn ogen (of moet ik oren zeggen) is dat te laag. Nu schijnt er ooit een afspraak gemaakt te zijn dat er boven het oude land niet lager wordt gevlogen dan zesduizend voet. Ik heb in het eerste BOLA waar ik bij was dan ook gewezen op het feit dat Kampen echt oud land is en dat ik vind dat die zesduizend voet ook voor Kampen moet gelden. Ik kreeg steun van collegae uit Nunspeet en Harderwijk. Dat was voor Jaap Lodders reden om dit punt opnieuw te bespreken met alle plannenmakers.

Ondertussen wachten we op de formele MER-procedure. In die procedure kunnen we wel meepraten en kunnen burgers zienswijzen indienen. Zodra de MER start zullen we kijken wat we kunnen doen als gemeente in die procedure en zullen we ook onze burgers wijzen op de MER.

Het laatste woord over vliegveld Lelystad is nog niet gezegd, dat maakt onze inbreng niet kansloos. Aan de andere kant besef ik heel goed dat we in het grote geweld van vliegvelden en routes slechts een kleine speler zijn. Maar ook kleine spelers kunnen grote betekenis hebben.

 

Muzikaliteit (22-07-2013)

Dat Kampen bol staat van muziek is een feit. De tientallen koren, orkesten, bandjes, noem maar op, zijn daar een bewijs van. En dat die muzikaliteit ook nog eens een hoog niveau heeft, kan steeds vaker gezien en gehoord worden. Overigens is hoog niveau geen vereiste voor plezier in muziek. Er zijn tal van muziekuitingen in Kampen, waar een professionele recensent tenenkrommend naar luistert, maar waar velen gewoon enorm veel plezier aan beleven. En volgens mij staat dat laatste voorop.

 

Een combinatie van plezier en prestatie stond centraal in de afgelopen weken op het World Music Contest in Kerkrade. Dit vierjaarlijkse evenement trekt tientallen korpsen uit binnen – en buitenland aan. Het WMC is het podium, waarop je graag wilt staan.

 

Zelf mocht ik met mijn vrouw twee keer afreizen naar Kerkrade. Eerst met het gastvrije AMDG op 13 juli. Een mooie vereniging die met verschillende evenementen bezig is geweest in dit seizoen. Het Koninginnenachtconcert was wel het meest opmerkelijke. Je moet wel heel wat in je mars hebben om zo’n spektakel te kunnen organiseren. Dat zegt iets over de kracht van deze vereniging. Op 13 juli moesten we al op tijd melden bij de Opmaat, waar tambour-maître Pieter Tegelaar in zijn rol als vrijwilliger de aanwezigen afvinkte en de toegangskaarten uitreikte. In de bussen voelden wij ons direct thuis. Je wordt als relatieve buitenstaander bij AMDG gelijk opgenomen in de muziekfamilie.

 

In het stadion van RODA JC oogden de tribunes halfleeg. Maar dat betekent nog wel dat er ruim tienduizend mensen zaten. AMDG deed in de World Division mee aan de marswedstrijden. Alle inspanningen van AMDG werden door de jury beloond met een gouden medaille. Groot feest en het was dan ook geen wonder dat we ’s nachts pas tegen twee uur in ons bed lagen.

 

Een week later waren we al een dag eerder naar Kerkrade gegaan. In de stad bekeken we op zaterdagmorgen even hoe zo’n groot evenement in de binnenstad uitstraling krijgt. Talloze podia en vele drankpunten waren ingericht. Met vlaggen en spandoeken werd duidelijk gemaakt wat Kerkrade deze dagen bezighoudt. Een mooie verbinding met alle WMC-onderdelen.

 

’s Middags zaten we opnieuw op de tribune. Dit keer om naar Oranje en KTK te kijken. Oranje deed zelfs twee keer mee. Een lastige opgave, want in de voorbereiding moet je je dus richten op twee optredens. Oranje kwam met de show uit in de First Division en haalde daar een zilveren medaille. Later op de dag mocht Oranje in de World Division haar marsvaardigheden laten zien. Een mooi strak optreden, waarvoor de jury een gouden medaille overhad.

 

KTK deed in de World Division mee met de show. En als KTK op dat niveau een show weggeeft, dat gebeurt er ook wat. Publiek op de banken en een vette gouden medaille was hun deel.

 

Bijzonder, dat een gemeente als Kampen met drie korpsen mee mag doen op het WMC. Volgens mij waren we daarmee de enige gemeente met drie deelnemers. En dan ook nog eens drie keer goud halen! Dat is toch wel heel bijzonder. Het muziekklimaat in Kampen speelt daar ongetwijfeld een rol in. Vanuit een gezonde rivaliteit en met respect voor elkaars prestaties breng je elkaar zo wel naar een hoger niveau.

 

Het meeleven onderling was ook bijzonder. KTK-ers die Oranje aanmoedigden en andersom. Via Twitter kreeg ik een wereld aan reacties te zien richting de drie korpsen met succeswensen en waardering voor de geleverde prestaties. Zo hoort het ook. Ik was en ben apetrots op de drie korpsen. Ze hebben muzikaal Kampen behoorlijk op de kaart gezet. Ik heb die waardering ook in een brief richting de drie verenigingen en hun besturen uitgesproken.

 

 

Sportnetwerk (07-07-13)

Sinds 2010 maak ik deel uit van de stuurgroep van het CDA-sportnetwerk. Met éen klein clubje CDA-ers overleggen we dan met ons Tweede Kamerlid Hanke Bruins Slot over het sportbeleid van het rijk en van gemeenten. Mooie gesprekken, waar iedereen veel aan heeft. Het CDA-sportnetwerk is een soort breodplaats voor nieuw sportbeleid.

Thema's als de vitale sportvereniging en het jeugdsportfonds zijn daar mooie voorbeelden van. Het CDA-sportnetwerk heeft een uitgebreid netwerk in de sportwereld. Er zijn goede contacten met sportbonden, NOC/NSF, onderwijs, nationaal jeugdsportfonds, Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen en noem maar op.

Samen denken we na over de meerwaarde van sport en hoe je die in je beleid een plek kunt geven. Enerzijds vinden we sporten fantastisch en genieten we van mooie sportprestaties. Daarom vinden we dat er in Nederland ook een cultuur voor topsport moet zijn en blijven en dat sporttalenten kansen moeten krijgen om hun talent te ontwikkelen.

Anderzijds zien we het instrument sport ook inzetbaar om andere doelen te bereiken. Een gezonde leefstijl staat daarbij bovenaan, maar het gaat ook om zaken als sociale cohesie, opvang van speciale doelgroepen, wijkgericht werken en noem maar op.

Veel van de thema's die we in de stuurgroep bespreken kan ik vertalen naar concrete zaken voor het eigen beleid in Kampen. Met Lidi Kievit bijvoorbeeld ben ik al geruime tijd bezig om het thema de vitale sportvereniging te verknopen met wijkgericht werken. Samen met de sportclubs op sportpark De Maten/De Venen werken we nu toe  naar een pilot, waarbij het sportpark de uitvalsbasis wordt voor de wijken eromheen, voor het welzijnswerk daar en vor een aantal sportgerelateerd zaken. Zo kijken we naar het onderhoud van het sportpark. Kunnen de verenigingen dat zelf doen met hulp van Impact, vrijwilligers, mensen uit de kaartenbak, enzovoorts? Kunnen verenigingen actieviteiten ontwikkelen, waar de wijk baat bij heeft en waar de verenigingen zelf ook beter van worden? Kan het sportpark het ontmoetingscentrum worden voor de wijken? Welke functies uit het maatschappelijk werk (bijvoorbeeld jeugdzorg, welzijnswerk voor ouderen) kunnen vanaf het sportpark vorm gegeven worden? Kunnen de buurtsportcoaches daarin een rol spelen?

Als gemeente hebben we een ton over voor deze pilot. De verenigingen moeten dan zelf ook met financiering over de brug komen.

Ik ben overtuigd van de meerwaarde van zo'n manier van werken voor de sportclubs. Alleen moeten de verenigingen dat ook zelf zijn. Zien zij de kansen of zien ze het als een extra belasting? Die vraag zullen ze in de komende weken moeten beantwoorden. Wordt het ja, dan gaan we begin 2014 van start.

Het is mooi dat ideeën uit zo'n CDA-sportnetwerk op deze manier ook gemeentelijk beleid kunnen worden. Overigens zijn we in Kampen niet de enige die zo gaat werken. In Enschede, Delft, Meppel, Zwole, Den Haag zijn ook dit soort ontwikkelingen bezig. Allemaal op een eigen manier. In Kampen doen we het op onze Kamper manier.

 

Struikelstenen (07-07-13)

Afgelopen vrijdag mochten we voor de derde keer in Kampen Struikelstenen leggen. Struikelstenen zijn kleine vierkante messing steentjes van 10 bij 10 cm. Op die steentjes staat een naam te lezen van iemand die in WO II door de Duitsers uit huis is gehaald en die niet meer is teruggekeerd. De meesten zijn omgekomen in concentratiekampen, anderen op een andere manier.

In 2011 legde de Stichting Kamper Struikelstenen, waarvan ik voorzitter ben, 18 stenen. In 2012 kwamen daar 16 stenen bij. Dit jaar legden we tien stenen. Zeven voor Joodse slachtoffers en drie voor Kamper verzetstrijders. Er liggen nu in Kampen 45 struikelstenen.

In september zullen we als Stichting ons project van de steenlegging beëindigen. Dat doen we door een symbolische laatste steen te leggen bij het stadhuis voor Hendrik Bos. Bos was in de oorlog raadslid. Hij verborg in zijn huis Joden en werd verraden. Zijn moed moest hij met de dood bekopen.

Bij de opening van de plechtigheid afgelopen vrijdag hield ik de volgende toespraak:

 

Namens het bestuur van de Stichting Kamper Struikelstenen heet ik u van harte welkom in het Frans Walkate Archief. Mijn naam is Pieter Treep en ik ben voorzitter van de Stichting Kamper Struikelstenen.

Een bijzonder welkom voor de nabestaanden, vrienden en bekenden van de mensen, waarvan de namen vandaag genoemd zullen worden. Een bijzonder welkom voor de mensen die bij iedere naam, die we vandaag zullen noemen een gezicht herkennen, een herinnering koesteren en levend houden.

Welkom aan burgemeester Koelewijn, vertegenwoordigers van de gemeenteraad. Vertegenwoordigers van het 4-mei comité en van de Oranjeverenigingen, de pers en anderen.

Dank aan de SNS-bank en het Walkate Archief dat we hier deze bijeenkomst mogen houden. Dank aan de donateurs en de bedrijven die dit project ook financieel mogelijk maken.

 

( (Ein recht herzliches willkommen für Gunter Demnig. Wir sind froh das Sie hier zum dritten Mahl in unser Stad sind und das Sie heute morgen wieder Kamper Stolpersteine legen.)  

Het is misschien wel een beetje symbolisch dat we u juist vandaag in een archief mogen ontvangen. In een archief speur je naar sporen en verhalen uit het verleden. Speuren vanuit nieuwsgierigheid om te leren of om te duiden.

De Stichting Kamper Struikelstenen is in de afgelopen jaren ook op zoek geweest naar sporen en verhalen.

Sporen die er niet hadden moeten zijn. En verhalen die nooit verteld zouden mogen worden. Maar helaas zult u vandaag toch weer  sporen zien en verhalen horen. Sporen en verhalen over vluchten, over vervolgen, over terreur en angst, over dood en onschuld, over gebroken levens. Over mensen die veel te vroeg stierven.

Herdenken van slachtoffers van de nazi-terreur mag voor sommigen dan iets zijn wat hoort bij het verleden, volgens mij is er nog steeds een noodzaak om te gedenken. Nog steeds worden mensen in hokjes gestopt, wordt er onderscheid gemaakt. We kijken als Nederlanders dan het liefst naar andere landen, maar ook in Nederland zijn we bepaald niet van smetten vrij. Dat was al niet zo in de nazitijd, dat is nog steeds het geval. De manier waarop wij in Nederland soms praten over een vermeend onderscheid tussen autochtoon en allochtoon verbaast mij. Alsof we nooit iets geleerd hebben. De manier waarop er rekening wordt gehouden met de religie van mensen is soms verbazingwekkend. We hebben vrijheid van meningsuiting, maar vergeten dat die vrijheid alleen maar waarde heeft, wanneer je over anderen met respect spreekt en anderen in hun waarde laat.

We mogen vandaag in vrijheid gedenken. Vrijheid die we te danken hebben aan inzet van velen. Vandaag herdenken we ook drie Kampenaren die bereid waren hun leven te riskeren voor die vrijheid.

Met het leggen van tien struikelstenen in Kampen denken wij vandaag aan tien mensen. Mensen, jong en oud, die ooit van hun ouders een naam ontvingen en waarvan wij willen voorkomen dat die naam vergeten wordt. Mensen die hoopten ouder te worden, maar wier leven wreed en vroegtijdig werd afgebroken.

Om te kunnen lezen wat er op een Struikelsteen staat moet de lezer buigen. Een teken van eerbied voor de overledene. Eerbied voor een leven, wat te vroeg is afgebroken.

Vandaag gaat het om tien struikelstenen, tien mensen, tien verhalen, tien namen. Namen die niet vergeten mogen worden. 

Ik wens u een goede en respectvolle dag toe.

 

Internationale Hanzedagen Herford deel 4

Vroeg op, want om 09.00 uur moet ik al in het theater van Herford zijn voor de zogenaamde Delegiertenversammlung. 17 agendapunten, waaran de meeste met Noord-Koreaanse meerderheden worden aangenomen. 
Na twaalf jaar neemt Henk Jan Meijer, burgemeester van Zwolle, afscheid van het Presidium. Uiteraard was er waardering voor zijn inzet voor de Hanze. Nederland blijft vertegenwoordigd in het Presidium. Andries Heidema van Deventer werd met algemene stemmen gekozen in het hoogste orgaan van de Hanze. 
Zeer veel discussie is er over de kandidatuur voor de Hanzedagen van 2019. Halle Duitsland stelt zich kandidaat, evenals Pskow uit Rusland. Halle had zich ook kandidaatgesteld voor 2017 en verloor dat van Kampen. Toen is de verwachting gewekt dat Halle de volgende open plaats zou innemen. 
Maar in Halle is iets bijzonders aan de hand. De gemeenteraad heeft met 2/3 meerderheid besloten zich te kandideren, maar de burgemeester heeft de kandidatuur voorgedragen voor vernietiging. 
Van Pskow proef je de wil om gasten uit het westen te ontvangen. Veel sprekers benoemen de interne strijd in Halle als een argument. Wanneer niet alle betrokkenen er vol voor willen gaan, dan moet je je afvragen hoe goed de voorbereiding zal verlopen. Alle Nederlandse steden besluiten om voor Pskow te stemmen. 
Met ongeveer 2/3 meerderheid wordt Pskow gekozen. Sportief feliciteert Halle direct daarop Pskow.  
Dan wordt na veel discussie besloten om in 2038 naar Salzwedel te gaan en in 2039 naar Nowgorod. Daarna wordt, terecht, besloten om voortaan niet meer over het graf heen te regeren en pas vijftien jaar voor de tijd dergelijke besluiten te nemen.  
Al met al nam de discussie over de plaatsen, waar de Hanzedagen in 2019, 2038, 2039 plaats zullen vinden liefst anderhalf uur in beslag. 
Veel informatie wordt daarna over ons heen gestort:
- Over de oude handelsroutes van de Hanze, waarvan we met Europese ondersteuning mogelijk toeristische routes kunnen maken (Kampen doet daaraan mee)
- Over de oprichting van de Economische Hanze (met Kampen, zie dag 1 en 2)
- Over het succes van het HanseArtWorks
- Over het toeristisch project, waarbij toeristische verbindingen tussen de Hanzesteden moeten ontstaan. Ook hier doet Kampen actief aan mee.
- de uitreiking van de duurzaamheidsprijs van Kalmar aan de Vissersbond van Zweden voor hun inspanningen de visstand weer op orde te krijgen.
- De YouthHansa vindt dat de deelnemers aan de jeugdhanze minimaal twee jaar mee moeten doen. 
Als laatste krijgen we een mooie vooruitblik op de Hanzedagen 2014 in Lubeck. Het belooft een mooi programma te worden. Een van de hoogtepunten zal een koggetreffen worden met zoveel mogelijk koggeschepen. 
Tegen half twee is de Delegiertenversammlung afgelopen. Een aardige Herforder biedt aan om als taxi te fungeren richting centrum. Daar kan ik al gauw aanschuiven bij onze Kamper gasten, die net een rondleiding door de stad krijgen. 
Half vijf worden de raads- en collegeleden officieel ontvangen door de gemeente Herford en kunnen er vragen worden gesteld over de organisatie. Na een buffet nemen we half acht we afscheid van onze gasten. Zij hebben een beeld gekregen van de Hanzedagen in Herford en zitten nu vol ideeën hoe en wat in 2017. Ik verheug me nu al op a.s. dinsdag. Dan ontmoeten we elkaar weer in het stadhuis en zullen we hun ideeën horen. 
Voor ons rest de avond in het centrum van Herford. Is het overdag goed bezet, 's avonds barst de stad uit zijn voegen. Op veel plekken is er geen doorkomen aan. Bij de podia kun je over de hoofden lopen. Bij Manfred Mann's Earth Band zet de politie het plein af. Er mag niemand meer bij. Ook op de andere pleinen topdrukte. Ieder podium heeft een eigen doelgroep. Er is bijv. Een techno- en dancepodium en een discopodium. 
Kwart over twaalf breken we op. Er zijn echter zoveel wachtenden op een taxi, dat we ruim een half uur moeten wachten op een taxi. Een van de verbeterpunten, die we opschrijven. 
Omdat de lange dagen en saaie vergaderingen hun tol beginnen te eisen, besluiten we om na het ontbijt huiswaarts te keren. De slotmanifestatie laten we dit keer aan ons voorbij gaan. We hebben genoeg gezien en geleerd. Veel zaken gingen goed, veel zaken zouden we anders doen. Het programma overdag mag sterker, 's avonds was er niks mis mee. In mijn ogen is een heel belangrijk verbeterpunt de fysieke relatie tussen de verschillende programma-onderdelen. De zogenaamde verbindingswegen zijn belangrijke schakels en daar zullen we in Kampen 2017 zeker anders mee omgaan.
We verlaten Herford en we verlaten onze vrienden.  Hanzevrienden ben je voor altijd en dat hebben we deze dagen ook weer mogen ervaren. Er is een afspraak gemaakt om ook in Lubeck in de keuken van de organisatie te mogen kijken. We krijgen de evaluatie van Lunenburg en Herford. In Kampen kunnen we weer verder met onze voorbereidingen op een grandioos Hanzefeest 2017.


Internationale Hanzedagen Herford Dag 3

Vandaag begint het dan echt. De bezoekers moeten komen, het podiumprogramma gaat beginnen en de Hanzesteden staan klaar om zich te presenteren. We kunnen rustig aan doen. Om twaalf uur is de officiële opening van de Hanzemarkt en dan barsten de Hanzedagen los voor het publiek. 
De opening is leuk. Wel veel onnodige toespraken, maar een leuke invulling van de plechtige opening heeft Herford wel bedacht. Ze hebben uit diverse steden mensen in traditionele kledij op het podium gevraagd en deze mogen zich presenteren. Een leuk gezicht, ook al duurt het te lang. Bij de Kamper delegatie ontstaat het idee om in Kampen een modeshow te houden van traditionele kledij uit de verschillende Hanzesteden. Zoiets kun je dan bijv. twee keer per dag doen. 
De Hanzemarkt heeft eindelijk de opstelling, waarvan wij al jaren roepen dat die leuker is: de steden staan landsgewijs opgesteld. Dat geeft een eenheid van sfeer. Jammer is het dat de Nederlandse steden op een minder opvallende plek staan. Dat scheelt een hoop bezoekers. Na een uur of drie wordt het drukker. De stad is goed bezet. Het podiumprogramma is divers en vooral traditioneel. Veel shantykoren, veel groepen uit de verschillende Hanzesteden. Leuk, maar niet iedere doelgroep heeft zo een aantrekkelijk podium. De diversiteit mist een beetje. De sfeer in de stad is echter prima en het is tegen vijf uur druk geworden. 
Herford houdt deze dagen rekening met de komst van 300.000 bezoekers. Met mister Hanze Manfred Schurkamp praat ik over de veiligheidsmaatregelen. Herford heeft zich goed voorbereid op calamiteiten. Een voorbereiding die je moet doen, maar waarvan iedereen hoopt dat die overbodig is. 
Morgen vroeg op. De bus met zo'n dikke zestig Kamper gasten zal ontvangen worden door alle al aanwezige Kampenaren, maar ik zal daar niet bij zijn. Zaterdagmorgen is de vergadering van de Hanzesteden en die begint al vroeg. Liefst zestien agendapunten liggen te wachten op de afgevaardigden uit 127 steden uit 15 landen. Een botsing van vergaderculturen wacht op mij. 

 

Hanzedagen Herford dag 2

De tweede dag van het Economisch programma staat voor een groot deel in het teken van De Nieuwe Economische Hanze. Vierentwintig Founding Members, overheden en bedrijven uit  zeventien Hanzesteden, zullen het Charter tekenen. 
Het Grundungscharta bevestigt het oprichten van de Hanse Wirtschaftbund. Het gaat over een eerlijke manier van handeldrijven, integere ondernemingen, afspraak is afspraak. Je zou kunnen zeggen dat het gaat om de aloude waarden van de Hanze, die we nu nieuw leven in willen blazen. 
Onder de ondertekenaars drie Nederlandse steden, Kampen, Zwolle en Deventer. Nog geen Nederlandse bedrijven, ik hoop dat die aan zullen sluiten. 
Op het economisch forum presenteerde ook Bergen zich voor het eerst. De Noren zijn in 2016 gastheer van de Internationale Hanzedagen.  Ze hebben het programma bijna rond. 
Het middagprogramma van het economisch forum begint met een spreker, die een lang verhaal voorleest van papier en die geen enkel contact weet te maken met de zaal. Waar het over ging? Ik heb geen idee en volgens mij weet niemand van de aanwezigen dat nog.  
De tweede spreker, CEO van Phoenix, een bedrijf met 14.000 medewerkers, heeft een goed verhaal over oa. het vinden in de komende jaren van goed gekwalificeerd personeel. Bedrijven kunnen zich onderscheiden door rekening te houden met wensen van potentiële medewerkers. Daarbij staan drie zaken hoog genoteerd: een goede sfeer op het werk, een goed beleid rond flexibele werktijden en een goed beleid met betrekking tot gezondheidszorg. Het gaat meer om waardering dan geld. Geef je medewerkers vertrouwen, was zijn boodschap, dat betaalt zich terug in de productie. Vertrouwen is een aloud Hanze-thema. 

 

Terwijl de meeste bestuurders en onze gasten naar de traditionele Nederlandse ontmoeting gaan, blijven Andries Heidema van Deventer, Rene de Heer van Zwolle en ik bij het economisch forum. Daar tekenen we het Grundungscharta, waarmee we ons verbinden aan de oude Hanzewaarden voor bedrijven. De tekst van het Charta: 
Heute – 33 Jahre nach Neugründung der Städtehanse 1980 in Zwolle/Nie- derlande – gründen im Alten Güterbahnhof zu Herford die unterzeichnenden Vertreter von Unternehmen und Hansestädten die neue Wirtschaftshanse.
2. Die Wirtschaftshanse trägt die Bezeichnung Wirtschaftsbund HANSE.
3. Damit ist die „Historische Hanse“ wiederhergestellt: Wirtschaftshanse und Städtehanse. Beide stellen hanseatische Organisationen mit eigenen Aktivi- täten, eigenen Zielen und eigenen Inhalten dar, sind jedoch vereint unter dem gemeinsamen Dach der „ HANSE“ und dieser Marke verpflichtet.
4. Der Wirtschaftsbund HANSE versteht sich als eine moderne europäische Ge- meinschaft, die sich der Tradition und Historie bewusst ist und zukunftsorien- tiert für wirtschaftliches Wachstum und gesellschaftlichen Wohlstand eintritt. Insbesondere durch das Zusammenspiel von Wirtschaft und Kommunen be- kennt sich der Wirtschaftsbund HANSE zu seiner Verantwortung für Gesell- schaft und Allgemeinheit.
5. Der Wirtschaftsbund HANSE verfolgt das Ziel, die wirtschaftlichen Geschäfts- beziehungen zwischen allen Mitgliedern, den Hansestädten und Hanseländern in Europa zu stärken sowie die Zusammenarbeit zwischen Wirtschaft, Wissenschaft und Wirtschaftsförderung in den Hansestädten zu fördern. Er setzt sich ein für ein hanseatisches Selbstbewusstsein und eine Wirtschaftsethik, die auf den hanseatischen Traditionen und Werten basiert.
6. Die Mitglieder verstehen sich als ehrbare Kaufleute der Neuzeit, setzen auf Mehrwert durch Netzwerk, auf Kompetenz durch ein menschliches Miteinander und persönliche Kontakte. Sie bekennen sich zu den Werten, die bereits im Mittelalter Grundlagen der Geschäfte waren: Ehrlichkeit, Redlichkeit, Zuverläs- sigkeit, Fairness, Vertrauen und Verantwortung.
7. Auf der Grundlage dieser Werte tritt der Wirtschaftsbund HANSE insbesondere dafür ein, die persönlichen Kontakte zwischen den Mitgliedern in den Hanse- städten Europas zu fördern und über nationale Grenzen hinweg das gegensei- tige Verständnis und Vertrauen zu stärken.
8. Der Wirtschaftsbund HANSE hat seinen Sitz in der Hansestadt Herford.
Herford, am 13. Juni 2013 

 

Na de traditionele ontvangst door de gastheer Herford, zeer gezellig, spoeden we ons naar het centrum voor de officiële opening. In de stromende regen moeten we luisteren naar allerlei overbodige toespraken en reclameboodschappen. Het Nord-West-Deutsche symfonieorkest geeft een concert, wat klinkt als een klok, maar door de regen vertrekken er steeds mer mensen. Kampen hoort bij de diehards. Na twee uur staan in de regen wordt de presentatie van de Hanzesteden onderbroken door een nieuwe serie reclameboodschappen. Dan wordt het ons teveel en zoeken we een koffietent om warm te worden.


Hanzedagen Herford, dag 1 (12-06-2013)

Vandaag begonnen de Hanzedagen nog niet officieel, dat is pas morgenavond, maar toch waren Bort Koelewijn en ik al en Herford. Voor het eerst was het economisch programma losgemaakt van het totale programma. Herford is in 2010 begonnen om samen met de Universiteit van Munster te werken aan een onderzoek naar kansen voor het bedrijfsleven. Waarom zouden bedrijven uit de verschillende Hanzesteden niet samen kunnen werken aan innovatie? Ik ben vanaf het begin betrokken geweest bij dit onderzoek. Kampen was de eerste Nederlandse stad die meedeed. Ik heb daarop andere steden benaderd en al gauw deden ook Zwolle, Deventer, Harderwijk, Hattem, Elburg en Groningen mee. In totaal 24 steden uit 8 landen. 

Voor Nederlandse begrippen was het teveel een theoretisch onderzoek. Allerlei kengetallen over de steden werden in beeld gebracht. Vanuit bijvoorbeeld de Duitse manier van werken misschien logisch. Daar heeft een gemeente een fors aandeel in het innoveren door bedrijven. Wij faciliteren liever en vinden dat bedrijven elkaar moeten opzoeken. Bovendien hebben we in Kennispoort een uitstekend vehikel om innovatie te stimuleren. En wie niet innoveert komt er vanzelf achter, dat de markt voor zijn bedrijf krimpt.

Daarover ging het vanmorgen in de eerste meeting. Ook collega Rene de Heer van Zwolle was daarbij aanwezig en zoals zo vaak hadden we dezelfde mening: laat bedrijven de regie voeren over hun eigen innovatie.

De Universiteit heeft inmiddels wel succes geboekt. De eerste innovaties tussen bedrijven uit verschillende Hanzesteden uit verschillende landen zijn tot stand gekomen. Daar zitten geen Kamper bedrijven bij. Geen enkel bedrijf uit onze gemeente heeft in de afgelopen jaren aangegeven iets te willen met dit onderzoek. Jammer, maar niet onverwacht. Ook Kennispoort geeft herhaaldelijk aan dat Kamper bedrijven te weinig met vragen aankloppen.

Vanmiddag begon het Economisch Congres. Dat is een tweedaags congres, waarbij het gaat over de vraag of de oude waarden van de Hanze (eerlijk handel drijven, elkaar vertrouwen, transparante prijzen, een man, een man, een woord, een woord) te vertalen naar zijn naar de 21e eeuw. Eigenlijk zou dat geen vraag moeten zijn, maar een vaststelling. Natuurlijk moet dat kunnen. Daarover werd uitgebreid gesproken in een oude opslagplaats voor goederen bij het station. En gelukkig zijn meer bedrijven en steden daarvan overtuigd. Morgenmiddag zal een Charter met die waarden worden ondertekend door de eerste partners. Daaronder de Nederlandse steden Deventer, Zwolle en Kampen. Ik zal namens Kampen die handtekening met volle overtuiging plaatsen. We geloven dat het mogelijk moet zijn meer zaken met elkaar af te spreken op basis van vertrouwen. Als overheden kunnen we daarbij het goede voorbeeld geven.  

Ik had Jacco Vonhof, voorzitter van VNO-NCW Midden-Nederland, uitgenodigd om aanwezig te zijn in Herford. Ook Johan Fuite van architectenbureau Van de Berg was aanwezig. Morgen komt Trudy Huisman, directeur RABO IJsseldelta, ook op uitnodiging, daarbij. Met Jacco hebben Bort, Rene en ik vanavond lang en uitgebreid gesproken over de economische ontwikkeling van onze Netwerkstad, over het economisch beleid van de Regio, enzovoorts. 

Ook dat hoort bij de Hanzedagen: uitgebreid netwerken. Jacco en Trudy zijn gevraagd om mee te denken over het economisch programma van de Hanzedagen 2017 in Kampen. Voor hun een mooie gelegenheid om te zien wat die Hanzedagen nu precies inhouden. 

De eerste dag is ten einde. Zinvol en vermoeiend. Morgen een nieuwe dag met als hoogtepunten de ondertekening van het Charter en de officiële opening van de Internationale Hanzedagen 2013 in Herford. 

 

SPORTSUCCESSEN (02-06-2013)

We zijn halverwege het sportjaar 2013 en het kan nu al niet op met de sportsuccessen. Gisteren mocht ik een bezoek brengen aan twee promotiefeestjes. IJVV en Go Ahead maakten de verwachtingen waar en promoveren naar resp de Hoofdklasse en de Tweede Klasse. Een week eerder promoveerde Wilsum naar de Derde Klasse. Daar staat helaas de degradatie van KHC tegenover.

Maar ook in andere sporten hebben we al heel wat successen gezien. De volleybaldames van Reflex waren in de p/d wedstrijden ook de beste. Datzelfde geldt voor de volleybalheren van Set Up. Beide teams moet ik nog met een bezoekje vereren om ze te complimenteren. De dames van IJVV werden kampioen. Dat deden ook de korfballers van Wit-Blauw in de zaal. Bij elkaar al zeven kandidaten voor de titel Sportploeg van het jaar 2013. Dat wordt nog een leuk klusje voor de jury.

Dit weekend won Bianca Roosenboom liefst vier medailles bij het NK-skeeleren. De oud-Kamperse woont tegenwoordig in Heerenveen, maar de Kamper sportliefhebbers volgen haar natuurlijk nog steeds.

Al die sportsuccessen komen voort uit een veelheid aan talent en goede organisaties. Want achter ieder sportsucces staan een heleboel vrijwilligers die het bij hun club zo goed mogelijk voor elkaar willen hebben. Of dat nu op een hoog niveau is of het is op recreatief niveau. Duizenden vrijwilligers in de sport zijn wekelijks, soms bijna dagelijks bezig om hun cluppie in stand te houden.

Ik benadruk bij clubs dan ook altijd het belang van de vele vrijwilligers. Iedere topprestatie wordt mogelijk gemaakt door al die mensen op de achtergrond. Of dat nu bij Go Ahead is als ze de Hoofdklasse bereiken of bij GV Kampereiland, waar ik volgende week de uitvoering ga bekijken. Bij beiden geniet ik van de sport.

Sport is niet alleen mooi door successen en prijzen. Sport is altijd genieten. Mensen die samen sporten hebben plezier en bevorderen daarmee hun eigen welzijn. Ik kan genieten van topsport, maar heb evenveel plezier bij recreatiesport. Zo'n schoolkorfbaltoernooi met vijftienhonderd deelnemers en duizenden toeschouwers is eigenlijk één groot pretpark. Iedereen die daar rondloopt heeft plezier. En dat geldt ook voor de vijfenzeventig vrijwilligers, die daar een week lang in touw waren. Ik ben er trots op dat ik ook bij die groep hoorde. En ik vind het ook mooi dat ik iedere week nog kans zie om een wedstrijd voor de korfbalbond te fluiten. Goed voor de contacten, maar vooral goed voor mijn gezondheid.

Sporten is belangrijk voor onze samenleving. Sporten is ontzettend belangrijk voor de maatschappij. Dat wordt wel eens vergeten. Maar er gaan geen mensen dood, omdat ze te weinig kunst bekijken. Er gaan geen mensen dood, omdat ze te weinig naar muziek luisteren. Er gaan wel heel veel mensen dood, omdat ze te weinig bewegen. Te weinig bewegen is inmiddels doodsoorzaak nummer 1. En daar moeten we met elkaar wat aan doen. Door zelf te bewegen en door het mogelijk te maken dat anderen bewegen.

Voldoende betaalbare sportvoorzieningen zijn daarbij een randvoorwaarde. Binnen het landelijke CDA-sportnetwerk, waar ik deel uitmaak van de stuurgroep, zijn we bezig om een aantal van die randvoorwaarden op een rijtje te zetten. In overleg met onze CDA-woordvoerster Hanke Bruins Slot bereid ik een pamflet voor om met allerlei maatregelen de sportverenigingen te ondersteunen en het sporten te stimuleren. In het CDA-verkiezingsprogramma voor de gemeenteraad 2014 zullen zeker onderdelen daaruit terugkomen. Het CDA is en blijft een partij die de waarde van sport niet alleen met de mond belijdt, maar ook met de daad laat zien.

 

WINKELTOP (29-04-2013)

Afgelopen vrijdag hadden we hoog bezoek in Kampen. De zogenaamde winkeltop van Nederland streek in Kampen neer voor een werkbezoek. Een bezoek wat we te danken hadden aan Theo Rietkerk, die zich op provinciaal niveau bezig houdt met de vraag in hoeverre de overheid instrumenten in handen heeft om oplossingen aan te dragen in de problematiek van leeglopende winkelcentra.

Het was een club van zo’n twintig mensen, die Kampen vereerde met een bezoek. Hans Biesheuvel, voorzitter van MKB-Nederland, was delegatieleider. Ook Jan Meerman, voorzitter Detailhandel Nederland, was van de partij. Verder vertegenwoordigers van CBW-Mitex, het ministerie van I & M, NVM, Delta Lloyd, IVBN, FGH Bank, IPO, VNO-NCW, SER-Overijssel, Overijssel en Kampen.

Ze waren eerst op bezoek geweest in Wijhe-Olst. Wijhe-Olst is samen met Hardenberg, Hengelo en Kampen pilotgemeente in de provincie Overijssel. De provinciale CDA-fractie heeft de discussie aangezwengeld met een zogenaamd tienpuntenplan en GS verzocht om met vier verschillende gemeenten onderzoek te doen naar mogelijk beleid. In Kampen gaan we vooral in op de verbinding tussen de virtuele wereld (Internet-shoppen) en de fysieke wereld (zeg maar Oudestraat).

 

 

 

De leegstand in Kampen is de laatste jaren iets gedaald en zit nu ongeveer op het landelijk gemiddelde. In de afgelopen maanden hebben we diverse bijeenkomsten georganiseerd om onze kennis te vergroten. We organiseerden een pizza-bijeenkomst over het Nieuwe Winkelen met oa. Een vertegenwoordiger uit Veenendaal, waar dit thema heel actief door de winkeliers is opgepakt.

Er is een onderzoek gedaan door twee studenten commerciële economie naar de manier waarop onze Binnenstadondernemers kunnen inspelen op veranderend consumentengedrag. Samenwerking met een gezamenlijke website (zoals bijvoorbeeld GeerstraatSfeerstraat doet); meer beleving op het gebied van kijken/voelen/ruiken/proeven; cross-chanel verkoop en een betere vindbaarheid op Internet waren daarbij de belangrijkste uitkomsten en adviezen.

N.a.v. dat onderzoek hebben we als gemeente een bijeenkomst belegd, waar B & S Media een aantal tips & trucs meegaf aan de geïnteresseerde ondernemer over die vindbaarheid op Internet.

We organiseerden een themamiddag met het Trendbureau Overijssel over de toekomst van Binnensteden. Daar zaten we als overheid en ondernemers bij elkaar om samen na te denken over de toekomst van de Kamper Binnenstad als kernwinkelcentrum.

Met de OVK zijn we lang in gesprek geweest om te komen tot een Ondernemersfonds, waar iedere ondernemer aan bijdraagt d.m.v. reclamebelasting. Afgelopen week heeft de gemeenteraad die reclamebelasting ook mogelijk gemaakt.

We zijn bezig om City-Marketing vorm te geven en zoeken daarin nadrukkelijk naar een manier om met ondernemers uit de hele stad een programma op te zetten, waar iedere inwoner en ondernemer bij gebaat is. Dat zoiets niet kan zonder actieve en financiële ondersteuning van diezelfde ondernemer is voor mij helder. Een lijn, die overigens door alle deskundigen in Nederland wordt ondersteund.

 

In Kampen is de koopkracht 58 miljoen euro. Ons winkeloppervlak in de Binnenstad is ruim 25.000 m2. Voor 92 % van de dagelijkse boodschappen kiest de Kampenaar voor een Kamper winkel en dat is behoorlijk hoog. Voor de niet-dagelijkse boodschappen is de koopkrachtbinding 61 % en ook dat is niet verkeerd. In het verleden was Kampen ook een regionaal koopcentrum. Maar de toevloeiing van koopkracht van buiten (bijv. de polder, de Veluwe en de Kop van Overijssel) is afgenomen. Het aantal verkooppunten in Kampen is 350. In de komende tien jaar zullen we zo’n zeventig verkooppunten gaan verliezen, zo zeggen de landelijke cijfers.

Binnensteden lopen verder leeg en daar moeten we met elkaar iets aan doen. Schrikbeeld voor mij is de Franse manier van winkelen. Bij veel steden vind je nauwelijks nog winkels in het centrum. Aan de rand van de stad staan grote reuzen als LeClerc, waar je verdrinkt in de artikelen en niet weet hoe gauw je zo’n zaak uit moet rennen. Het gaat ten koste van de aantrekkelijkheid van de Binnenstad en daarmee ook van de leefbaarheid.

 

Wanneer ik luister naar de SER, naar het Trendbureau, naar Mitex, naar MKB en ga zo maar door, dan is het beleid in Kampen het juiste beleid. Een paar speerpunten uit ons beleid:

-       We hebben ervoor gekozen om ons kernwinkelcentrum te beperken tot Bovenkerk-Oude Postkantoor. De rest van de Oudestraat, de Geerstraat, de Broederstraat en de Gasthuisstraat noemen we aanloopstraten.

-       We proberen City-Marketing van de grond te krijgen, met een programma om Kampen te etaleren als een aantrekkelijke gemeente om te wonen, te werken en te recreëren.

-       We proberen Wifi in de Binnenstad mogelijk te maken.

-       In arrangementen proberen we winkelen te koppelen aan onze cultuurhistorie. 37 % van de bezoekers aan Kampen komt voor funshoppen en daar hoort beleving van onze historische binnenstad bij.

-       We zetten in op versterking en uitbreiding van evenementen. Het tweejaarlijks maken van Sail Kampen past daarin. Ook de uitbreiding van het Campement  van Kampen. En natuurlijk de Internationale Hanzedagen 2017. Het moet de bezoeker meegeven dat Kampen een leuke stad is om rond te lopen.

Van alle kanten krijgen we bevestiging dat dit beleid het juiste is. We moeten nog wel zien om ook de ondernemer te binden aan dat beleid. Veel ondernemers kijken logisch genoeg vooral naar hun eigen belang en vergeten soms dat hun eigen belang beter wordt behartigd in een gezamenlijke visie en gezamenlijke doelstellingen. Alleen maar in de verdediging schieten en bouwen op het verleden levert uiteindelijk geen winst op. Inspelen op een veranderd koopgedrag en vooruit kijken is de beste remedie.

Vandaar dat ik Wilco van Werven van Sport2000 had gevraagd tijdens het winkeltopbezoek iets te vertellen over zijn plannen. Wilco is bezig met het opzetten van een webshop, die een directe relatie heeft met zijn winkel. Daarbij kijkt hij vooral naar sporten die in Kampen sterk zijn en waar hij dus de meeste omzet mag verwachten. Hij had een goed verhaal.

 

Ik wil mij in het beleid van de gemeente graag richten op dit soort jonge ondernemers in de hoop dat zij over twintig jaar ook nog een boterham kunnen verdienen in onze Binnenstad.

Met als speerpunten City-Marketing en evenementen moeten we toch in staat zijn om bezoekers verliefd te laten worden op onze mooie Binnenstad. Het bezoek van de Nederlandse winkeltop heeft bevestigd dat we met ons beleid op de goede weg zijn. Kampen is en blijft het waard om voor te gaan. De hele mooie achttiende positie op de de landelijke lijst van diversiteit in winkelaanbod is daarbij een mooie basisvoorwaarde. Dat gevoegd bij onze schitterende gebouwen, de fraaie musea, de koggewerf en ons IJsselfront, maakt dat we de kans krijgen om ook in de toekomst een aantrekkelijk winkelapparaat te houden.

 

Stadslandbouw (15-04-13)

Wat een mooie bijeenkomst hebben we gehad in het Stadhuis van Kampen! Zo’n zeventig enthousiaste aanwezigen hoorden een mooi verhaal aan van Professor Van de Schans van de Universiteit van Wageningen. Van de Schans is ook betrokken bij Eetbaar Rotterdam. Een wetenschapper met praktijkervaring dus.

In Kampen hebben we nog het geluk dat veel Kampenaren weten hoe voedsel geproduceerd wordt. We hebben met de Koekoek een groot glastuinbouw en koude grond gebied, waar groenten en fruit vandaan komen. Tijdens Kom In De Kas komen duizenden een kijkje nemen. Met de Weidse Waarden hebben we vooral op Kampereiland een mooi programma, waar voedselproductie ook een thema is. Ook daar en op de Melmer en Kamperveen in en de Mastenbroeker Polder wordt veel melk geproduceerd. Akkerbouw komt wat minder voor in onze gemeente, maar het is er wel.

Veel boeren en tuinders zijn nadrukkelijk bezig met duurzaam produceren van voedsel. Binnen de Koekoek is het een belangrijk thema in de Kansenkaart. Met die Kansenkaart willen we juist dat duurzame element een prominente rol laten spelen in de promotie van de Koekoek.

Ook burgers genieten van de producten die ze zelf zien groeien op hun moestuintjes. Soms in de achtertuin, soms op een volkstuin. We hebben nog twee grote complexen, Onze Tuin en Tuinlust. Er zitten net over de brug bij Roggebotsluis ook veel Kamper volkstuinders.

Waarom dan toch Stadslandbouw als thema opvoeren, werd me wel gevraagd. Het zou vele bladzijden van mijn weblog vragen om dat uit te leggen. In de afgelopen jaren heb ik er veel over gelezen en heb ik met mensen gesproken die daar al mee bezig waren. Op een symposium in Groningen hoorde ik professor Carolyn Steel spreken. Zij is van huis uit architect en doceert o.a op de universiteiten van Cambridge en Wageningen. Haar leerstoelen hebben vooral te maken met de relatie tussen steden en voedsel. In haar boek “The Hungry City” schetst ze de geschiedenis van de voedselvoorziening en de gevolgen van de urbanisatie in relatie met voedsel. Mensen weten veelal niet meer hoe voedsel geproduceerd wordt. Ze laten zich leiden door de aanbiedingen van de supermarkten en worden steeds vaker verleid om kant en klaar producten te kiezen. Vers voedsel krijgt een steeds kleiner aandeel in de dagelijkse eetgewoontes van steeds meer mensen. Bovendien wordt ons eetpatroon steeds vreemder.

We eten visfilet uit Zuid-Oost Azië en hebben er geen benul van dat die vis gekweekt wordt in zwaar verontreinigd water. Een productieproces wat in Nederland absoluut ontoelaatbaar zou zijn. We eten het hele jaar groenten die hier alleen maar in de zomer groeien. We laten dat overvliegen uit verre landen. We eten tomaten en komkommers uit Spanje, omdat de grootwinkelbedrijven het daar goedkoper kunnen krijgen dan in Nederland, in onze eigen Koekoek. De consument zou voor een dubbeltje meer een veel duurzamer geteeld product kunnen krijgen uit onze eigen omgeving, maar krijgt die kans niet eens, omdat de supermarkten dan minder zouden verdienen.

Stadslandbouw brengt mensen in de buurt van voedselproductie en dat kan op veel manieren. Waarom zouden er niet grote volkstuinen in de stad kunnen ontstaan. Nu ligt op veel plekken alleen gras en jagen we daar twee keer per jaar met een grasmaaier overheen. De bewoners uit zo’n straat zouden daar ook samen een buurttuin van kunnen maken. Voor een deel dahlia’s, voor een deel rozen, voor een deel bloemkool en sla, enzovoorts. Samen de tuin onderhouden, samen genieten van de producten. Gezond en ook nog gezellig.

 

Waarom planten we niet wat meer noten- en fruitbomen? Kinderen zien dan voedsel aan de bomen groeien en in de oogsttijd vinden ze het vast leuk om appels te rapen en daar bijvoorbeeld appelmoes van te koken.

 

Voorbeelden genoeg van wat mogelijk is. Het gaat om het dichtbij brengen van gezond voedsel, om voorlichting (iets wat o.a. de Kinderboerderij nu al doet), om contact met elkaar. Kansen genoeg dus voor Stadslandbouw en het is aan de Kampenaren om daar nu iets mee te doen. Vijf aanwezigen hebben zich gemeld om een voortrekkersrol te spelen. Daar zit ook Jasper Tiemens bij. Hij reageerde op een oproep van mij in de pers om iets te doen met Stadslandbouw. De succesvolle avond in het Stadhuis is mede door hem georganiseerd.

 

Mensen die meer willen weten over stadslandbouw en mee willen denken of ideeën hebben kunnen gebruik maken van stadslandbouw@kampen.nl 

 

Ik denk dat er mooie initiatieven zullen ontstaan en dat we in Kampen gaan genieten van veel creatieve stadslandbouwers.

 

 

Peters Shipyards (15-03-2013)

Vandaag was het bij Peters Shipyards een historische dag. Een bijzonder schip werd gedoopt: de Greenstream. De Greenstream is het eerste schip van Peters Shipyards wat gaat varen voor Shell. Daarom was de hoogste baas van Shell, CEO Peter Voser, vanuit Zwitserland overgekomen om bij dit belangrijke moment te zijn. Shell investeert kapitalen in de ontwikkeling van LNG, omdat het gelooft dat dit de toekomst is op gebied van brandstoffen.

De LNG Greenstream Tanker is een elektrisch aangedreven schip dankzij de door LNG (Liquid Natural Gas) aangedreven generatoren. Door het gebruik van LNG wordt de uitstoot van CO2 en stikstofoxyden met respectievelijk meer dan 25% en 80% gereduceerd. Bovendien komt er geen zwaveloxyde en fijnstof vrij. Met de in totaal vier motoren wordt minder energie verbruikt en veiliger gevaren. Als een motor uitvalt, dan zijn er nog drie over om door te varen. Bovendien kan door de vormgeving meer gebruik gemaakt worden van de stroming van de rivier. Deze tankers varen de Rijn op en af en wanneer ze stroomafwaarts varen, kunnen ze vaak volstaan met twee draaiende motoren, waardoor het energiegebruik nog lager wordt.

De vrouw van Peter Voser mocht het schip dopen. The christening of the Greenstream, zoals het officieel heette, werd opgeluisterd door de roeisloep De Stad Kampen, die een mooi eresaluut kwam brengen. Na de doop was er een gezellig samenzijn met een lunch, waarbij er alle gelegenheid was om te netwerken. Zo sprak ik met verschillende Rotterdamse bedrijven en een vertegenwoordiger van het Rotterdamse Havenbedrijf.

De innovatie van Peters Shipyards is bijzonder in een industrie, waar de concurrentie moordend is. Er zijn teveel binnenvaartschepen en veel van die schepen zijn verouderd. Peters zocht naar innovatie en vond die samen met Interstream Barging uit Geertruidenberg. Ver je nek uitsteken is risicovol, maar nu deze innovatie uitgemond is in deze binnenvaarttanker, lijkt Peters een mooie toekomst tegemoet te gaan. Ook op andere terreinen is Peters innovatief bezig. Om zich te verzekeren van goed personeel in de toekomst, hebben ze in samenwerking met het Deltion College een eigen lasschool opgericht. Zit je op die school, dan krijg je na de diplomering een arbeidsplaats bij Peters. De lessen vinden vrijwel allemaal bij Peters plaats. Onderwijs vanuit de praktijk door vakmensen van de scheepswerf.

In de afgelopen jaren was ik meerdere keren op bezoek bij Peters. Toen ik hoorde van hun plannen met LNG tankers, heb ik contact gezocht met onze euro-parlementariër Corien Wortmann. Vanuit Europa zal die regelgeving op gang moeten komen en dan kun je maar beter aan de voorkant zitten. Het werkbezoek van Corien was een prima bezoek. Peters kon haar vragen stellen en Corien kon met huiswerk terug naar Brussel. Toch prettig om zo’n betrokken partijgenote te hebben. Met de Bruine Vloot hebben we al vaker een beroep op haar gedaan, nu konden we ook van haar inbreng profiteren bij deze duurzame ontwikkeling.

Ook Theo Rietkerk is op werkbezoek geweest. Overijssel heeft mogelijkheden voor energie- en durzaamheidsinnovatie en ik hoop dat Peters daarvoor in aanmerking komt. Binnenkort zit de directie van Peters weer om tafel met de provincie om de mogelijkheden te verkennen. Het is leuk om dit soort lijntjes uit te leggen. Daar heeft het Kamper bedrijfsleven voordeel van en ik vind dat één van mijn belangrijkste taken.

 

Camperparkeerplaatsen (13-02-2013)

In de Stentor lees ik dat raadslid Richard Boddeüs vragen heeft gesteld over mensen die een bekeuring hebben gehad op de camperparkeerplek. De vragen snap ik en er zit ook een behoorlijke mate van redelijkheid in zijn vragen. Aan de andere kant is het wel bijzonder. Want in de hele discussie over de camperparkeerplaatsen is het diezelfde raad geweest, die steeds weer het college opriep dat er vooral flink moest worden gehandhaafd. Nu is er niemand van het college geweest, die opgeroepen heeft tot een handhavingsactie op het Berghuisplein. Dat is maar goed ook, want dat soort zaken moet je vooral bij de handhavers laten. Ik vroeg om een reactie vanuit Toezicht en handhaving en die reactie was te verwachten: "Nu doen we precies wat de raad vraagt en dan is het weer niet goed."

De suggestie van Boddeüs om in de wintermaanden parkeren vrij te geven op de camperparkeerplaatsen was net maandagmorgen besproken in mijn wekelijkse portefeuillehoudersoverleg. Hij wordt wat dat betreft op zijn wenken bediend. Er zal een apart verkeersbesluit genomen worden, waarin we dat gaan regelen.

 

Ruimtelijk domein (13-02-2013)

Vorige week mocht ik te gast zijn in het Platform Ruimtelijk Domein van de VNG-Overijssel. Daar overleggen burgemeesters en wethouders over zaken die te maken hebben met de ruimtelijke ordening. Ik ben lid van de landelijke VNG-commissie Milieu en Mobiliteit en men wilde graag van mij weten welke thema's spelen in deze commissie. Een verslag van de bijeenkomst van Platform:

Op donderdag 7 februari mocht ik aanwezig zijn bij het Platform Ruimtelijk Domein. 17 collegae, allen bestuurlijk druk met de fysieke omgeving, kwamen in het gastvrije Hardenberg bij elkaar om een flink aantal thema’s te bespreken. In Hardenberg houden ze van effectief vergaderen, want de parkeerplaats kent een maximum parkeerduur van twee uur, dus binnen die honderdtwintig minuten moet alles gebeuren.

Vanuit mijn lidmaatschap van de landelijke VNG-commissie Milieu en Mobiliteit (M&M) was ik gevraagd iets te vertellen over de thema’s die daar behandeld worden. Het was geen verrassing voor de collegae dat de meeste

tijd in het Haagse het afgelopen jaar besteed is aan het verpakkingakkoord en aan de oprichting van de RUD’s. Thema’s, die op iedere BenW-tafel aan de orde geweest zijn.

Daarnaast is er veel tijd binnen M&M voor de BDU, verkeersveiligheid, het omgevingsrecht, milieuwetgeving en steeds vaker voor duurzaamheid. Belangrijkste onderwerp in het laatste dossier is de fiscale wetgeving. Salderen bij duurzame lokale energieprojecten zorgt voor een enorme drempel en blokkeert zo veel van die mooie burgerinitiatieven.

Afgesproken werd om zo mogelijk contact met elkaar te zoeken op onderwerpen die in het Overijsselse ook op de agenda staan. Lukt het bestuurlijk niet, dan is er vaak ambtelijk wel gelegenheid elkaar te vinden. Tijd is wel een factor daarin. Stukken worden meestal pas een week voor de vergadering aangeleverd.

In Hardenberg werd ook gesproken over de Nederlandse uitleg van Natura2000. Veel gemeentes hebben daar lust, maar ook last van. Is de balans wel in evenwicht of slaan we in Nederland door? Er is een gezamenlijk gemeentelijk belang, maar we hebben tot op heden verzuimd die gezamenlijkheid ook te laten doorklinken in onze reacties. Nu is iedereen op zijn of haar eigen manier bezig om een weg te zoeken in de Natura2000-regelgeving. Algemeen is de gedachte dat we de resultaten van de lopende pilot eerst moeten afwachten, voordat er volgende stappen gezet worden door bijvoorbeeld de provincie. We waren het eens dat we niet altijd het beste jongentje van de klas hoeven te zijn.

Rolf Koops, secretaris zoetwaterprogramma Oost-Nederland, bezorgde ons daarna nog wat hoofdrimpels. In zijn uitstekende presentatie schetste hij een toekomstscenario van de zoetwatervoorziening, die ingrijpende gevolgen kan hebben voor onze omgeving. Vanuit vier invalshoeken wordt nu gekeken naar en nagedacht over dit dossier: maatregelen die “altijd-goed” zijn, dus in elk scenario passen; ontwikkelen van innovaties om in te spelen op een veranderend zoetwatervoorziening (denk bijv. aan verzilting in het westen van het land); een veerkrachtig watersysteem; het economisch perspectief. Dit dossier zal zeker vaker besproken moeten worden.

Op 25 maart is er een regionaal bestuurlijk debat over het zoetwaterprogramma.

Op zoek naar thema’s, die in dit jaar nog terug zouden moeten komen op de agenda van het Platform Ruimtelijk Domein, werd aandacht gevraagd voor de omgevingsvisie, plattelandswoningen, de verhouding met het waterschap en migrantenhuisvesting.

Tot slot werden vier collegae aangewezen om in april namens de gemeenten het gesprek aan te gaan met Provinciale Staten over het al dan niet maken van provinciaal beleid op het gebied van winkelcentra. Dit met het oog op veranderingen in koopgedrag en een afkalvend winkelbestand.

Ik vond het leuk om een keer te gast te zijn in het Platform Ruimtelijk Domein. Goed dat er ook bestuurlijk gekeken wordt naar gemeenschappelijke thema’s. Het mag wat mij betreft hier en daar wel wat concreter. Het is zinvol om af en toe even kritische kanttekeningen te maken en van elkaar te horen dat iedereen met sommige dossiers worstelt. Maar het mag daar niet bij blijven, dan moeten er ook afspraken gemaakt worden over een vervolg op die kritische opmerkingen.

 

Infrastructuur (27-01-2013)

De Haagse bezuinigingen hebben ook onze regio hard geraakt, zeker op het punt van de infrastructuur. Liefst drie projecten, waar de economie in onze regio veel voordeel bij zou hebben, zijn in de ijskast gezet door het kabinet.

Als eerste is de verbreding van de N-50 tussen Kampen en Kampen-Zuid van de begroting verdwenen. Dit project zou voor een derde door Overijssel worden bekostigd, maar die cofinanciering kon Den Haag niet over de streep trekken.

Als tweede is de N-35 slachtoffer geworden van de Haagse bezuinigingen. Deels uitgesteld, deels verdwenen van de lijst van projecten. De verbinding tussen de twee grote regio’s Zwolle en Twente blijft dus een karrespoor.

Als derde is er fors geschrapt in de aanpak van de N-23. De weg tussen Alkmaar en Zwolle heeft ook voor onze bedrijven veel waarde. Via de, nu nog N-307, wordt veel gekozen voor de route door de polder richting Dronten en Lelystad of naar de A-6 richting de Randstad.

Naast het niet doorgaan van deze belangrijke infrastructurele projecten voor de regionale economie, zit er nog een negatief aspect aan deze bezuinigingen. De werkgelegenheid in de bouw heeft al zeer forse deuken opgelopen, nu krijgen diezelfde bouwbedrijven ook in hun infrahoek de nodige tikken. Deze bedrijfstak is wel heel erg het kind van de economische recessie aan het worden.

Je zou verwachten dat Den Haag de economie zou steunen. De beste bezuiniging is nog steeds groeiende werkgelegenheid, maar blijkbaar werkt dat in het Haagse anders. Er zal nu flink moeten worden gelobbyd  om toch nog iets voor elkaar te krijgen voor onze regionale economie.

 

VVV (19-01-13)

Direct na Oud-Nieuw mocht ik bij Plantage Boekhandel Bos het nieuwe VVV-kantoor openen. (De mooie foto’s zijn, zoals wel meer op mijn site, afkomstig van Richard Tennekes.) Dat deed ik samen met William Hartman. William heeft hart voor Kampen en vanuit die bezieldheid en ook vanuit slim ondernemersperspectief heeft hij de VVV-functie binnengehaald. Ik vond het belangrijk dat de VVV aan de Oudestraat bleef. Toeristen moeten in onze belangrijkste winkelstraat komen om niet alleen te genieten van als het moois wat Kampen te bieden heeft, maar ook nog wat uitgeven bij onze plaatselijke middenstand.

Er waren mensen die dachten dat de VV zou verdwijnen uit Kampen. Daar is nooit sprake van geweest. Alleen de winkel kon financieel echt niet meer uit. Vanuit de boekhandel kan iedere Kampenaar en toerist nog steeds alle informatie krijgen over leuke uitstapjes in onze regio. Ook het informatiecentrum Nationaal Landschap IJsseldelta is bij Bos te vinden.

 

Infrastructuur (19-01-13)

De laatste tijd gebeurt er veel in Kampen op het gebied van de infrastructuur. Een randvoorwaarde voor een bloeiende economie. Nu de bouwsector en de daaraan gerelateerde bedrijven enorme klappen krijgen is het goed dat de overheid in ieder geval investeert in de infrastructuur. In de afgelopen periode zagen we de opening van de Hanzelijn, het begin van de reconstructie van de Ambachtstraat, de nieuwe inrichting van de Haatlanderdijk, de veranderingen aan de Veilingweg, de opening van de nieuwe Rampsolbrug (zie foto) en de nieuwe (halve) op- en afrit van de N-50.

In de komende periode gaan we starten met de opwaardering van het Zambonicircuit (2013), het afmaken van de reconstructie van de Ambachtstraat (2013), het verbreden van de N-50 tussen Kampen en Kampen-Zuid (besluiten 2013/2014, uitvoering 2015), totale reconstructie van de N-307 (Kampen-Dronten), inclusief het vervangen van de rotonde en een nieuwe oeververbinding (besluit 2013, uitwerking na 2015), besluiten over de Kamperzeedijk. Met elkaar moeten deze besluiten en uitvoeringen voor een nog betere doorstroming zorgen van het verkeer rond Kampen en voor een optimale bereikbaarheid van Kampen en haar industrieterreinen.

Bij het vervoer over water maken we heel langzaam maar zeker vorderingen. Dat vraagt wel heel veel lobbywerk. Ons verlanglijstje is niet makkelijk te vervullen. De vaargeul over het IJsselmeer, de verdieping van de Kornwerderzandsluizen, voorwaar geen makkelijke opgave. Met een bestuurlijke en politieke lobby proberen we beide zaken op de regionale en landelijke agenda te houden.

Een mooi succes was er ook. Dankzij langdurig lobbywerk van onder meer Cor Adema hebben we de havens van onze regio op de belangrijke TEN-T lijst van Europa gekregen. Dat is de lijst van Europese binnenhavens, die van betekenis zijn voor het Europees vervoer over water en daarom ook in aanmerking komen voor Europese ondersteuning bij het maken en uitvoeren van plannen.

Binnen de IJsselmeeralliantie wordt hard gelobbyd om de sluizen in de Afsluitdijk vergroot te krijgen. Wanneer dat gebeurt, kunnen ook shortsea-schepen Kampen bereiken. Goed voor de regionale economie en goed voor het milieu. Vervoer over water is goedkoper en milieuvriendelijker dan over de weg. En ook nog eens goed om de files te bestrijden.

 

Social media (19-01-13)

Ook in de politiek is social media niet meer weg te denken. Veel politici zitten op Hyves, Facebook, LinkedIn, Twitter enz. Het maakt de afstand tussen burger en politiek kleiner. Je bent benaderbaar, tegelijk ook kwetsbaar.

Met Hyves en Facebook heb ik niet zoveel. Sommigen mensen leggen hun hele hebben en houden bloot op Internet en de scheiding tussen werk en privé en flinterdun of soms helemaal niet meer te trekken. Ik heb een account op beiden, maar doe er niets mee. Wel ben ik actief op LinkedIn en Twitter. LinkedIn is meer zakelijk. Ik doe mee in een aantal discussiegroepen, zowel vanuit mijn wethoudersrol, als vanuit mijn oude beroep, het onderwijs. Via LinkedIn worden eigenlijk alleen maar zakelijke vragen gesteld of afspraken gemaakt. Ik denk dat alle gebruikers van LinkedIn ook dat zakelijke respecteren. Op LinkedIn geen gesprekken over vakanties, nieuwe kleren of de laatste cd’s.

Twitter is een ander verhaal. Ik ben nu een jaar actief op Twitter en veel mensen vinden Twitter een mooi en snel medium om op de hoogte te blijven van wat er speelt in de wereld. Je kunt internationale artiesten, sporters en politici volgen via Twitter, maar moet je dan wel afvragen wie de tweets bedenkt. Vaak zit daar een communicatiemedewerker achter.

Via Twitter krijg je soms vragen binnen. Ik heb voor mijzelf daarbij wat simpele uitgangspunten bedacht. Is de vraag op een normale manier gesteld door een persoon, die bekend is en die normaal taalgebruik bezigt, dan krijgt die persoon antwoord. Als ik de tweet zie, want dat hoeft ook niet altijd. Ik zit niet altijd met mijn I-phone voor de neus. Is de vraag afkomstig van een notoire mopperaar of met een cynische ondertoon o.i.d. gesteld, dan neem ik de tweet voor kennisgeving aan.

In de afgelopen tijd heb ik via Twitter meerdere vragen gehad over bijv. verkeerssituaties. Verschillende vragenstellers heb ik uitgenodigd voor een gesprek of een telefoontje. Soms vraag ik een twitteraar om de vraag toe te lichten via de mail. In de praktijk werkt dat prima. Risico is wel dat een vraag via Twitter niet opgemerkt wordt of pas dagen later. Dat hoort bij het medium. Twitter is superactueel, maar ook supersnel. Een vraag kan dus zomaar ondersneeuwen in duizenden volgende tweets.

In de raad is discussie geweest over twitteren tijdens vergaderingen. Ik heb daar geen moeite mee. Toen Twitter nog niet bestond werd er in de wandelgangen gediscussieerd over onderwerpen. Stuurde je briefjes rond, zond je een sms’je of een mailtje. De raad heeft afgesproken niet te twitteren over onderwerpen die op dat moment in de raad aan de orde zijn. Prima, al vraag ik me af wat we daar mee beogen. Ik denk dat juist twitteren over onderwerpen die spelen burgers meer kan betrekken bij de politiek. Sinds de raad rechtstreeks wordt uitgezonden krijg ik meer reacties op de verschillende onderwerpen. We brengen door gebruik te maken van al die mogelijkheden politiek wel dichter bij mensen.

Janita Tabak heeft wel eens gesuggereerd een Twitterspreekuur te houden. Lijkt me een leuk experiment. Hoe dat vorm gegeven moet worden weet ik niet, maar daar hebben we deskundigen voor.

Ik denk wel dat de vijftigplus-generatie wat meer moeite heeft met al die ontwikkelingen. Maar het is juist de jeugd, die we zo graag willen betrekken bij de politiek, die al die social media graag benut voor discussies. De ogen dus niet sluiten, maar meebewegen en vooral de kansen zien.

 

Voetbal (05-12-12)

De dood van een voetballijnrechter maakt velen stil

Is dit nu wat je met sport bereiken wil

De voetbalbond legt daarom het amateurvoetbal stop

Want bij sommige voetballers moet hij om: die knop

Agressie neemt steeds meer toe langs en binnen de lijn

Terwijl voetbal zo’n mooi spelletje kan zijn

Helaas wordt het betaald voetbal niet stilgelegd

Jammer dat niet iedereen daar iets van zegt

Want wil je als voetbalbond echt een statement maken

Dan moet je dit weekend alle voetbalwedstrijden staken

Amateurvoetbal stilleggen is dus symboolpolitiek

De voetbalbond af en toe is wereldvreemd en doodziek

Want het enige wat voor de KNVB telt

Is veel media-aandacht en heel veel geld

Gelukkig ken ik de Kamper voetbalverenigingen

Als clubs die adequaat omgaan met deze dingen

Daar wordt fysiek en verbaal geweld

Beslist niet op prijs gesteld

De besturen, trainers en leiders treden daar consequent tegen op

Ik vind dat van van onze clubs echt top

Ik vraag hen zaterdag naar hun clubhuizen te gaan

Om daar met leden en ouders bij dit trieste feit stil te staan

 

 

Pizzabijeenkomst Toerisme (25-11-12)

Donderdag organiseerde de gemeente Kampen in het Flevogemaal weer een pizzabijeenkomst. Dit keer ging het over toerisme en recreatie. In samenwerking met IJsseldelta Marketing gingen we in gesprek met ruim dertig ondernemers uit de recreatieve hoek. Hoteliers, B*B-houders, aanbieders van recreatieve producten, booteigenaren, arrangementbedenkers, enzovoorts.

Ik vertelde hen dat er duizenden keren per maand wordt gezocht op Internet naar thema's als "dagje uit Overijssel" en "Hanzesteden". Het gaat dan echt om duizenden mensen die deze thema's interessant vinden en gericht zoeken. Stel dat 10 % van deze zoekenden nu eens in Kampen terecht zou komen? Dat zou voor de regio IJsseldelta enorm veel omzet betekenen Bovendien weten we allemaal dat onze bezoekers van buiten de regio erg enthousiast zijn over onze regio en dat enthousiasme ook in hun eigen omgeving overbengen op anderen. Kansen te over dus.

Na een mooi verhaal van Lars van Egmond van IJsseldelta Marketing over het type toerist wat naar ons toe komt, gingen we aan de slag. Opdracht was om voor de verschillende types toeristen die in Kampen komen passende arrangementen te bedenken. In drie groepen werd hard gewerkt om voor toeristen dagarrangementen te bedenken. Wanneer iemand geïnteresseerd is in zo'n arrangement is de kans groot dat hij/zij er ook een overnachting (of meer) aan vastknoopt.

Overdag dus diverse leuke dingen koppelen aan een leuk diner in de avonduren en een overnachting op een campin, in een hotel of Bed en Breakfast. Het regende ideeën, waarvan er een aantal uitgewerkt zullen worden door de ondernemers zelf. Zelf had ik het idee om een "Strijd-tegen-het-water-arrangement" te maken. Een bezoek aan ons Stedelijk Museum (met een mooie afdeling over dit thema), een bezoek aan Schokland, een bezoek aan Museum Het Nieuwe Land in Lelystad op dag 1. 's Avonds een diner met streekproducten uit de IJsseldelta. Op de tweede dag een fietstocht langs de Balgstuw, over het Kampereiland met haar terpen, langs het Stoomgemaal Kamperzeedijk, door de Mastenbroeker polder (de oudste polder van Nederland), naar de IJsseldijken, langs de verschillende kolken. Op de derde dag een stadswandeling langs de waterverdedigingswerken op de IJsselkade, de oude stadsmuur en de Kamper poorten.

Ook dat is zo'n idee wat nu verder wordt uitgewerkt.

Het enthousiasme van de deelnemende ondernemers was zo groot, dat ter plekke werd besloten dit soort bijeenkomsten twee keer per jaar te gaan houden. In het voorjaar om nieuwe producten te bedenken, in het najaar om te evalueren. Ik denk dat bijeenkomsten dan alleen maar drukker zullen worden. Ik verwacht alle dik dertig ondernemers daar terug en dat anderen daar bij aan zullen sluiten.

Met elkaar zijn we overtuigd dat op deze manier steeds mensen Kampen en de IJsseldelta zullen bezoeken en dat ze ook langer zullen blijven. En wanneer we dan ook tripjes organiseren naar bijvoorbeeld Giethoorn, de Veluwe of Zwolle, wordt het voor toeristen steeds leuker om een weekje Kampen te gaan doen.

 

Energiebedrijf (18-11-12)

Gaat Kampen een duurzaam energiebedrijf krijgen? Als het aan mij ligt wel. De vraag is wie zich wil inzetten om zover te komen. Want ik voel er weinig voor om dat allemaal als gemeente te doen. Het is ook de vraag of het vormen van een energiebedrijf een kerntaak is van de gemeente. Vroeger wel. Toen hadden veel gemeenten een eigen energiebedrijf. Die bedrijven moesten in de jaren tachtig allemaal van de hand gedaan worden. Groot was goed, dachten velen toen. We weten inmiddels dat groot helemaal niet goed is, alleen dat het de afstand tussen bedrijf en klant enorm groot heeft gemaakt.

Er zijn een heleboel energiebedrijfjes in oprichting. De meesten houden zich bezig met zonnepanelen. En die wachten allemaal op het veranderen van de Haagse wetgeving. Gezamenlijk inkopen is tegenwoordig heel normaal en je kunt dan een aardige korting bedingen. Maar wanneer je samen ergens zonne-energie gaat produceren, wordt vooral de fiscus daar beter van. Je mag alleen salderen wanneer de zonnepanelen aan je eigen pand zijn gekoppeld. (Salderen: op momenten dat je meer produceert dan nodig, mag je dat verrekenen met die momenten dat je minder produceert.)

Het idee is om met een heleboel Kampenaren een groot zonnepanelenveld te bouwen. Wanneer duizend Kampenaren allemaal duizend euro investeren, kun je voor een miljoen euro zonnepanelen kopen. Afgerond zo’n tweeduizend panelen, bij elkaar goed voor ruim 500 Kilowatt Piek. Stel dat je tweeduizend Kampenaren vindt, die allemaal tweeduizend euro willen investeren. Of die allemaal vijfduizend euro willen……

Zo’n veld zou overal in onze gemeente kunnen worden aangelegd. Zelf kijk ik met een schuin oogje naar de N-50. Langs de N-50 ligt honderden meters aan geluidswal. Deze geluidswal zou je vol moeten gooien met zonnepanelen. Ik heb deze suggestie neergelegd bij Rijkswaterstaat en daar vond men het wel een bijzonder idee. Sterker nog, men was wel geïnteresseerd om dat eens uit te zoeken. Uiteraard mag het niet ten koste gaan van de verkeersveiligheid, maar het zou toch fantastisch zijn om duizenden panelen achter elkaar te zien langs de weg. De opbrengst komt uiteraard ten goede aan de mensen die geïnvesteerd hebben. Je zou ook kunnen afspreken dat een bepaald percentage ten goede komt aan nieuwe duurzaamheidsinvesteringen. Maar daar moeten de deelnemers zelf maar een route in zien te vinden.

Eerst moeten we een clubje mensen vinden die mee willen denken om tot een rendabele business case te komen. Een fiscalist, een boekhouder/accountant, iemand met verstand van techniek, een organisator, een netwerker, dat soort mensen hebben we nodig. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

 

Internet en Geerstraat

Internet neemt ook bij winkelend Nederland een belangrijke plek in. Het gaat dan niet alleen om bestellingen via Internet, maar ook om het vinden van de juiste winkels. Dat er veel via Internet verkocht wordt, weten we uit ervaring. Steeds meer mensen kopen zaken als boeken, cd’s, vakanties, kleding enzovoorts via Internet. In 2011 werd er vanuit Overijssel 92 miljoen euro aan producten gekocht via Internet. Voor Kampen zal het dan om een bedrag van zo tussen de 4 en 5 miljoen euro gaan. Geld wat de consument deels ook in onze Binnenstad had kunnen besteden.

Soms hoor je bizarre voorbeelden. Wanneer je een boek bestelt via bijvoorbeeld bol.com en je bent niet thuis kun je het later afhalen bij de afhaalbalie. Die afhaalbalie is in Kampen toevallig bij Plantage boekhandel Bos gevestigd. En dan te bedenken dat bol.com lang niet altijd goedkoper is dan de reguliere boekhandel. Leuker, sneller en vaak voordeliger kun je dus terecht bij de reguliere boekhandels, ook in Kampen.

In 2011 organiseerde ik samen met de Kamer van Koophandel een avond over de ontwikkelingen in Binnensteden en het koopkrachtgedrag van onze inwoners. De opkomst was mager. Slechts een twintigtal ondernemers wilde meepraten over wat toch hun toekomst is. Dit jaar organiseerde ik een zogenaamde pizzabijeenkomst over hetzelfde thema. Gelukkig waren er meer belangstellenden. Zo’n vijftig mensen waren aanwezig. In die bijeenkomst heb ik opnieuw aandacht gevraagd voor het belang van Internet voor de retail. Hoeveel mensen zoeken niet op Internet op waar bepaalde producten te koop zijn om vervolgens gericht te gaan winkelen? En hoeveel mensen raadplegen op straat niet even snel hun mobieltje om te kijken waar een bepaald soort winkel te vinden is? Ik gaf als voorbeeld het schoenenmerk Asics, wat door negentig procent van de korfballers gedragen wordt. Kom ik, als ik  google op Asics en Kampen, terecht bij de Kamper sportzaken? Vorig jaar had ik hetzelfde gedaan met Karhu en Kampen. Karhu is een sportschoen, veel gedragen door hardlopers. Toen kwam ik terecht bij Runnersworld in Zwolle. Gelukkig kom ik nu wel terecht bij Kamper sportzaken.

Zo hoort het te zijn, maar nog steeds is het lastig digitaal winkelen in Kampen. Daar moet volgens mij wat aan gebeuren. En dan wel door de ondernemers zelf. Het is hun handel.

MacHelp uit de Geerstraat heeft met de Geerstraatondernemers die uitdaging opgepakt. Saskia van Waard van MacHelp was op die pizzabijeenkomst en we spraken elkaar daarna in de wandelgangen. Ze vroeg mij of ik een actie van de Geerstraatondernemers wilde ondersteunen. Natuurlijk wilde ik dat.

MacHelp was voorheen in de Venestraat gevestigd, maar zit sinds een jaar in de Geerstraat. Om hun eerste Geerstraatverjaardag te vieren hebben ze hun collega’s uit de Geerstraat een nieuwe website aangeboden. Alle ondernemers worden vermeld op de website geerstraatsfeerstraat.nl en het is nu aan de ondernemers zelf om de informatie actueel te houden. Een mooi initiatief van MacHelp en een voorbeeld hoe ondernemers samen de digitale snelweg kunnen benutten. Ik mocht de site gisteren officieel in gebruik nemen en heb gelijk de Geerstraters gecomplimenteerd met hun acties. Het is in de Geerstraat altijd gezellig, de aankleding is in orde en men ondersteunt elkaar waar mogelijk. Samen sta je sterk en kun je klanten binden, ook via Internet. Ik hoop dat het initiatief van MacHelp en hun sfeervolle Geerstraat navolging krijgt in andere winkelcentra en winkelstraten.

Het is alleszins de moeite waard om geerstraatsfeerstraat.nl te bezoeken. Je treft er niet alleen informatie aan over de verschillende winkels, maar kunt ook mooie oude beelden van Kampen bewonderen. Op deze site straks als eerste de nieuwe aanbiedingen en de gezamenlijke acties. Actueel, informatief en uitnodigend. Compliment!

 

Congressen (03-11-12)

Deze week bezocht ik twee congressen. Een congres bijwonen vraagt veel tijd, vaak een dag of een dik dagdeel. Je moet dus vooraf goed inschatten of je ergens voor inschrijft. Je hoopt op een congres nieuwe ideeën te horen, waar je binnen Kampen wat mee kunt. Je hoopt nieuwe inzichten te krijgen en aan het denken gezet te worden. Je moet ook de kans krijgen om te netwerken, oude contacten te onderhouden en nieuwe contacten opdoen. Op een congres hoor je informatie te krijgen die je nog niet wist. Vooraf schat je dus in of je er beter wegkomt dan dat je er heen gaat.

Komende week bezoek ik twee congressen. In Nijmegen is een nationaal congres over afvalinzameling en alles wat daar mee samenhangt. Normaal zou ik daar niet heen gaan, omdat het de portefeuille is van Martin Ekker. Maar ik maak deel uit van de VNG-commissie die over afval gaat en heb dus vaak met dit dossier te maken. Ik wist dus dat dit congres zou komen. Voordat ik besloot om er wel of niet heen te gaan, kreeg ik de uitnodiging om daar deel te nemen aan een forumdiscussie over het afvalakkoord.

Juist omdat ik me geroerd heb in de discussie over het landelijke afvalakkoord, ben ik gevraagd om hier iets over te vertellen en mee te praten. Die uitnodiging heb ik daarom aangenomen.

 

Donderdag ga ik naar Tiel. Daar wordt gesproken over toerisme en recreatie in relatie met de watersport. Een Kamper thema en ik hoop daar nieuwe dingen te horen en ideeën op te doen.

 

Donderdag was ik met Bort Koelewijn op het Derde Nationaal Deltacongres. Eens per jaar wordt bestuurlijk Nederland bijgepraat over alles wat te maken heeft met waterveiligheid. De vorige nationale deltacongressen heb ik ook bijgewoond. Voor het eerst in de geschiedenis worden plannen gemaakt om een waterramp te voorkomen in Nederland. Alle vorige plannen als dijkversterking, nieuwe dijken, de Oosterscheldedam, de Afsluitdijk, enzovoorts, waren bedoeld om herhaling te voorkomen en kwamen voort uit een ramp.

Nu dus preventieve plannen en het is opvallend dat het Deltaprogramma het enige landelijke project is waar het nieuwe kabinet niet op zal bezuinigen. Dat geeft iets aan van de urgentie. Nederland is nog lang niet veilig en de strijd tegen het water is niet gewonnen.

Binnen het Deltaprogramma heeft Kampen te maken met twee onderdelen: Ruimte voor de Rivier en het IJsselmeerpeil. Landelijke programma's waar we geen besluitvormende invloed hebben, maar waar we wel over meepraten. De besluiten worden op enig moment in het Haagse genomen, voorzover die al niet genomen zijn.

De Deltacongres was van een hoog niveau. Veel informatie, nieuwe inzichten, innovatieve ideeën en de kans om te netwerken. Geen verloren dag dus. Pieter van Vollenhoven had een prima verhaal over de Raad voor de Veiligheid, waarbij hij herhaaldelijk wees op de verantwoordelijkheid van bestuurders. Hij gaf talloze voorbeelden van rampen die voorkomen hadden kunnen worden, wanneer bestuurders vroegtijdig iets met de signalen hadden gedaan. Hij had een compliment voor de betrokkenen dat zij wel hun verantwoordelijkheid nemen en niet wegkijken.

Erwin van Lambaart, de voormalige musicalproducent, had een boeiend betoog over communicatie. Hoe bereik je de mensen met een boodschap en beweeg je ze om mee te denken?

Er werden duidelijke uitspraken gedaan over de verhoging van het IJsselmeerpeil. De anderhalve meter van twee jaar geleden is nu echt verleden tijd.

Ook bijdragen van oa Bert Boerman en Joop Atsma waren prima. Kortom, een boeiend congres.

 

Vrijdag was ik in Enkhuizen voor het thema 'Het belang van oude binnenhavens'. Vol verwachting om ideeën op te doen voor bijvoorbeeld onze Koggewerf. Namens de Kamper Kogge waren vijf bestuursleden aanwezig. Het was een sof. Het ging erover hoe mooi traditionele schepen zijn en wat passagiers aan euro's uitgeven, maar het ging geen seconde over oude binnenhavens. Zonde van mijn tijd en zonde van de kilometers. Ik ben maar even troost gaan zoeken op onze Kogge, die als blikvanger bij de beurs voor traditionele schepen als blikvanger was ingehuurd.

 

Rabobank (19-10-12)

Vandaag maakt de Rabobank bekend dat ze stopt met het sponsoren van de professionele wielerploeg. Ze blijft wel de dames (Marianne Vos) en de amateurs ondersteunen. Ik snap het besluit van de Rabobank, ook al heb ik er wel moeite mee. De wielersport is jaren verziekt geweest en was net bezig met de grote schoonmaak. Zolang er om geld gefietst wordt, zolang wordt er doping gebruikt.

Zoetemelk, Merckx, Theunisse, Rooks, Polinder, Pantani, Basso, Llandis, Contador, Rasmussen en ga zo maar door. De complete Amerikaanse wielerselecties van de afgelopen tien jaar kunnen daar aan toegevoegd worden. Armstrong was niet alleen een kampioen op de fiets, hij was ook een kampioen in verdoezelen. En nu is dan het moment dat de belangrijkste Nederlandse wielerploeg het zonder de langst in het wielerpeleton meelopende sponsor moet doen. Zeventien jaar hebben we met veel plezier gekeken naar de Raborenners en gehoopt op successen.

Topsport en doping zijn helaas onlosmakelijk met elkaar verbonden. In 1984 werd Petra van Staveren uit Kampen Olympisch kampioen 100 meter rugslag in Los Angeles. Veel Kampenaren bleven daar 's nachts voor op. Ze kon alleen maar kampioen worden, omdat de Oostbloklanden afwezig waren. Petra vertelde dat ze bij grote internationale wedstrijden een keer de kleedkamer instapte en dacht dat ze in een herenkleedkamer terecht was gekomen. Zware stemmen, geen bortsgroei, haargroei, waar dat bij een vrouw niet hoort. Dat waren haar Oost-Duitse tegenstanders. Als westerling was je in die periode kansloos in de zwemsport.

In de wielersport kwamen we voor het eerst in 1967 achter de dopingzaken. Simpson stierf aan de gevolgen van dopinggebruik op de flanken van de Mont Ventoux. Een paar jaar geleden heb ik nog bij die plek stilgestaan, zoals voor en na mij duizenden wielerliefhebbers hebben gedaan. De wielrenners daarna zijn gewoon doorgegaan. Toch is het aantal dopingzondaars aan het teruglopen. Steeds meer toprenners willen een schone sport. Daar zullen niet alleen morele motieven een rol bij spelen. Ook de risico's om gepakt te worden zijn te groot en dan is het steeds vaker einde carrière.

De onthullingen van Armstrongs dopinggedrag laten zien dat de wielersport tot op het bot verziekt is (geweest?). Daarom snap ik het opstappen van de Rabobank. Aan de andere kant had de Rabobank goede sier kunnen maken met een voorbeeldploeg, die gegarandeerd dopingvrij rondrijdt. Maar zou het onderzoek naar Raborenner Barredo nu ook een rol spelen?

De wielersport blijft mooi. Ook komend jaar zal ik weer met veel plezier de klassiekers en de Tour volgen. Maar het zal nog jaren duren dat bij iedere winnaar de vraag gesteld zal worden: dopingvrij?

 

Regio Zwolle (05-10-12)

Vandaag hadden we vijf kamerleden op bezoek in de Regio Zwolle. Dat hadden er eigenlijk meer moeten zijn, maar een ingelast fractieweekend van CDA en ook zo'n sessie van de PvdA zorgde ervoor dat die vertegenwoordigers afzegden. Opvallend dat we nu vijf VVD-ers op bezoek kregen. Normaal is de CU ook altijd aanwezig. Buiten deze vier partijen om was er geen belangstelling. Merkwaardig dat partijen als GL, SP, SGP, D'66 nu al jaren uitblinken door afwezigheid.

De vorige jaren hadden we eind september, begin oktober altijd een gezamenlijk ontbijt, waar we de regio-ontwikkeling bespraken. Nu was gekozen voor een andere aanpak. 's Morgens een werkbezoek, waarbij de kamerleden konden kiezen uit tien verschillende excursies in de hele regio. Daarna een gezamenlijke lunch om te reflecteren en te kijken wat voor de kamerleden waardevol was om mee te nemen naar Den Haag. Deze aanpak bleek in goede aarde te vallen, zo vertelden de kamerleden na afloop. Men was geboeid door de werkbezoeken en zeer geïnteresseerd in de kracht van de regio.

Kamerlid Helma Lodders uit Zeewolde had gekozen voor Kampen en zo mochten we haar en zo'n twintig regiobestuurders ontvangen bij Wärtsilä. Na het welkom door Bort mocht ik een presentatie geven over de Zuiderzeehaven en de economische kracht van deze regio. Ik ben mijn presentatie vooral aangevlogen vanuit het logistieke perspectief. De Regio Zwolle ligt, zo liet ik zien uit een eerder gehoord betoog van professor Vermunt van de Universiteit Tilburg, uitmuntend gesitueerd in Nederland. In de top tien van (goederen)spoorwegknooppunten; in de top zes van waterknooppunten en in de top vier van wegknooppunten. En dat komt dus allemaal hier bij elkaar. Kansen te over dus om een logistieke HUB te worden. Of te zijn, want eigenlijk zijn we dat al. De Zuiderzeehaven speelt daarin een belangrijke rol. De doorontwikkeling kwam ook even aan bod. Belangrijkste boodschap die ik heb meegegeven naar Den Haag: de vergroting van de Kornwerderzandsluizen. Lodders was daar zeer in geïnteresseerd en ik heb met haar afgesproken dat ze nog dit jaar daar opnieuw voor langskomt met haar fractiegenoot die woordvoerder is op dit thema. Ik heb Martin Ekker gevraagd om dat bezoek via het VVD-bestuur te regelen.

Na een rondleiding bij Wärtsilä kregen we een rondrit over het terrein van de Zuiderzeehaven. Daarna gingen we naar de gebroeders Vahl om iets te horen en te zien van de aardwarmte. Ook hier was men onder de indruk. Het gaf mij de gelegenheid om een paar knelpunten van de tuinbouw te benoemen.

Bij de lunch in Dalfsen fluisterde een collega-bestuurder me in dat hij zeer onder de indruk was van de economische potentie van Kampen en de rol die wij spelen in de hele Regio Zwolle. Leuk om te horen. Het was een zeer geslaagde dag, die volgend jaar zeker herhaald gaat worden. Ik hoop dat we dan ook Kamerleden van andere partijen kunnen verwelkomen. In deze regio gebeurt zoveel, dat Den Haag dat niet over het hoofd mag zien.

 

ProRail (05-10-12)

Woensdag heb ik gebruik gemaakt van een uitnodiging van ProRail om een aantal workshops in het sporrwegmuseum in Utrecht bij te wonen. Ik koos voor workshops over overwegveiligheid en geluidshinder-trillingen. Tussendoor was er gelegenheid om te spreken met de directie van ProRail. Een kans die ik me niet liet ontnemen. Het was een prima sessie. Van half drie tot negen uur heb ik veel geleerd, veel gehoord en veel overlegd.

 

Door de komst van de Hanzelijn horen wij bij de weinige gemeenten met twee stations. Twee spoorlijnen en veel gebouwde omgeving in de buurt. Dat gaat gepaard met veiligheidsvraagstukken, geluidswerende maatregelen en discussie over het toevoegen van een extra overweg op bijvoorbeeld Spoorlanden en voor Zwolle bij Stadshagen. Lastig, maar niet onmogelijk, zo hoorden René de Heer, mijn Zwolse collega en ik.

Overigens is er ook prima nieuws voor de Kamper reiziger richting Amsterdam. Nu doe je naar Amsterdam CS er officieel 89 minuten over, als je de overstaps haalt. Soms één overstap, soms twee. Op de terugweg doe je er vaak langer over, want je moet wel een topsporter zijn om de overstap in Zwolle naar het Kamperlijntje te halen. Dan mag je dus uitgaan van een reistijd van 119 minuten. Met de komst van de Hanzelijn hoef je niet meer over te stappen en doe je er een kwartier minder over en de terugreis dus drie kwartier minder. 75 minuten staat er vanaf 9 december in de dienstregeling. Daar boeken we dus een forse tijdwinst.

 

Sport en welzijn (05-10-12)

Dinsdag hebben we een prima sessie gehad over de relatie tussen sport en welzijn. We, dat is van de kant van de gemeente Lidi Kievit, gedeeltelijk Bort Koelewijn, een paar ambtenaren uit de sector Maatschappelijke Ontwikkeling en ik. Uit de Kamper gemeenschap de directeur van Impact en een vertegenwoordiger van vvDOS. Daarbij zaten dan zo'n kleine twintig mensen uit verschillende sectoren: twee mensen uit de Nederlandse politietop, een topambtenaar uit Amsterdam, een directeur van een adviesbureau, wat directieleden uit het bedrijfsleven, de directeur van het Gelders Orkest, een oud-wethouder van Rotterdam en de directie van KplusV. KplusV is een landelijk adviesbureau, wat in Kampen een paar keer werkzaam is geweest. kplusV heeft een denktank, die ze een paar keer per jaar ter beschikking stelt om maatschappelijke vraagstukken te bespreken en de vragensteller te helpen bij het proces richting oplossing. "De Publieke Onderneming" is de naam van deze denktank.

KplusV was op de hoogte van ons idee om van de sportparken in onze gemeente de centrale ontmoetingsplaats te maken voor de wijken. De sportvereniging als welzijnsinstelling. Vanuit de sportkantine welzijnswerk voor de wijk doen. Ouderen die elkaar daar ontmoeten, samen koken, een kaartje leggen, aan sport doen, een beetje klussen op het sportpark en natuurlijk veel kletsen. Jongerenwerk wat vanuit de kantine het ambulant jongerenwerk vormgeeft. Jongeren proberen te verleiden om te gaan sporten, anderen op het sportpark te ontmoeten, te klussen, plezier te beleven, een zinvolle dagbesteding te geven.

Van half drie tot half negen zijn we bezig geweest om over deze thema's na te denken. Ook de bezuigingen kwamen voorbij. Om het met Cruyff te zeggen: "Hoe maak je van een bedreiging een kans?" Is het mogelijk om de sportverenigingen zelf het onderhoud te laten doen van de sportvelden en er dan tegelijkertijd voor zorgen dat ze er ook nog beter van worden? En dat ondanks een enorme druk op het aantal vrijwilligers?

Kun je bijvoorbeeld reïntegratiegelden inzetten om werklozen te laten werken op de sportparken? Dan krijgen ze weer een goed dagritme en kunnen op die manier makkelijker doorstromen naar regulier werk. Kun je met een ROC afspraken maken over permanente stageplekken? Kunnen deze MBO-ers een aan te stellen sportparkmanager ondersteunen, begeleiden of zelfs vervangen? Kunnen onze mensen van Impact dan wel gewoon aan het werk blijven op de sportparken? Heeft een sportvereniging kennis genoeg om de velden goed te onderhouden? Is er belangstelling vanuit het welzijnswerk om deze stap te maken?

Eigenlijk kun je op al deze vragen JA zeggen. Maar de vraag positief beantwoorden wil nog niet zeggen dat het geregeld is. Ik geloof in deze richting, ben bereid mijn nek daar voor uit te steken. In de Kamper sportwereld wordt al langer nagedacht over dit thema. Met Tony Zweers van de Sportraad praten we er al anderhalf jaar over. Ook de Sportraad gelooft in dit traject. We hebben gezien dat het werkt bij Rigtersbleek Enschede. Dat is nog geen garantie voor Kampen, maar de kans ligt er wel degelijk.

De externe denktank was zeer lovend over onze vraagstelling en over ons idee. Zij hadden tal van goede tips voor ons. Belangrijkste is in hun ogen dat de sportverenigingen (en dat kunnen ook prima culturele verenigingen zijn zoals muziekkorpsen) een wenkend perspectief geboden wordt. Dan kan er inderdaad iets moois ontstaan op de velden.

In overleg met Sportraad en sportclubs gaan we daarom verder op dit traject. Misschien wel met een soort Kamper Publieke Dienstverlening. Een sessie met mensen vanuit het maatschappelijk middenveld: onderwijs, ondernemers, verenigingsleven, enzovoorts. Dit wordt zonder twijfel vervolgd.

 

Het Nieuwe Winkelen (28-09-12)

Gisteravond mochten we in het Stadhuis weer een pizzabijeenkomst organiseren. Dit keer ging het over de ontwikkelingen voor de middenstand in onze Binnenstad. De avond was uitstekend voorbereid door twee studenten van Windesheim, die een flink aantal ondernemers persoonlijk hadden benaderd en dat had effect. Met vijftig aanwezigen kon de pizzaboer flink aan de slag in zijn oven.

We kregen veel informatie van deskundigen uit Veenendaal en Zwolle en van de ambulante handel. De centrale boodschap was dat er wat moet veranderen. En dat is verdraaid lastig, zeker in Kampen. Ik vind onze middenstanders soms erg solitair en defensief. Teveel ondernemers zijn geen lid van de OVK en zijn alleen bezig met hun eigen toko. Teveel filialen van grootwinkelketens geven niet thuis als het gaat om promotie van de Binnenstad. Te weinig jonge ondernemers zijn bereid om een rol in de Binnenstad te vervullen. Gevolg is een vergrijzend bestand binnen de OVK. Dan krijg je veel dezelfde mensen die hun mond opendoen en te weinig nieuwe gedachten.

Af en toe is er een positieve oprisping. Zo slaan de ondernemers in de Geerstraat af en toe de handen ineen en bedenken een ludieke actie. Maar dat is niet structureel en heeft geen uitstraling naar de Oudestraat, omdat het niet wordt overgenomen.

Als gemeente voeren we al jaren het beleid dat het gedeelte tussen Bovenkerk en Postkantoor als het kernwinkelapparaat wordt beschouwd. Dat betekent dat het omzetten van een winkel in bijvoorbeeld horeca daar niet wordt gefaciliteerd. Dat doen we wel in het andere gedeelte van de Oudestraat. De Geerstraat, Broederstraat en Oudestraat tussen Postkantoor en Koggewerf beschouwen we als aanloopstraten.

Dat we als gemeentebestuur die routes niet vergeten, blijkt wel uit het aanwijzen van de Van Heutszkazerne als cultuurcluster. Dat zal veel mensen naar dat gedeelte van de Oudestraat trekken. Zo hopen we een cultuurslinger te krijgen van Koggewerf via Van Heutsz naar het Stedelijk Museum in de hoop dat veel mensen naast hun cultuur snuiven ook een tijdje gaan shoppen.

Onze ondernemers weten inmiddels dat er jaarlijks uit Overijssel ruim 125 miljoen euro weggesluisd wordt naar Postorderbedrijven en Internetwinkels. En dat bedrag zal alleen maar stijgen. Alle reden om het tij te keren. Niet met defensief gedrag en hard roepen dat het beleid niet deugt. Niet door steeds maar achterover te leunen en de gemeente overal de schuld van te geven. Niet door aan de zijkant te blijven staan en een beperkt aantal ondernemers de kastanjes uit het vuur te laten halen. Maar door met zijn allen de schouders eronder te zetten. Er is behoefte aan jonge dynamische ondernemers die met creatieve ideeën komen om de omzet vast te houden of liever nog te doen stijgen. Onze 310 winkels (in de hele gemeente) zetten nu 250 miljoen euro per jaar om. Voor de dagelijkse boodschappen (supermarkten, drogisterijen, bakkers, slagers, bloemisten etc.) doen we als Kampenaar liefst 92 % van onze boodschappen in Kampen zelf. Bij de niet-dagelijkse boodschappen is dat 61 %. Dat kan beter, maar is niet slecht. Ook in Kampen zal in de komende tien jaar een kaalslag plaatsvinden in het winkelbestand.

Om te concurreren met Internetverkoop zul je zelf het net op moeten met actuele websites en een goede lokker naar je echte winkel. En daar kan de Kamper middenstand nog zeer veel winnen. Ik heb gisteren even laten zien/horen dat je met een beetje googleën naar bekende producten meestal niet bij een Kamper ondernemer terecht komt. Dat kan en moet dus veel beter. Veenendaal liet zien hoe het ook kan. Een actuele site van de middenstand in Veenendaal met een goede relatie tussen website en echte retail zorgt daar voor prima omzetten.

In Nederland houden deskundigen rekening met een daling van het aantal winkels van tussen de 10 en 25 procent tot 2020. Met zo'n gegeven kun je niet meer achterover leunen. Dan moet je samen in actie komen. De pizzabijeenkomst van gisteren was daartoe een eerste aanzet. De gemeente is al gestart met een project City-marketing. Op verzoek van de OVK zullen we reclamebelasting gaan invoeren. We proberen het parkeren zo goed mogelijk te regelen. Maar we kunnen het als gemeente niet alleen. De ondernemers, vooral de jonge, moeten nu echt opstaan en kiezen voor een progressief beleid in de Binnenstad.

 

Ongezond (28-09-12)

Ik durf rustig te stellen dat het vak van wethouder een ongezond vak is. Ik hoef alleen maar te kijken naar mijn agenda van afgelopen week. Iedere avond bezet, elke mogen om acht uur begonnen, vrijwel geen pauzes. Maandagavond was ik in de gelegenheid om thuis te eten. Het zal deze week de enige keer zijn. En dat ondanks het feit dat er thuis drie-sterren-gekookt wordt. Tussen de middag hetzelfde laken en pak. Onderweg van de ene naar de andere bijeenkomst een broodje op de hand. Dinsdag bij de ene bijeenkomst weg voor het eten en bij de volgende te laat voor het eten. Het zal er wel bij horen. Woensdag was er zelfs geen gelegenheid om tussendoor te eten.

Een propvolle agenda kan er ook voor zorgen dat je te laat op een bijeenkomst komt. Daar heb ik een hekel aan. Woensdag moest ik vanuit Maarssen naar Zwolle. Normaal een ritje van een uur en een kwartier. Maar ja, kom maar eens om Utrecht heen in de spits. Dan kost je dat zeker een half uur extra. Ik kwam dus na zessen in Zwolle en kon gelijk de vergadering over de vertramming binnen stuiteren.

Normaal loop ik woensdagmorgen mijn hardlooprondje. Maar daar was deze week zelfs geen tijd voor, omdat iedere dag ver voor negenen begon met vergaderen. Slecht eten zonder vast patroon en te weinig bewegen: je kunt rustig stellen dat het leven van een wethouder niet echt gezond is.

Klaag ik? Ja en nee. Ja, omdat je door die volle agenda ook de kans loopt dat je het thuisfront nauwelijks ziet. En als ik iets belangrijk vind, is dat het thuisfront. Tegenwoordig worden we als college ook steeds vaker op een vrijdag- of zaterdagavond uitgenodigd. Gelukkig is er begrip, wanneer ik dan zeg: "Ik wil nu wel een keertje gewoon thuis zijn." Het is dan wel jammer, dat je soms van anderen een opmerking krijgt in de zin van: we hebben je gemist.

Toch kun je ook zeggen dat ik zelf voor dit leven gekozen heb. Dat je het druk hebt is logisch en dat je meer uren maakt dan een "normale" werknemer ook. Maar weken van zeventig uur of meer moet je niet te vaak hebben. Want in de schaarse vrijetijd moeten er dan ook nog stukken worden doorgenomen.

Gelukkig levert al je inspanning ook veel energie op. Het is fijn om te lobbyen voor de stad of te werken aan een mooi dossier. En dan neem je al die hoofdpijndossiers voor lief.

Kan het ook anders? Jawel. Je kunt ervoor kiezen om vergaderingen over te slaan, met het risico dat de stem van Kampen niet gehoord wordt. Of mensen kunnen ervoor kiezen om je niet voor elk detail te laten opdraven. Zo mocht ik laatst een commissievergadering bijwonen die tot na elven duurde om één vraag te beantwoorden, die ook aan een ambtenaar kon worden gesteld. Het zal er wel bij horen, maar nodig?

Het beroep van wethouder is ondanks alle drukte, weinige pauzes, overgeslagen maaltijden en volle agenda's leuk. ik geniet er elke dag van. Maar ik hoop wel dat ik mijn trainingsrondje kan blijven lopen en dat ik ook af en toe een keertje thuis kan zijn.

 

Zwembad (21-09-12)

Deze week heeft het college van BenW het zogenaamde Programma van Eisen goedgekeurd voor de nieuwbouw van het zwembad in Kampen. De stukken liggen nu bij de raad en die zal daar in oktober over praten.

Aanvankelijk was er 14,4 miljoen euro beschikbaar voor de investering in het nieuwe zwembad. Onder druk van de bezuinigingen vond de raad dat dat bedrag moest worden bijgesteld. Een begrijpelijke verandering. Bij 14,4 miljoen euro zouden we na 2015 inclusief exploitatie ieder jaar 1,8 miljoen euro kwijt zijn aan het zwembad. Daarvoor krijg je dan wel een belangrijke maatschappelijke voorziening, waar jong en oud zich in kan vermaken. Er is ruimte voor de zwemclub, voor gehandicapten-zwemmen, voor peuters en kleuters, voor therapeutisch zwemmen, voor de baantjestrekkers en voor de recreatieve zwemmer. Iedereen kan er terecht, dus echt een zwembad voor de hele bevolking.

De raad besliste vlak voor de zomer dat we vanaf 2016 twee ton minder kwijt wilden zijn aan het zwembad. Alle betrokkenen hebben nu de zomer benut om op basis van dat nieuwe bedrag een nieuw Programma van Eisen op te stellen. De investering is met 1,1 miljoen euro omlaag gegaan en de exploitatiekosten zullen ook zakken. Zo komen we op 1,6 miljoen per jaar aan kosten.

Het was lastig keuzes te maken. Want hoe houd je wel een zwembad voor de hele bevolking en bezuinig je op de eerder afgesproken onderdelen in het zwembad? Er is voor gekozen om minder te investeren in de toeschouwersruimte, geen multi-functionele zaal te bouwen en de duikkuil te verwijderen. Dat laatste doet wel pijn. De duikclub krijgt nu veel minder mogelijkheden voor haar lessen. Die wilden graag 3,5 meter diepte. Met 2 meter diepte worden ze beperkt. Toch hebben we die keus gemaakt, omdat we vast wensten te houden aan het uitgangspunt: zoveel mogelijk doelgroepen uit de Kamper samenleving een plekje bieden. Een dan gaan recreatieve zwemmers en therapeutisch zwemmen voor op de duikclub.

Dat was geen leuke boodschap voor de duikers. We hebben echter het geld niet om alle wensen (ook van mij) in vervulling te laten gaan. Bezuinigen doet pijn en daar hebben we hier een voorbeeld van.

Voor wat betreft Sonnenberch zijn we nu bezig om juridisch precies in beeld te brengen wat we wel en niet mogen vragen van een eventuele eigenaar en wat hij/zij wel en niet mag eisen van de gemeente. Zodra we dat op papier hebben staan, zullen we officieel in gesprek gaan met de kandidaten, die zich hebben gemeld. Ik hoop dat we er dan snel uit kunnen komen. Dan is er zekerheid over de overname van Sonnenberch.

Alle discussies rond de nieuwbouw hebben wel gezorgd voor een flinke vertraging. Eerst moest er extra gekeken worden naar renovatie van het zwembad. Ik vond dat wel wat jammer, want dat hadden we twee jaar daarvoor ook al onderzocht. Niet raar dus, dat de uitkomst nu hetzelfde was. We hebben alleen een ander bureau gebruikt.

Ook de discussie over de hoogte van het te besteden bedrag heeft vertraging opgeleverd. Daarom zal het nieuwe zwembad een half jaar later klaar zijn, pas tegen de zomer van 2016. Door deze vertraging kost het de gemeente Kampen aan extra kosten voor het huidige zwembad, extra kosten voor uren van de adviseurs en de ambtenaren bij elkaar zo'n 2,5 ton.

 

De koe (14-09-12)

Vanmorgen zijn de werkzaamheden rond het museum afgerond voor wat betreft het stedelijk tapijt. Een dure naam voor bestrating. Na de restauratie en inrichting van het Stedelijk Museum en de restauratie van de Nieuwe Toren kon eindelijk de bestrating worden aangepakt. In overleg met de ondernemers, de wijkvereniging, de persclub, het museum en omwonenden is er een mooi ontwerp gekomen. Het terugplaatsen van De Koe van Jitz Bakker hebben we een paar maand uitgesteld, zodat het klank- en lichtspektakel "De Toren Spreekt" kon plaatsvinden. De Koe werd gisteren geplaatst en vandaag heb ik als laatste het bronzen plaatje met het gedicht over de koe aan de toren teruggeplaatst. Het was leuk om nog even stil te staan bij het hele proces met alle betrokkenen.

Toen we daar vanmorgen stonden op het Koeplein, zoals de Kampenaren het pleintje eigenlijk noemen, fietste een mevrouw voorbij die vrolijk riep: "De koe staat er weer, leuk!"

De koe heeft een nieuwe sokkel, in overleg met Jitz Bakker vormgegeven. Die nieuwe sokkel heeft als voordeel dat je nu niet meer zo gauw je hoofd stoot tegen één van de hoeven. Bovendien kun je er lekker zitten. Daarnaast zullen heel wat toeristen (en Kampenaren) de sokkel gebruiken om te poseren met De Koe voor een leuke foto. Ik denk dat dit wel eens het meest gefotografeerde plekje van Kampen kan worden.

 

Stembureau Kamperveen (14-09-12)

Woensdag ben ik wezen stemmen in Kamperveen. Na vijf jaar was er eindelijk weer eens een stembureau in De Veenhof. Vijf jaar lang moesten Kamperveners naar Onderdijks rijden om te stemmen. Ik snap dat niet. In zo'n gemeenschap hoort gewoon een stembureau. Ik heb me steeds verzet tegen het "vergeten" van het stembureau in Kamperveen. Samen met Streekbelangen ben ik de strijd aangegaan om het stembureau weer terug te krijgen in De Veenhof. Je organiseert toch niet van mensen af, maar naar mensen toe? De Kamperveners waren zeer content met de terugkeer van het stembureau. Iedere bezoeker kreeg een bonbon cadeau.

Ik ben dus in De Veenhof wezen stemmen (op Eddy van Hijum van het CDA, een topkandidaat uit onze regio) en heb de leden van het stembureau getrakteerd op Kamper slof. Omdat ik blij was dat er weer een stembureau was en omdat ik jarig was.

 

De toren spreekt (14-09-12)

Afgelopen zaterdag was ik met velen aanwezig bij het spektakel "De toren spreekt", Een initiatief van Lichtstad Kampen. Jan Lieftinck had voor een mooi stuk over de geschiedenis van Kampen gezorgd, gerelateerd aan de Nieuwe Toren. De toren bleek een schitterend decor te zijn voor zo'n voorstelling. Ik filosofeerde een tijdje met Teun de Man over de mogelijkheden om iets dergelijks vaker te doen. Misschien dan niet op het Oude Raadhuisplein, omdat daar de sokkel met de koe van Jitz Bakker een behoorlijke sta in de weg zal zijn. Maar misschien is de Cellesbroederspoort een mooi decor voor een andere keer. Iedereen kan dan zelf zijn/haar stoeltje meenemen of gewoon plaatsnemen op het gras. Overdag gezellige muziek en 's avonds een voorstelling.

De Toren Spreekt was een particulier initiatief, net zoals we een week eerder de Kadefeesten hadden. Gewoon opgezet door een groepje Kampenaren die wat leuks willen organiseren voor de eigen bevolking. Ik heb veel waardering voor deze initiatiefnemers, die zelf op zoek gaan naar sponsoren, zelf de organisatie ter hand nemen en zo velen een groot plezier doen. In beide gevallen wisten de organisatoren dat de gemeente geen geld meer heeft voor dit soort zaken en dat heeft hen niet weerhouden toch plannen te maken. Het enige wat we als gemeente hebben geregeld is wat afzetting en een serie verkeersmaatregelen.

 

Deuzeman (05-09-12)

Vandaag wordt Albert Deuzeman begraven. Hij overleed vorige week donderdag op 87-jarige leeftijd. Toen ik in 1982 actief werd in de politiek, was Deuzeman wethouder. hij had onder meer financien en sport in portefeuille. Ik zat toen in de bouwcommissie van Wit-Blauw en we waren samen met HCK en RKDOS bezig met de verhuizing naar sportpark Hagenbroek. Deuzeman heeft daar de eerste steen gelegd voor de accommodatie van Wit-Blauw en RKDOS. Ook is hij de initiator geweest om in Kampen een Sportraad op te richten. Meerdere keren had ik vanuit de korfbal en vanuit de Sportraad contact met hem.

Daarnaast zat ik toen in de schaduwfractie van het CDA. Opvallend was dat we elkaar daar met je en jij aanspraken en uiteraard bij de voornaam. Maar het was meestal 'Deuz' of Deuzeman.

Deuzeman had een natuurlijk gezag en wanneer hij in raad of fractie het woord voerde, dan sprak hij met dat gezag. Hij had verstand van zaken en was een verbinder tussen mensen en partijen. Kampen voerde onder zijn leiding een financieel solide beleid. Deuzeman zorgde ervoor dat er tijdens de begrotingen altijd wel eenmalig geld was. In de schorsingen kwamen dan de woordvoerders van de fracties bij elkaar en kon iedere partij toch nog iets van haar wensen verwezenlijken. 

Toen ik in 1986 in de raad kwam, was Deuzeman gestopt als wethouder en werd hij fractievoorzitter. Ik zat samen met hem in de commissies Algemene Bestuurlijke Zaken en in Financien. Logisch dat hij mijn coach werd. Ik heb het politieke handwerk dus grotendeels van hem mogen leren.

Na zijn politieke werk, heeft Deuzeman zich niet veel meer bemoeid met de Kamper politiek. hij vond dat je als oud-bestuurder je niet moest bemoeien met het werk van je opvolgers. Je had zelf aan het roer gezeten en je moest nu het werk overlaten aan je opvolgers. Deuzeman mocht de gezegende leeftijd van 87 bereiken. Ik denk met veel genoegen en waardering aan hem terug.


Hanzespektakel (25-08-12)

Vandaag vindt in Kampen het Hanzespektakel plaats. Ik mocht als regent vanmorgen het feest openen. Ook het ridderfeest van Campen leek te bezwijken onder de bezuinigingen en de magere financiële middelen van de STECK. Goede raad was duur en daarom is in Zwolle-Kampen-Netwerkstad gezocht naar een oplossing voor dit probleem. Afgesproken is dat de kosten nu vanuit het speerpunt Recreatie & Toerisme worden betaald en dat het evenement gaat rouleren tussen de drie Hanzesteden Kampen, Zwolle en Hasselt.

Dit jaar dus in Kampen, volgend jaar naar Zwolle en in 2014 in Hasselt (wanneer de gemeenteraad daar tenminste bereid is ook financieel bij te dragen). Dit alles als opmaat naar de Internationale Hanzedagen 2017. Langzaam maar zeker maken we het publiek in deze regio warm voor dat geweldige festijn. En natuurlijk speelt Ridder Dolf met zijn gevolg daarin een rol.

Tijdens de opening hebben Kampen, Zwolle en Hasselt een convenant getekend om de samenwerking te benadrukken. Daarna gingen we in optocht over de Oudestraat, waar we veel bekijks trokken. Zelf had ik me uitgedost als een middeleeuwse koopman. Het lijkt me bijzonder leuk, wanneer richting 2017 steeds meer Kampenaren zichzelf middeleeuwse kledij aanmeten. Het moet toch een fantastisch gezicht zijn wanneer op hoogtijdagen als Kerst In Oud Kampen en het Hanzespektakel iedereen in middeleeuwse kleding rondloopt.

 

Aanleg kunstgras (25-08-12)

Gistermorgen ben ik op bezoek geweest op de zes sportparken waar momenteel hard wordt gewerkt aan de aanleg van kunstgrasvelden. Ik begon bij vvDOSK (foto1). Daar ligt nu alleen zand. De toplaag is eraf geschraapt en de meeste werkzaamheden moeten nog plaatsvinden. DOSK speelt zijn thuiswedstrijden voorlopig even bij buurman vvKampen. Begin oktober moet het hoofdveld van DOSK worden opgeleverd.

 

Daarna naar KHC (foto2). De zandlaag als basis voor de kunstgrasmat is aangebracht en wordt geëgaliseerd. Eind september moet ook KHC een kunstgrasveld op het hoofdveld hebben liggen. Tot die tijd speelt KHC op de velden 2 en 3. KHC heeft deze zomer veel vrijwilligers aan het werk gehad om de kleedkamers een opknapbeurt te geven. Ook de sporthal is aangepakt en heeft een nieuw dak gekregen. Verder wordt hier gewerkt aan een nieuwe afrastering en extra ballenvangers.

 

 

 

 

 

 

 

Bij Zalk zijn de werkers het verst. Dat moet ook wel, want Zalk heeft geen ander veld. Getraind wordt er nu even op het honkbalveld in Kampen en de bekerwedstrijd vond plaats in Wezep bij WHC. Vrijwilligers van Zalk waren vrijdag druk met snoeien en tegelen. Ook dat veld krijgt dus niet alleen kunstgras, maar ook het hele sportpark ziet er straks tip top uit. Het kunstgras (foto3) ligt er al uitnodigend bij.

Voor Wilsum wordt het helemaal feest. Want behalve een kunstgrasveld (foto4) wordt hier straks een heel nieuw complex in gebruik genomen. Nu kan er nog op het oude hoofdveld gevoetbald worden. Straks is het nieuwe veld klaar en worden ook de nieuwe kantine en de nieuwe kleedkamers (foto5) in gebruik genomen.

Er was wat tegenslag bij Wilsum. Er bleek meer klei in de grond te zitten dan verwacht. Dat vroeg om aanpassing van het bestek. Minder afgraven en een laag van veertig centimeter lichter zand dan gebruikelijk aanbrengen was de –duurdere- oplossing. Gelukkig bleek dat lichtere zand voorhanden te zijn: het veld van vvDOSK moest afgegraven worden en dat afgegraven veld bleek geschikt voor Wilsum. De voetballers in Wilsum spelen straks dus op de “heilige grond” van DOSK.

Op sportpark De Uithoek krijgt IJVV kunstgras op veld 3. Dat scheelt weer een renovatie, want dat veld moest echt op de schop. Er is nog geen kunstgrasspriet te zien (foto6) en toch moet het hier ook begin september klaar zijn. De planning is strak. Een compliment voor de aannemer, die diverse onderaannemers uit de regio gebruikt. Vanuit economisch opzicht een mooie manier van werken.

IJVV benut de aanleg van kunstgras om ook een eigen kunstgrasveld van 30 bij 15 aan te leggen. Ze profiteren mee van ons aanbestedingsvoordeel en hebben straks een mooi kunstgrasveldje voor hun eigen jeugd. Slim van IJVV.

Als laatste bezocht ik sportpark Hagenbroek. De hockeyclub speelt vanaf begin september op een nieuwe toplaag. De oude is verwijderd en de lavalaag is schoongemaakt en weer aangevuld (foto7). De rollen met het nieuwe kunstgras liggen al klaar (foto8). De HCK gebruikt de renovatie van haar veld om ook zelf aan de slag te gaan. Het terras zal worden uitgebreid. Ook dit sportpark ziet er straks weer uit als nieuw. Het nieuwe veld wordt begin september, nog voor de start van de competitie, opgeleverd.

Mooi dat alle verenigingen de aanleg van kunstgras aangrijpen om hun accommodatie weer op te knappen. Veel vrijwilligers zijn aan de slag. Dat is toch wel de kracht van onze sportverenigingen, zo met elkaar voor elkaar het werk te doen. Kunstgras betekent niet alleen een opwaardering van de velden, het geeft de verenigingen ook een extra motivatie. Over een week of zes zijn de zes sportvelden klaar. Dan komen de drie speelveldjes nog.

Bij de opening van de velden zullen alle verenigingen op mijn verzoek een actie houden voor het Jeugdsportfonds. Op die manier doen ze iets terug voor de Kamper gemeenschap.

 

Zuiderzeehaven (25-08-12)

De Zuiderzeehaven is een succes. Binnen vier jaar zijn alle watergebonden kavels verkocht. Een haven is een belangrijke factor voor een economische regio. De regio Zwolle (van Hardenberg tot Dronten en van Meppel tot Heerde) doet het de laatste jaren erg goed. In het rapport van Louter wordt de regio Zwolle op nummer twee geplaatst van economisch vitale regio’s in Nederland. Dat zegt iets over de economische kracht van onze regio.

Wanneer je analyseert waar dat succes vandaan komt, dan zijn de deskundigen het wel eens. Genoemd worden de goede arbeidsmoraal in ons gebied, de prima infrastructuur (de bereikbaarheid over weg, water en spoor), de ideale ligging t.o.v. de rest van Nederland (vrijwel midden tussen de Randstad en Noord-Duitsland in) en de beschikbaarheid van goede industrieterreinen. Bij die laatste worden dan Hessenpoort in Zwolle en de Zuiderzeehaven in Kampen genoemd.

Een sterke economische regio heeft behoefte aan een goede ontsluiting via het water en aan watergebonden industrieterreinen. Rotterdam zou zonder de haven niet veel zijn. Dat geldt ook voor Amsterdam, Vlissingen, Venlo, Twente en ga zo maar door.

Een haven maakt een belangrijk onderdeel uit van de keten van een economische tak van sport. Het is moeilijk meetbaar hoeveel arbeidsplaatsen zo’n haven nu oplevert. Neem als voorbeeld de agrarische sector, in onze regio heel sterk vertegenwoordigd. Aanvoer van veevoer vindt veelal plaats via het water. Een agrarisch overslagbedrijf vestigt zich dus aan een haven. Dat levert direct weliswaar niet superveel arbeidsplaatsen op, maar de hele agrarische tak profiteert wel van de aanwezigheid van een haven.

Nu de Zuiderzeehaven vrijwel vol is, wordt nagedacht over uitbreiding. Maar we doen dat niet zonder het aflopen van de SER-ladder. Dat betekent dat we na de evaluatie eerst kijken naar de mogelijkheid om op ons huidige industrieterrein ruimte te winnen. Dan hebben we het over Haatland. Adviesbureau Arcadis heeft opdracht gekregen om te onderzoeken hoeveel ruimte we kunnen winnen aan watergebonden kavels op Haatland.

Donderdagmiddag mocht ik de mensen van Arcadis rondleiden over ons industrieterrein. We begonnen bij de gastvrije Bert Weever op de silo van Graansloot.  Daar heb je een schitterend uitzicht over onze Kamper industrieterreinen. Daarna zijn  we rondgereden langs o.a. Oldenboom, Wijma, MBI, ROC Kampen, Schotte, het oude Taxacoterrein, de Loswal enzovoorts. Arcadis komt nog dit najaar met haar rapport. Het thema Zuiderzeehaven zal in de komende maanden regelmatig onderwerp van gesprek zijn in college en raad.

 

Olympische Spelen (25-08-12)

De vakantie en de Olympische Spelen vielen dit jaar mooi samen. Dat gaf dus alle gelegenheid om te genieten van de vele sporten. Dat kon dan helaas niet via de Nederlandse TV. De NOS blonk weer uit in het uitzenden van allerlei sporten die je toch al het hele jaar door op TV ziet: voetbal, tennis, hockey, de Amerikaanse basketballers. Daarnaast veel geouw.hr. Eindeloos gewauwel over judo, zwemmen, hockey, terwijl elders in Londen magnifieke sport plaatsvond. Via Internet kon je twaalf livestreams volgen, maar de NOS beperkte zich op TV tot de sporten, waar de eigen mensen zich altijd al mee bezighouden.

Via de ARD/ZDF, BBC 1 en 3, Eurosport enzovoorts kon je wel andere sporten volgen. Juist de Olympische Spelen zijn bij uitstek het moment om eens andere sporten in beeld te brengen: taekwondo, schoonspringen, zeilen, wildwaterkanoën, kanoën, moderne vijfkamp, baanwielrennen, noem maar op. Sporten die niet of nauwelijks in beeld werden gebracht door de NOS, terwijl er wel alle tijd was om met studiogasten te praten.

Onze eigen Willy Kanis heb ik niet gezien, terwijl ook zij topprestaties heeft neergezet. Ik hoop dat we bij de rapportages over de Paralympics wel kunnen genieten van beelden van Gerben Last.

 

 

Kunstgras (15-07-12)

Voor velen tamelijk onverwachts heeft de gemeenteraad donderdagnacht besloten toch de kunstgrasvelden van DOS en KHC nog dit jaar aan te leggen. Het aanbestedingsvoordeel van alle negen velden tegelijk aanleggen was zo groot, dat ze het jammer vonden om daar niet van te profiteren. Volgend jaar DOS en KHC aanleggen zou zeker zestig duizend en mogelijk meer extra kosten. En iedereen snapt dat DOS en KHC toch ook een kunstgrasveld moeten hebben. Vrijwel overal in Nederland liggen al kunstgrasvelden en dan is het jammer wanneer de voetballers in Kampen bij een beetje regen in de kleedkamers moeten blijven. Bovendien kan een kunstgrasveld veel intensiever bespeeld worden dan een gewoon grasveld. Het is plezierig te constateren dat de gemeenteraad nut en noodzaak van kunstgras heeft onderschreven.

's Middags was ik al in Zalk geweest om de officiële start te geven voor de aanleg van, toen nog, zeven velden. Ik sprak daar nog mijn spijt over het ontbreken van DOS en KHC op de lijst van aan te leggen velden. 's Avonds zag dat er opeens heel anders uit. Ik kreeg om één uur 's nachts nog reacties van beide clubs, die lieten merken bijzonder blij te zijn. Alle credits naar Pascal Jacobs van D'66 die zijn motie omgebogen zag tot een mooi besluit. Ook collega Martin Ekker speelde een plezierige rol door de raad te adviseren dat ze moesten kijken naar het financiële voordeel. Je kunt in zo'n lastig dossier alleen maar verder komen door met alle betrokkenen samen te werken.

De Sportraad, de besturen van de voetbalclubs, de raad en het college hebben samen eindelijk voor elkaar gekregen wat in 2008 al min of meer was gezegd in de aangenomen CDA-motie: behaal een aanbestedingsvoordeel door de velden samen aan te besteden. Dat voordeel is door alle betrokkenen nu benut voor een goed besluit voor de Kamper samenleving. Sport zorgt voor een gezonde leefstijl en houdt ongelooflijk veel jongeren van de straat af. Daarnaast bevordert het de sociale cohesie en ga zo maar door.

 

Special heroes (15-07-12)

Woensdagmiddag was de slotdag van het eerste jaar Special Heroes. Een programma waarbij leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs gestimuleerd worden tot een zinvolle vrijetijdsbesteding. Eens een keer niet achter de computer kruipen, maar naar buiten om te bewegen. Dans, paardrijden, kanoën, scouting en nog wat van dat soort zaken kwamen voorbij. De leerlingen hebben genoten van het programma en een aantal is daadwerkelijk lid geworden van een vereniging of gaat nu vaker naar buiten. Positieve gevolgen dus van dit mooie programma. Dit schooljaar deden twee scholen mee, volgend schooljaar gaan ze allemaal meedoen. Op de slotdag werd het Olympisch vuur ontstoken, wat ik symbolisch mee heb genomen tot na de zomervakantie. Veel leerlingen zeiden tegen me dat ze nu al weer zin hadden om volgend jaar verder te gaan. Deze kinderen krijgen het niet cadeau, mooi dat we als gemeente mogen meehelpen om het zelfvertrouwen van deze kinderen een positieve impuls te geven. Sport zorgt ook hier voor energie.

 

Zwembad (15-07-12)

Het derde onderwerp uit mijn portefeuille, afgelopen donderdag, was het al dan niet privatiseren van zwembad Sonnenberch. Een gevoelig onderwerp, waar ratio en emotie om de voorrang strijden. Eerder heb ik al aangegeven dat bij het college de emotie meegewogen is bij ons voorstel om Sonnenberch te privatiseren. Dat mag echter niet ten koste gaan van de nieuwbouwplannen voor De Steur.

De gemeenteraad heeft ook zo besloten. Ik mag op zoek naar een private partij, die Sonnenberch over wil nemen zonder dat daar een vergoeding meegaat. Dat laatste zou staatssteun zijn. En tegelijkertijd mag ik verder met de voorbereidingen voor de bouw van het nieuwe zwembad. Daarvoor is 1,6 miljoen structureel beschikbaar. Dat betekent dat er ieder jaar zo'n bedrag naar het zwembad gaat. Daar moet dan de afschrijving van het gebouw en van de inventaris van betaald worden plus de exploitatiekosten (o.a. personeel en energie). Dat is een heel bedrag en toch zullen we dan goedkoper uit zijn dan nu. Ons huidige zwembad is sterk verouderd, weinig overzichtelijk en stookt voor de hele omgeving. Weinig duurzaam dus. Dat zal bij de nieuwe Steur beter zijn.

 

Parkeren (15-07-12)

Donderdagavond heeft de gemeenteraad nieuwe stappen gezet bij het parkeerbeleid voor de binnenstad. Een omvangrijk dossier, waar al ruim drie jaar aan wordt gewerkt. Steeds komen we een stapje dichter bij ons wensbeeld: een autoluwe binnenstad. Dat betekent geen autovrije binnenstad. Mensen die er moeten zijn mogen best met de auto de binnenstad in. Bezoekers en bewoners moeten ruimte krijgen om te parkeren in en nabij de binnenstad. Het mooiste zou zijn dat iedereen aan de rand parkeerde, maar er blijft behoefte om soms dichtbij de winkels te parkeren. Bewoners hebben graag de auto niet te ver van hun woning en bezoekers parkeren graag dichtbij de winkels. Daar moet ruimte voor zijn, maar niet tot elke prijs. De binnenstad moet ook leefbaar zijn en we denken dat we dat met een overkill aan auto's en parkeerplaatsen niet bereiken.

Wat gewoon slecht is, is het grote aantal verschillende systemen in de binnenstad. Parkeren voor bezoekers in allerlei varianten: twee uur parkeren toegestaan, drie uur toegestaan, de hele dag toegestaan. Parkeren voor bewoners alleen, parkeren voor bewoners in combinatie met betaald parkeren, parkeren voor bewoners met soms betaald parkeren. Parkeren voor bewoners binnenstad plus en ga zo maar door. Voor Kampenaren al geen touw aan vast te knopen, voor bezoekers al helemaal niet. Al die verschillende systemen zouden eigenlijk vervangen moeten worden door twee systemen: betaald parkeren en vergunninghouders. Maar ga van acht verschillende systemen maar eens terug naar twee. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Toch ga ik proberen die weg in te slaan. Het moet gewoon duidelijker worden in deze wirwar. Het is en blijft een boeiend proces, want het blijft een afweging van belangen. Ik houd me vast aan de mening van deskundigen op dit gebied. Die zeggen: een bezoeker komt niet voor het parkeren naar een stad. De stad moet authentiek zijn, een historisch karakter hebben, er moet wat te beleven zijn en de winkels moeten een goede uitstraling hebben. Pas als een bezoeker daarvan overtuigd is, komt hij naar een stad, in ons geval Kampen. En dan pas gaat een bezoeker nadenken over hoe (openbaar vervoer of eigen vervoer) en waar (parkeren).

Onze binnenstad blijft het waard om een uitgebalanceerd parkeersysteem te krijgen.

 

Veilingweg (15-07-12) 

Donderdagavond heeft de gemeenteraad van Kampen ingestemd met de aanpak van de Veilingweg. Deze doorvoerroute richting de Koekoek doorsnijdt twee woonwijken (Zeegraven en Oosterholt-Noord) en dat maakt dat doorgaand verkeer en bestemmingsverkeer elkaar hier kruisen. Onder de verkeersdeelnemers veel kinderen, die lopend of fietsend de Veilingweg passeren, een extra opdracht om de verkeersveiligheid hier op nummer 1 te zetten.

Er is veel met de bewoners gesproken. Dat was een mooi proces. Zij hebben allerlei suggesties gedaan, die voor een deel ook meegenomen zijn in het ontwerp. Soms kon iets wel, dan namen we het mee in het ontwerp. Soms kon iets niet en als dat dan werd uitgelegd, was er begrip voor de gemeente. De bewoners hebben steeds weer hun zorg voor de verkeersveiligheid bij de gemeente onder de aandacht gebracht. Dat deden ze op een positieve manier. Het liefst zagen ze dat de Veilingweg een 30km-weg werd, maar dat past niet bij een zogenaamde ontsluitingsweg. Ook het wegbeeld zou dan rigoreus moeten veranderen.

Leuk, dat de gemeente gisteren een mail ontving namens de verkeersouders, waarin alle betrokkenen bij de gemeente werden bedankt voor de goede samenwerking. Dat zegt veel over het hele proces.

Na de zomervakantie beginnen we met het stuk Veilingweg ter hoogte van Oosterholt-Noord. Na de winter, als er weer geasfalteerd kan worden, pakken we de kruising bij de Oosterholtseweg aan. Die kruising is steeds onderwerp van gesprek geweest. De direct aanwonenden werken ook goed mee. Zij zijn bereid een stukje van hun grondgebied te verkopen aan de gemeente, zodat de kruising veiliger kan worden gemaakt.

Op korte termijn willen we de weggebruiker nadrukkelijk waarschuwen voor de onoverzichtelijke kruising. Helaas helpen twee joekels van stopborden niet genoeg om automobilisten te overtuigen dat ze moeten stoppen. De verkeersouders zullen een actieve bewustwordingsactie houden, die we als gemeente ondersteunen met een extra oplichtend attentiebord. Bovendien zal de politie extra handhavingsacties houden.

Daarnaast zullen we een flexibele drempel neerleggen. Dat is een drempel die voor auto's een echte hindernis is, maar waar vrachtwagens met hun kwetsbare groente en fruit aan boord minder last van hebben. Een filmpje over zo'n flex-drempel staat op http://www.ttsolutions.nl/TTS_NL/FLEX-Drempel.html 

 

Flashback RKDOS

Zaterdagavond mocht ik te gast zijn bij de jubileumuitvoering van RKDOS. De honderdjarige liet zien nog piepjong te zijn. Wat ik bij RKDOS altijd zo waardeer is de combinatie tussen wedstrijd- en breedtesporters. Talenten hebben bij RKDOS altijd de kans gekregen om zich te ontwikkelen, maar nooit is dat ten koste gegaan van de aandacht bij de club voor de recreatieve sporter.

 

RKDOS heeft een rijk verleden. Aanvankelijk met twee takken van sport: turnen en atletiek. In 1996 is de atletiekafdeling verder gegaan onder de naam Isala '96. De turnclub bloeit als nooit tevoren. Bijna negenhonderd leden en zo'n honderd vrijwilligers draaien de vereniging onder de rustige leiding van Henk Tromp. Allerlei afdelingen zitten onder een grote turnparaplu: turnen, jazzdance, freerunning, springen, etc.

 

De hele breedte van de club kwam zaterdag in beeld. Een strak geregisseerde uitvoering met een goede mix van show en prestatie. Je kunt trouwens pas een show maken, wanneer de ondergrond, lees de beheersing van het lichaam, in orde is. Veel hoogtepunten met aan het einde een verrassend optreden van de "oude" Jolly Jumpers.

 

Even daarvoor had Bort de vereniging mogen onderscheiden met de koninklijke erepenning. Een onderscheiding die de club toekomt. RKDOS is en blijft een maatschappelijk betrokken club, die verder kijkt dan alleen maar de sport. Of, zoals Henk Tromp het tegen mij zei: "Uiteindelijk gaat het om de basis van de lichamelijke oefening. Dat is de doelstelling van de club. Daar richten we ons dan ook primair op."

 

Een mooi voorbeeld van die maatschappelijke betrokkenheid vind ik het contact tussen RKDOS en ambulant jongerenwerk om te kijken of jongeren verleid kunnen worden weer actief te gaan sporten bij het freerunning.

 

RKDOS is honderd, maar nog lang niet versleten.

 

 

 

Parkeren en OVK

 

Het parkeerdossier Binnenstad is alweer zo'n vier jaar oud. In 2008 heeft de raad het initiatief genomen om allerlei parkeermaatregelen te nemen in en rond de Binnenstad, die ervoor moesten zorgen dat de Binnenstad beleefbaar en bereikbaar bleef. De wildgroei op het gebied van parkeren moest worden aangepakt en de Binnenstad moest autoluwer worden. Over de defintie van autoluw is destijds lang gesteggeld. Uiteindelijk kwam de volgende definitie uit de hoge hoed: faciliteren wie er moet zijn en ontmoedigen wie er niet hoeft te zijn.

 

Hier en daar waren de besluiten wat tegenstrijdig aan de doelstelling. Iedereen in de raad snapt dat je de "files" op de IJsselkade niet oplost door tweerichtingverkeer, maar wanneer je de bezoekers onnodig omrijden wilt besparen, is het juist weer wel handig. De vorm van onze Binnenstad - langwerpig - maakt het nemen van maatregelen ook al lastig. Wanneer het gedeelte in de buurt van de Bovenkerk een goede parkeervoorziening kent, heeft diezelfde voorziening minder effect op het gedeelte bij de Buitenkerk.

 

Alle punten uit het zogenaamde 18-puntenplan van oktober 2008 zijn zo goed als afgewerkt. De laatste afhechting moet nu deze week plaatsvinden in de raad. De raad neemt donderdag weer een stapeltje besluiten. De meeste daarvan kunnen rekenen op draagvlak bij onze drie belangrijkste gesprekspartners: OVK, wijkvereniging en MarketingOost. Het opheffen van betaald-parkeren in een aantal straten, om zo zoekverkeer te ontmoedigen, niet. Vooral de OVK is daarover verbolgen. Dat hebben ze ook in de media duidelijk laten merken. Het dreigde zelfs te escaleren tussen OVK en mij. Afgelopen woensdagavond hebben we een lang en goed gesprek gevoerd en is de kou uit de lucht gehaald. Dat wil niet zeggen dat de OVK nu opeens blij is met mijn voorstel, maar wel dat we nu weer on speaking terms zijn. Ik heb de raad gevraagd nog geen besluit te nemen op dit onderdeel, maar daarover eerst nog een keer te overleggen met de OVK.

 

 

 

Hanzedagen Lüneburg deel 3

 

Na afloop van de Delegiertenversammlung was er gelegenheid om de stad in te duiken. Het is barstensdruk. Maar omdat Lüneburg de verschillende onderdelen redelijk uit elkaar geplaatst heeft en de podia ook weer op andere plekken staan, verspreidt het publiek zich goed over de binnenstad. Er ontstaan dus nauwelijks menselijke files. Met onze binnenstad, gekoppeld aan het plantsoen kunnen we daar wel iets van leren.

 

Voor de optredens heeft Lüneburg flink in de buidel getast, voor zover dat niet door sponsors is gebeurd. Zo sponsort de Nord-Deutsche Rundfunk NDR het hoofdpodium op zaterdag. Tal van Duitse artiesten, die ik niet ken, maar waar de Duitsers voor uitlopen, komen voorbij. Zelf kan ik een stukje van Nena met haar 99 Luftballons meegenieten. Het is dus druk en erg gezellig op Am Sande.

 

Lüneburg heeft tegen de binnenstad aan op een grasveld een jongerenpodium ingericht. Ook daar is het druk en gezellig, alleen de muziek is niet mijn smaak. Maar het programma staat en zit goed in elkaar. Ik krijg overigens nergens iets te zien wat gericht is op jongere kinderen. Ouders met jonge kinderen vinden weinig vertier. Een kinderboerderij, kinderspelletjes of zoiets, het is nergens te bekennen. Bij de Duitsers misschien wel geen doelgroep.

 

Zaterdagavond gaan we na de ontvangst door Herford, die in 2013 aan de beurt is, naar een speciaal voor de Hanzedagen geschreven musical. De zaal zit vijf avonden achter elkaar vol. Het historische verhaal zit ongetwijfeld goed in elkaar en de beide mannelijke hoofdrolspelers hebben een goede stem, helaas geldt dat niet voor de hoofdrolspeelster. Na ruim een uur Duitse humor houd ik het voor gezien en neem een kijkje op de Hanzeparty, ook al zo'n verplicht onderdeel. Er zijn veel mensen. Het eten is vast goed, want veel bezoekers lopen vaker langs het buffet. Er is geen bandje. Een DJ probeert wat sfeer in het gezelschap te krijgen, maar de meeste bezoekers zitten buiten, omdat het binnen wel erg warm is.

 

Tijd om nog even te genieten van het avondprogramma op de podia en een terrasje te zoeken. Het is tot laat druk in de stad en het terras van ons hotel biedt een oase van rust.

 

Zondagmorgen gaan we met zijn allen naar de oecumenische kerkdienst. Ik schat dat er zo'n tweeduizend mensen op afgekomen zijn. De dienst is in het Duits en Engels en zit erg goed in elkaar. Lüneburg is vroeger groot geworden door de zoutwinning en het thema is daarop aangepast: Gij zijt het zout der aarde. Een mooie overdenking, een goed koor, prima orkestbegeleiding. Dit is een sterk programmaonderdeel.

 

's Middags lunchen we met een deel van de Kamper delegatie in het centrum. De anderen zijn direct na de kerkdienst al vertrokken. Wij vertrekken tegen drie uur. Half acht zijn we weer terug in Kampen. De stad Lüneburg is bij mij blijven hangen als een schitterende historische binnenstad, waar het goed toeven is. De organisatie was goed. Sommige programmaonderdelen verdienen wel meer aandacht. Vooral de donderdagavond verdient een mooier programma. Daar kunnen we in Kampen veel meer van maken.

 

Het was ook goed om in gesprek te zijn met vertegenwoordigers van Hanzesteden uit andere landen. We mogen in Nederland blij zijn met onze open samenleving, waar meningen worden gedeeld en gehoord. We mogen blij zijn met ons grote leger aan vrijwilligers, die de samenleving dragen. In veel andere Europese landen wordt wel erg veel geleund op de overheid.

 

De Hanzedagen in Lüneburg waren goed, de organisatie was Deutsch gründlich. De sfeer in de stad was erg plezierig, maar toch miste er de nodige dynamiek. Toch mag Lüneburg tevreden terugblikken en ik denk dat veel bezoekers Lüneburg op hun lijstje hebben staan van: daar wil ik nog wel een keer naar terug. Voor mij geldt dat in ieder geval.

 

Hanzedagen Lüneburg deel 2

 

Vrijdagmiddag was er gelegenheid om twee uurtjes rond te kijken op de Hanzemarkt en de Handwerksmarkt. Omdat Lüneburg de verschillende onderdelen wat verder uit elkaar heeft gesitueerd, verdeelt het grote aantal bezoekers zich behoorlijk over de stad. Daardoor blijft de doorstroming in orde.

 

Tegen vier uur terug naar het hotel, omdat we de gemeenteraad op bezoek krijgen. Mooi, dat zoveel raadsleden met eigen ogen willen zien wat het Hanzefeest allemaal inhoudt. Ze zullen verrast zijn door de geweldige sfeer en het grote aantal bezoekers.

 

Onze vrienden uit Herford, volgend jaar organisator, waren bereid om iets te vertellen over hun aanpak. Een helder verhaal, waarbij de raad een goed beeld gekregen heeft van de massaliteit van de organisatie.

 

Daarna werd de maaltijd samen genuttigd. Jan Goedegebure en ik moesten daarbij eerder weg, omdat we Kampen op de ontvangst van Lübeck moesten vertegenwoordigen. Traditioneel altijd op de tweede avond op de agenda.

 

Deze ontvangst is bij uitstek geschikt om te netwerken. Zo spreek ik met vertegenwoordigers van Zwolle, Elburg, Zwartewaterland, Deventer, Lippstadt, Soest, Visby, Rostock. De laatste zocht bewust contact met ons, omdat zij in 2018 de Internationale Hanzedagen mogen organiseren en graag bij ons in de keuken wil kijken. Die toezegging heb ik ze gegeven en we zullen daarover concrete afspraken maken.

 

De vrijdagavond is het overigens waardeloos weer. Onweer en stortregen. Ondanks die weersomstandigheden blijft het druk op straat en bij de acht hoofdpodia.

 

's Avonds is er gelegenheid om met het college nog even de benen te strekken en een terrasje te pakken.

 

Zaterdag vroeg opstaan, want de zogenaamde Delegiertenversammlung wacht. Deze officiële ledenvergadering beslist over een flink aantal voorstellen. Voor de jongeren onder ons is het goed om te weten dat de Internationale Hanzedagen van 2034 in Kaliningrad gehouden zullen worden.

 

Verder horen we op deze bijeenkomst de voortgang van de verschillende projecten, de overhandiging van de milieuprijs aan het Ozeaneum in Stralsund en een verslag van de jeugdhanze.

 

Vier nieuwe leden werden toegelaten, zodat de Hanze nu 182 leden telt. Dat kunnen er maximaal 225 worden, want meer leden waren er in de middeleeuwen niet.

 

De JeugdHanze heeft nog een aardig project bedacht: iedere Hanzestad maakt een soort reisgidsje, waarin jongeren terug kunnen vinden waar goedkope overnachtingsadressen zijn, waar goedkope restaurantjes zijn en waar de voor jongeren interessante plekken zijn.

 

De vergadering begon met een terugblik op de Hanzedagen in Kaunas, met 700.000 bezoekers op een budget van 9 ton een groot succes. De bijeenkomst eindigde met een vooruitblik op de Hanzedagen 2013 van Herford. Daar zal ook een netwerkbijeenkomst plaatsvinden voor ondernemers op 12 en 13 juni. Dat is een nieuw evenement, waar met veel spanning naar wordt uitgekeken.

 

Hanzedagen Lüneburg deel 1

 

Donderdag. Na een kleine vijf uur rijden bereiken we ons hotel, mooi gelegen in het centrum. Ideaal, want nu hoeven we de auto niet meer te gebruiken, alles kunnen we lopend afdoen.

 

Ik ben samen met de dames die de stand bemensen eerder gegaan, omdat om twee uur mijn eerste vergadering begint: Hanse Business Reloaded. Dit drie jaar durende project is bedacht door Herford. Daar vinden in 2013 de Internationale Hanzedagen plaats.

 

Hanse Business Reloaded is een onderzoek naar de mogelijkheden om de oude economische banden tussen de Hanzesteden nieuw leven in te blazen. De Hanze is immers een oud handelsverbond, waar het gewoon om geld verdienen ging door met elkaar te handelen. Kunnen we ondernemers van nu opnieuw met elkaar in contact brengen? Samen handeldrijven, samen ondernemen, samen innoveren.

 

De bijeenkomst, waar vijfentwintig van de dertig steden aanwezig waren, werd geopend door de voorzitter van de Internationale Hanze, Bernt Saxe, burgemeester van Lübeck. Het onderzoek mag dan ook op steeds bredere belangstelling rekenen binnen en buiten de Hanze.

 

In dit Hanse Business Reloaded project doen dertig Hanzesteden uit zeven landen mee. Verschillende steden met verschillende achtergronden als het gaat om de soort bedrijven die daar gevestigd zijn. De bedoeling is ook om per gemeente een aantal bedrijven te benaderen, die mogelijk interesse hebben om iets op te bouwen met bedrijven uit andere Hanzesteden. Het onderzoek tot nu toe is nog erg theoretisch. Ik kan me voorstellen dat Kampenaren dan zeggen: Gooi maar in mijn pet. Des te interessanter wordt het, wanneer de theorie vertaald kan worden naar de praktijk.

 

Toch komen er soms boeiende cijfers naar voren. We zijn gewend om Kampen veel te vergelijken met andere Nederlandse steden. Dan doe je het soms goed, soms wat minder en soms veel minder. Maar in de vergelijking met de andere Hanzesteden uit de andere landen doen we het opeens prima. In de ranglijst met het percentage laagste werkloosheid staat Kampen vijfde. Op de ranglijst van hoog opleidingsniveau staan we zesde. Zwolle staat resp. elfde en tweede. Waar we het minder goed in doen is de diversiteit in bedrijvigheid. Zwolle doet het daar uitstekend, Kampen wordt daar als zwak gekwalificeerd. Dat moet je wel relativeren, want in de vragenlijst worden branches samengevoegd, die wij onderscheidend vinden. Toch bevestigt dit wel dat veel bedrijven in Kampen binnen dezelfde branche werkzaam zijn. Veel bouw of bouw gerelateerd en veel agro-food.

 

In de toelichting op de uitkomsten van het theoretisch onderzoek werd wel duidelijk dat juist het verschil in aanbod tussen Zwolle en Kampen een extra kans geeft. Want samen hebben we zo'n breed aanbod aan bedrijven dat er voor bedrijven uit andere steden of regio's altijd wel een partner te vinden is. Drie regio's springen er positief uit. Grof gezegd de Hanzesteden langs de Oostzeekust, de Hanzesteden van de Westfälische Hanze (zeg maar Hamburg en daar onder) en de Hanzesteden langs de IJssel.

 

Aardig was de vraag of de uitkomsten van de onderzoeken ook openbaar gemaakt mogen worden. Als Nederlandse steden moesten we daar wat om lachen. Wij zijn gewend aan transparantie. Of, zoals collega René de Heer van Zwolle zei: Bij ons zijn dit soort uitkomsten al openbaar, voordat we ze zelf kennen. Maar voor onze vrienden uit Rusland en de Baltische staten was dat wel even een punt om over na te denken. Lands wijs, lands eer.

 

Om half vijf was de vergadering nog niet helemaal afgelopen, maar de Nederlandse vertegenwoordigers vertrokken toch. Traditioneel ontmoeten de Nederlandse deelnemers elkaar altijd om half vijf op de eerste dag op een gezellige bijeenkomst. Een uitmuntend moment om rustig te kunnen praten met collega's van andere Hanzesteden. Daar zitten veel buurgemeenten tussen, zoals Zwolle, Deventer, Hattem, Elburg, Zwartewaterland en Ommen, dus is er altijd wel iets waar we het over kunnen hebben.

 

Tegen zeven uur naar de officiële ontvangst van de gastgemeente. Daar ontmoeten we veel oude bekenden uit Hanzesteden uit heel Europa. Altijd hartelijk, altijd gezellig. As je wat langer meedraait, ken je ook veel mensen. En altijd is er ook nieuwsgierigheid hoe processen en besluitvorming verloopt in andere landen. Ook wat dat betreft kunnen we veel leren van elkaar. En, om eerlijk te zijn, ben je dan toch wel blij dat je in Nederland mag wonen.

 

Lüneburg heeft het echter bijzonder strak geregisseerd. Maximaal twee mensen zijn welkom en de rest mag ergens in een tuin plaatsnemen. En niet iedere genodigde is welkom. De burgemeester van onze partnerstad Soest wordt aan de deur geweigerd. Laat ik het er maar op houden dat Lüneburg zo zijn eigen weg gaat.

 

Daarna rap naar de ontmoeting met alle deelnemers om vervolgens in optocht naar Am Sande te gaan, waar de openingsplechtigheid zal plaatsvinden. Ik moet nog zien of het daar druk wordt. Er is immers ook nog zoiets als een halve finale voetbal met die Deutsche Mannschaft. Misschien staan we wel alleen met de nietduitse deelnemers op de centrale markt in Lüneburg.

 

Vrijdag

 

De optocht van de deelnemers, gisteravond, was niet het hoogtepunt van de afgelopen jaren. Inderdaad weinig publiek en een matig georganiseerd geheel. Dat kan beter en dat zal Kampen ook beter doen in 2017. Zo'n optocht moet een hoogtepunt zijn. De opening was een afknapper. Een leuke drumgroep van hoog niveau mocht tussendoor iets van dat niveau laten zien, maar de ellenlange toespraken waren belangrijker. Natuurlijk liepen er steeds meer toeschouwers weg. De Kamper delegatie heeft het twee toespraken (die in het Duits waren en daarna ook nog eens in het Engels werden vertaald) voor gezien gehouden. Met zijn allen trokken we naar een ander podium waar het Electric Light Orchestra optrad. Daar was het dus ook druk en zeer gezellig.

 

Vrijdag werd om tien uur de Hanzemarkt officieel geopend. Ik kon daar maar een kwartiertje aanwezig zijn, omdat mijn vergadering om half elf begon. Ondertussen was Bort al afgereisd naar het economisch forum. Ik ben naar de bijeenkomst geweest van het Hansa Tourism Project. In dit project werken zevenentwintig gemeenten uit acht landen samen. Doel is om de oude handelsroutes van de Hanze te gebruiken als toeristische routes. Mensen die wandelend, fietsend of met de auto van Hanzestad naar Hanzestad trekken. Bedoeling is om van dit project een Europees project te maken met mogelijk subsidie van de EU.

 

Dit project past prima in het beleid van de provincie Overijssel, waar routes een belangrijk speerpunt is. Vorig jaar op het eerste Hanzesymposium, wat toen in Kampen werd gehouden, werd de suggestie gedaan om analoog aan het Pieterpad een soort Hanzepad te ontwikkelen. De Nederlandse Hanzesteden met elkaar verbinden via routes past prima in het Overijssels beleid en in het project van dit Hansa Tourism Project. Zoals zo vaak geldt ook hier: de kost gaat voor de baat uit. Er zal dus vooraf het nodige onderzoek moeten worden gedaan, voordat er een goed plan ligt, wat voldoet aan de Europese subsidienormen.

 

 

 

Struikelstenen (19-06-12)

 

Gisteren hebben we (Ik mag voorzitter zijn van de Stichting Kamper Struikelstenen) in Kampen opnieuw Struikelstenen geplaatst. Dit keer zestien stenen. Daarachter gaan zestien verhalen schuil, de één nog schrijnender dan de ander. Er was veel publieke belangstelling. Sommigen hadden er ver voor gereisd. Mensen uit Roozendaal en Assen en zelfs iemand uit Singapore. Op zulke momenten besef je hoe belangrijk dit project is. Fijn dat we af en toe een gift krijgen om hier mee verder te gaan. Wie meer wil weten over struikelstenen kan het beste kijken op www.stolpersteine-kampen.nl

 

Omdat de kinderen uit de bovenbouw van de Engelenbergschool aanwezig waren had ik in mijn toespraak een gedicht opgenomen van Ida Vos. Niet wetend, dat in de grote groep aanwezigen een zoon van haar aanwezig was: Bert Vos. Na afloop kwam hij naar me toe en hebben we een tijd staan praten over zijn moeder, van wie ik alle boeken heb gelezen. Zoals gebruikelijk vertelde Jaap van Gelderen onderweg over de mensen, voor wie we een steentje legden. Om stil van te worden.

 

 

 

Lunch RKDOS (19-06-12)

 

RK DOS, de 100-jarige is beslist geen oude tante. Deze club bruist van activiteiten en sinds kort zit daar een nieuwe loot aan de stam. Freerunning is een buitensport, die door RK DOS naar binnen is verplaatst. Niet, omdat het buiten niet kan of mag. Wel om de deelnemers de basisbeginselen te leren, waaronder een goede valtechniek. Opvallend is dat RK DOS een gecertificeerde leerkracht inzet en dat freerunning meer is dan een eindje rennen en over muurtjes springen. Zaken als respect voor elkaar en voor andersman eigendom, waardering voor elkaars prestatie en samen optrekken spelen nadrukkelijk een rol. Sport is ook karaktervormend en dat komt in de filosofie van freerunning tot uiting.

 

Om na te denken over freerunning en te kijken of freerunning een meerwaarde heeft voor Kampen had RK DOS een netwerklunch over dit thema georganiseerd. Alleen het idee van die netwerklunch over een sportonderwerp sprak mij al aan. Hier wordt de nieuwe sportvereniging zichtbaar: verder kijken dan je sportneus lang is.

 

Aan tafel zaten mensen van het jongerenwerk, politie, combinatiefunctionarissen, onderwijs, gemeente en RK DOS. Leuk om in zo'n groep mee te denken over dit thema en RK DOS was na afloop erg content met de opbrengst. Ik neem aan dat freerunning straks een plek krijgt binnen het onderwijsprogramma, dat de combinatiefunctionarissen er wat mee gaan doen en dat ook jongerenwerk hier kansen ziet. Wat dat betreft heeft deze vorm van overleg wel vruchten afgeworpen.

 

 

 

Soest (17-06-12)

 

Net terug uit onze partnerstad Soest. Samen met Martin Ekker en Jan Goedegebure hebben we daar gevierd dat Kampen en Soest twintig jaar officieel partnersteden zijn. De contacten zijn al veel ouder, maar pas in 1992 werd officieel een document getekend, waarin we ons aan elkaar verbonden. Ook drie leden van de Stichting Kampen Internationaal waren aanwezig.

 

In april was al in Kampen stilgestaan bij deze bijzondere verjaardag, nu was het aan Soest om er aandacht aan te besteden. We werden zaterdag allerhartelijkst ontvangen, maar dat is geen nieuws. Zoals dat in Soest gaat, zo kunnen we dat in Kampen niet. De hartelijkheid, de uitgebreide maaltijden, de feestelijkheden, altijd top.

 

Zaterdagmiddag stonden drie activiteiten op het programma. We waren getuige van een sportieve strijd tussen de "zware" jongens van Kampen en Soest. Mannen met spierballen. In een soort sterkste man strijd moest Kampen het onderspit delven.

 

Daarna werden we voorgelicht en rondgeleid in het Stadsziekenhuis van Soest. Afgelopen jaren is begonnen met nieuwbouw. Totale kosten zo'n 45 miljoen euro, waarvan Soest een best deel zelf moet ophoesten. We werden rondgeleid door het nieuwe gedeelte en zagen het verschil met het oude deel.

 

In de gebouwen van de Petri Kirche mochten we de opening bijwonen van de dubbelexpositie van Jan Brokkelkamp en Ben Marsman. Een mooie expositie van twee totaal verschillende kunstenaars, waar zeker veel Soestenaren op af zullen komen. Het was leuk om samen met burgemeester Ruthemeyer door de beide kunstenaars te worden rondgeleid die ons bij ieder kunstwerk een toelichting gaven.

 

Daarna volgde er een officieel gedeelte in het Altes Rathaus, waar veel leden van de gemeenteraad en twee oud-burgemeesters bij aanwezig waren. In de raadszaal sprak eerst Ruthemeyer over de verbinding tussen beide steden. Daarna mocht ik in mijn beste Duits de mensen toespreken. Die toespraak kunt u hier lezen.

 

Twee jonge kunstenaressen van het plaatselijk gymnasium hadden een schilderij gemaakt ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum en ik mocht dat in ontvangst nemen uit handen van de beide dames en burgemeester Ruthemeyer. Het zal vast een mooi plekje krijgen in ons stadhuis.

 

Daarna een speciaal moment voor Okke Pol, de oud-gemeentesecretaris, die al jaren druk is met de contacten tussen Kampen en Soest. Hij kreeg de gouden erepenning van de stad Soest overhandigd als waardering voor zijn inspanningen. Een mooie geste van onze vrienden en dik verdiend!

 

's Avonds waren er genoeg onderwerpen om te bespreken tijdens het diner. Natuurlijk werd veel tijd besteed aan de manier waarop zowel Kampen als Soest omgaat met de financiële crisis. Verder ging het over de taak van de lokale overheid mbt de opvang van kinderen, de gezondheidszorg, de economische ontwikkelingen, toerisme en recreatie en nog veel meer. Gezellig en functioneel.

 

Zondagmorgen gingen we eerst met de Kamper delegatie naar de kerk. Daarna was er weer een bijzonder moment. In 1994 bij één van de eerste kunstuitwisselingen had de Kamper kunstanares Beatrijs Asselberg een ijzeren sculptuur gemaakt in een park in Soest. Vorig jaar overleed Asselberg en haar familie heeft besloten om het kunstwerk van Beatrijs definitief te schenken aan Soest. Een bordje met de naam van de maakster werd onthuld door twee jonge familieleden van haar. Een indrukwekkend moment.

 

Na de gezamenlijke lunch met Ruthemeyer vertrokken we om twee uur weer naar Kampen. Opnieuw een zeer geslaagd bezoek en opnieuw werd duidelijk hoeveel we van elkaar kunnen leren. Maar net zoals Kampen vinden ze in het Soester gemeentebestuur ook dat deze band alleen bestaansrecht heeft, wanneer burgers van Kampen en Soest ook iets met elkaar hebben. En ook daar hebben we weer verschillende voorbeelden van gezien. De sportontmoetingen, de culturele uitwisselingen, de contacten tussen scholen, tussen de vrouwenraden, tussen muziekverenigingen, en ga zo maar door, ze zijn goed om voort te zetten.

 

We zullen onze vrienden van Soest over veertien dagen ongetwijfeld weer ontmoeten tijdens de Internationale Hanzedagen.

 

 

 

Special Olympics (15-06-12)

 

Atletiekvereniging Isala houdt zich al jaren bezig met het verzorgen van atletiektrainingen aan kinderen met een verstandelijke beperking. Mooi werk, wat lang niet altijd eenvoudig is. Het vraagt van de leiding een optimale voorbereiding, concentratie en het kost energie. Maar het levert ook zoveel voldoening op dat de energie ook weer terugkomt bij jezelf.

 

Eens in de twee jaar worden de Special Olympics gehouden. Dit jaar waren die in Den Bosch. Tweeduizend deelnemers proberen dan zo goed mogelijk te presteren. Ook Isala was aanwezig. De vier Kamper deelnemers presteerden daar prima en kwamen met medailles thuis. Omdat deze speciale doelgroep ook een speciaal plaatsje in de harten van het college heeft, besloten Bort en ik ze uit te nodigen op het gemeentehuis om ze te huldigen. Met hun ouders en trainers kwamen ze vol trots hun medailles laten zien.

 

Op dergelijke momenten kun je zien wat sport met mensen kan doen. Zo’n geweldige twinkeling in de ogen van deze jonge sporters en de trots op het gezicht van de ouders en trainers. De kinderen waren onder de indruk van de medaille van Bort (de ambtsketen) en kregen van Bort en mij een speciaal gemaakte Kamper medaille opgehangen.

 

 

 

Sportimpuls (15-06-12)

 

Ondanks alle bezuinigingen, ook in de sport, blijft daar veel dynamiek zitten. Allerlei initiatieven komen naar boven en soms verdient zo’n initiatief extra waardering. Twee jaar geleden is door de gemeente met de Kamper Sportraad en Sportservice Kampen de Sportimpuls in het leven geroepen. Met een klein bedrag waarderen we dan nieuwe initiatieven.

 

Deze week werd de Sportimpuls 2012 uitgereikt aan drie totaal verschillende initiatieven. €250,= ging naar IJVV, Go Ahead en vvDOSK. Zij hebben samen een D-selectie gevormd. Veel talentvolle voetballertjes zien zich vaak omgeven door mindere talenten. En je wordt alleen maar beter met talent om je heen. Om deze talenten uitdaging te geven trainen nu de grootste talenten van de drie clubs regelmatig samen onder leiding van Gerald van de Belt. Op die manier blijven ze in Kampen actief en houden ze uitdaging.

 

De gezamenlijke gymclubs werken steeds meer samen. Voor de tweede keer organiseerden ze in Sporthal De Reeve een gymdag. In de turnhal, de acrohal en de sporthal kon jong en oud kennismaken met alle mogelijke vormen van gymnastiek. Behalve dat heel veel leden meededen, waren er ook veel niet-leden. Zo’n duizend deelnemers hebben een dag genoten van bewegen. De gezamenlijke gymclubs kregen €750,=.

 

De derde Sportimpuls, €1000,=, ging naar RKDOS. Zij zijn begonnen met een nieuwe tak van sport: freerunning indoor. Freerunnen is het verplaatsen in de openbare ruimte met allerlei hindernissen die genomen moeten worden. Van het simpel over een muurtje springen tot het met een salto afduiken van een schuurtje. Een nieuwe buitenactiviteit, door RKDOS naar binnen verplaatst. Want je moet wel leren hoe je verantwoord kunt landen na een sprong en hoe je afzet met zijn. Er is groeiende belangstelling voor deze moderne sportvariant. Leuk dat we dat nu ook in Kampen kunnen begroeten.

 

Met Tonny Zweers van de Sportraad en Frank Roosenboom van Sportservice mocht ik de Sportimpulsen overhandigen.

 

 

 

Avond4daagse (15-0612)

 

Twee weken achter elkaar hadden we te maken met avond4daagses. Vorige week in Kampen deden 3370 mensen mee en deze week in IJsselmuiden 1796. Voor beiden was het een record. Het past een beetje in het beeld dat Overijssel wandelprovincie is. De combinatie van een aantrekkelijke buitenruimte dicht bij de bebouwing nodigt ook uit tot wandelen. Ook binnen de bebouwde omgeving hebben we mooie wandelpaden. Denk maar aan ons plantsoen, het Zoddepark, de route langs de N-50, langs de Trekvaart, het Faunapad, de Nicolaasdijk om zo maar wat voorbeelden te noemen. Kijk bij onze kleine kernen hoe leuk je daar een ommetje kunt maken.

 

De beide organisaties onder leiding van respectievelijk Jaap Berghuis en Daan van Maanen hadden de zaken perfect voor elkaar. De beide slotdagen zijn altijd een hoogtepunt, zeker voor de kinderen. Het is een beetje jammer dat dat met heel veel snoep gepaard gaat, aan de andere kant moet je tradities wel in ere houden.

 

 

 

N-307 (09-06-12)

 

Vrijdagmorgen was in het provinciehuis van Flevoland het bestuurlijk overleg over de N-307. De weg van Alkmaar naar Zwolle, met nadruk op het stukje Roggebot-Kampen. Daar lopen nu allereli studies over. Die variëren van een tweebaansweg voor 80 km tot een vierbaansweg voor 100 km met een aparte weg voor lokaal verkeer. De brug op 7 of 13 meter, een tunnel of een aquaduct, misschien een naviduct. Allerlei varianten worden nu in beeld gebracht. Ik heb gevraagd om ook de ondernemers te betrekken bij de planvorming. TLN, EVO, de Industriële Clubs, MKB-Nederland, VNO-NCW, KvK. Het lijken mij belangrijke partijen om te betrekken in het proces. De eerste avond met aanwonenden en belangstellenden is al geweest, de tweede zal ergens in september komen.

 

Het is goed om plannen te maken en uit te voeren om van dit karrespoor een goede doorgaande verbinding te maken. Uit cijfers blijkt dat de weg niet toekomstvast is. Nu staan er 's morgens en 's avonds al files en die zullen langer worden en langer duren. Dat kost geld en benzine.  

 

 

 

Avond4daagse (09-06-12)

 

Na de Provada snel naar huis om de intocht van de avond4daagse mee te maken. Dit jaar met 3370 deelnemers en dat is een Kamper record. Gezellig, ongedwongen en toch geordend verloopt dit volksfeest. Leuke geste van de organisatie was dat ze de jubilerende verenigingen voorop lieten lopen. Zo begon de stoet met RKDOS, 100 jaar, Wilhelmina, 90 jaar, vvDOSK, 85 jaar en KV DOS Kampen/Veltman, 75 jaar.

 

De gezelligheid spat af van de deelnemers, die lol maken met de burgemeester. Handjes geven en high fives zijn tegenwoordig heel normaal. Waardering voor de organisatie onder leiding van Jaap Berghuis, die met vele vrijwilligers alles weer perfect liet verlopen. Opnieuw een bewijs van de kracht van onze Kamper samenleving.

 

 

 

 

<span style="font-family: arial black,ava

 
© 2012 pietertreep.nl - Inloggen - Dit is de website van Pieter Treep. Op deze site kunt u te weten komen wat ik zoal doe. Ook kunt u iets meer te weten komen over mijn hobby: korfbal. Deze website wordt gehost door WebbyWebby.